Home > Uncategorized > Negatieve rente voor kleine spaarders is een gevaarlijk experiment

Negatieve rente voor kleine spaarders is een gevaarlijk experiment

Opiniebijdrage in het ND, 10 september 2019

ING topman Ralph Hamers heeft een talent om ophef te veroorzaken. Toen hij vorige maand opperde om een negatieve spaarrente in rekening te brengen reageerden zijn klanten ontstemd. Een negatieve spaarrente betekent dat er geen rente meer wordt bijgeschreven, maar dat er een percentage op je tegoed wordt ingehouden. Het is het schrikbeeld voor elke brave spaarder: een saldo dat elk jaar automatisch een beetje daalt.

Sparen loont niet, dat is al jaren zo. De rente op een vrij opneembaar tegoed houdt de inflatie niet bij. Wanneer de spaarrente onvoldoende compensatie biedt voor de geldontwaarding, holt de koopkracht van het spaargeld achteruit. In reële termen, gecorrigeerd voor inflatie, hebben we al lang met een negatieve spaarrente te maken. Sinds de invoering van de vermogensrendementsheffing in 2000 wordt sparen bovendien extra bestraft door de fiscus. Gelukkig komt daar, als we de recente berichtgeving mogen geloven, in 2022 een einde aan. Voor de spaarder is dus relevant wat hij na belasting en inflatie met zijn spaargeld kan doen. Hoe droevig het lot van de hedendaagse spaarder ook is, in het verleden is het wel eens erger geweest. Zo lagen de spaarrentes aan het einde van de jaren zeventig veel lager dan de inflatie en werd de koopkracht van een spaartegoed toen sneller uitgehold dan nu. Waarom winden spaarders zich nu dan zo op over de uitspraken van Hamers? Er zijn, denk ik, een aantal oorzaken.

Wanneer mensen financiële beslissingen nemen hebben ze de neiging om in geldbedragen te denken, niet in termen van koopkracht. Spaarders kijken dan alleen naar de hoogte van de spaarrente en vergeten te corrigeren voor geldontwaarding. Economen noemen dit geldillusie. Daar komt een andere menselijke neiging bij. Uit de gedragseconomie is bekend dat mensen een verlies zwaarder wegen dan een winst. Dit verschijnsel wordt verliesaversie genoemd. De combinatie van geldillusie en verliesaversie kan verklaren waarom een negatieve spaarrente een heftige reactie ontlokt bij de spaarder. Een spaarder protesteert niet wanneer hij 0,5% rente krijgt bij een inflatie van 2%, maar wordt boos bij een negatieve rente van -0,5% en een inflatie van 1%. Terwijl in beide gevallen de koopkracht van het spaargeld met 1,5% daalt.

Geldillusie en verliesaversie zijn echter niet het hele verhaal. Het voelt ook anders of je als spaarder wordt gepakt door de inflatie, de fiscus of door de heer Hamers. Inflatie is een macro-economisch verschijnsel waar de spaarder niets aan kan doen. De meeste burgers beseffen ook dat het betalen van belasting een noodzakelijk kwaad is. Nu stelt echter de man die in 2018 een salarisverhoging van 50% wilde voor om spaartegoeden te korten. Natuurlijk schiet dit bij de spaarder in het verkeerde keelgat. Daar komt bij dat het vermijden van een negatieve spaarrente op je ING rekening gemakkelijker is dan het vermijden van inflatie of belastingen. Er zijn genoeg financiële instellingen die een hogere spaarrente bieden dan de grote banken. Bij de internetbank Moneyou, nota bene een volledig dochterbedrijf van ABN AMRO, krijgt de spaarder nog 0,15% rente, terwijl ABN AMRO haar eigen trouwe klanten afscheept met 0,02% (hetzelfde rentetarief als ING). Een negatieve spaarrente zou wel eens de trigger kunnen zijn die spaarders ertoe aanzet om hun geld bij een andere bank onder te brengen. En als dat niet lukt kunnen de bankbiljetten altijd nog onder het matras worden bewaard.

Het valt niet te voorspellen of de combinatie van geldillusie, verliesaversie en rancune jegens graaiende bankiers ertoe leidt dat kleine spaarders massaal hun geld opnemen bij een negatieve rente. Mocht dat gebeuren, dan zijn de banken verder van huis dan wanneer ze tijdelijk een wat lagere rentemarge accepteren. In belang van de financiële stabiliteit is het dus maar beter als het niet zover komt. Een negatieve rente voor kleine spaarders is een gevaarlijk experiment waar de economie niet op zit te wachten.

Het beste zou zijn als de negatieve rente bij de bron wordt aangepakt. Daartoe moet het economisch beleid in Europa veranderen. Sinds het begin van de crisis heeft de Europese Centrale Bank (ECB) met renteverlagingen en het opkopen van staatsschuld de Europese economie gestimuleerd. Nu de Europese economie wederom tekenen van zwakte vertoont wordt er opnieuw naar de ECB gekeken. Maar een nog lagere rente heeft weinig zin als het goedkope geld niet wordt gebruikt voor investeringen in de reële economie. De nieuwe ECB president Christine Lagarde roept overheden dan ook terecht op om meer te investeren in milieu, infrastructuur en onderwijs en een ruimer begrotingsbeleid te voeren. Juist in Nederland en Duitsland, waar spaarders klagen over de lage rente, houden de ministers van financiën echter de hand op de knip. Het wordt tijd dat zij inzien dat het voor de ECB gemakkelijker is om een einde te maken aan de negatieve rente, wanneer zij hun begrotingsbeleid inzetten om de kwakkelende economie te stimuleren.

Categorieën:Uncategorized
  1. Nog geen reacties.
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s