Archief

Archive for februari, 2020

Banken stellen niet de trouwe klant maar hun winst centraal

6 februari 2020 Plaats een reactie

Opiniebijdrage ND, 4 februari 2020

Sparen loont niet. Dat is al tijden zo. En het wordt er niet beter op. Vorige maand was ABN AMRO de eerste Nederlandse grootbank die aankondigde de rente voor particuliere spaarders te verlagen naar 0%. De bank klaagt over de historisch lage rente en beweert dat ze het toestromende spaargeld niet tegen een hogere rente kan uitlenen. Het overtollige spaargeld moet dan tegen een negatieve rente worden gestald bij de ECB. Wij kunnen er niks aan doen, lijkt de boodschap van ABN AMRO. Het is allemaal de schuld van de ECB. Maar dat is natuurlijk niet het hele verhaal, want het wereldwijde spaaroverschot houdt de rente overal laag. En het argument van het overtollige spaargeld roept vraagtekens op.

Het is opmerkelijk dat een Nederlandse grootbank geen behoefte meer zou hebben aan spaargeld. Een structureel kenmerk van onze financiële sector is immers dat de spaargelden ontoereikend zijn om de leningen van banken te financieren. De oorzaak hiervan is dat de besparingen van Nederlanders voor een groot deel verplicht worden afgedragen aan pensioenfondsen, zodat er minder vrij spaargeld overblijft. Banken moeten het gat tussen de kredietverlening en het spaargeld financieren op de vermogensmarkten, wat ze kwetsbaar maakt voor de grillen van de financiële markten.

Deze onbalans tussen kredieten en spaargeld was voor Nederlandse grootbanken een reden om de boer op te gaan met internetspaarrekeningen. Nieuwe merken als Moneyou, ING Direct en Rabodirect werden in het leven geroepen om in binnen- en buitenland nieuwe spaarders on-line te lokken met aantrekkelijke rentes. Deze strategie trekt vooral rentegevoelige spaarders aan; financiële koopjesjagers die ook zo weer vertrokken zijn als de spaarrente bij een andere bank hoger is. De banken rekenden erop dat hun bestaande klanten niet de moeite zouden nemen om over te stappen. Zo is een situatie ontstaan waarin banken hun trouwste klanten het slechtste bedienen. Het zit in het DNA van banken om winst te halen uit de indolentie van trouwe klanten. Vroeger introduceerde de Postbank om de haverklap nieuwe spaarrekeningen. Oudere spaarders herinneren zich ongetwijfeld de waaier aan girorekeningen: plusrekening, sterrekening, leeuwrekening en ga zo maar door. De rente op de oudere rekeningen bleef vervolgens achter bij die op de nieuwe rekening. De onoplettende spaarder had het nakijken.

Terug naar het heden. Het merkwaardige aan het rentebeleid van ABN AMRO is dat de bank klaagt over overtollig spaargeld maar nog steeds een relatief hoge rente biedt op een internetspaarrekening bij Moneyou (een volle dochteronderneming van ABN AMRO). Als ABN AMRO deze rente zou verlagen naar 0% nemen de financiële koopjesjagers onmiddellijk hun geld op. Dat levert de bank een dubbel voordeel op: zij hoeft minder rente te vergoeden en kan tevens haar negatief renderende kasgeld bij de ECB verminderen. Waarom doen de bankiers van ABN AMRO dit niet? De enige verklaring die ik kan bedenken is dat ze helemaal niet van het spaargeld af willen. Het gat tussen kredieten en spaargeld bestaat immers nog steeds. Ook bij ABN AMRO, waar tegenover elke euro aan krediet circa 90 eurocent aan spaargeld staat. Wat de bankiers wel willen is hun winstmarge vergroten. En dat gaat het gemakkelijkste door de rente te verlagen voor de trouwe spaarder die niet wegloopt. Met de koopjesjagers ga je voorzichtiger om; die zouden wel eens hun rekening kunnen opzeggen.

Dit rentebeleid is een voorbeeld van prijsdiscriminatie, een strategie om het maximale rendement uit klanten te halen. Voor hetzelfde product worden verschillende prijzen in rekening gebracht afhankelijk van de bereidheid van de klant om een hoge prijs te betalen (of in dit geval een lage rente te accepteren). Het is niet verboden en het komt veel voor. De prijs die u voor een vliegtuigstoel betaalt is een andere dan die van de passagier naast u. Verdienen aan de indolentie van de trouwe spaarder zou je dus kunnen zien als een legitieme strategie om de winst te vergroten.

En toch wringt het als banken dit doen. Het toont aan dat de belofte om na de bankencrisis de klant centraal te stellen niet meer is dan een holle frase. Het toont ook aan dat banken zich nog steeds niet bewust zijn van hun maatschappelijke rol. Nog niet zo lang geleden noemde premier Rutte banken “semi-overheidsinstellingen”, omdat ze tijdens de crisis afhankelijk waren van het vangnet van de belastingbetaler. En van de loyaliteit van de spaarder. Een loyaliteit die niet wordt beloond.

Zolang Nederlandse grootbanken hun internetbanken in de lucht houden is hun geklaag over de toevloed aan spaargeld een ongeloofwaardig argument om de trouwe spaarder verder uit te knijpen. De beste repliek van de spaarder bij ABN AMRO is om uit de luie stoel te komen en zijn spaargeld door te sluizen naar Moneyou.

Categorieën:Uncategorized

Hoe groen kan monetair beleid zijn?

6 februari 2020 Plaats een reactie

Opiniebijdrage in het ND, 19 december 2019

Met de gelijkheid tussen man en vrouw is het in de Europese politiek slecht gesteld. Zo zijn slechts vijf van de 28 regeringsleiders vrouw. De Europese Unie streeft naar een man-vrouw balans in bepalende posities in de maatschappij, maar de vooruitgang is tergend langzaam. Is het misschien een idee dat Christine Lagarde, de nieuwe president van de Europese Centrale Bank, de macht van haar instelling gebruikt om deze nobele doelstelling dichterbij te brengen? De ECB zou een genderneutraal monetair beleid kunnen voeren, waarbij alleen nog maar staatsleningen worden opgekocht van landen waarvan de regering voor de helft uit vrouwen bestaat. Landen die achterlopen worden dan geconfronteerd met hogere leenkosten en hebben een sterke financiële prikkel om meer vrouwelijke ministers te benoemen.

Dit extreme voorbeeld van ECB-bemoeienis is minder vergezocht dan het lijkt. Onder het nieuwe  bewind van Lagarde lijkt de ECB klaar om de gebaande paden te verlaten. Hoewel een genderneutraal monetair beleid nog toekomstmuziek is, geldt dat niet voor een groen monetair beleid. Op de recente klimaatconferentie hebben politici weer eens hun onmacht laten zien om de klimaatcrisis aan te pakken. Omdat de ECB zich heeft bewezen als een slagvaardige crisisbestrijder, ligt het voor de hand om te kijken of zij kan bijdragen aan het oplossen van de klimaatcrisis. Christine Lagarde heeft al toegezegd zich sterk te willen maken voor een vergroening van het monetair beleid. Maar wat betekent dat concreet? En heeft de ECB wel het mandaat om het monetair beleid te vergroenen?

Volgens een voorstel dat nu circuleert zou de ECB niet meer moeten beleggen in obligaties van vervuilende bedrijven en zou de ECB deze obligaties ook niet langer als onderpand moeten accepteren. Het idee is dat de leenkosten van vervuilers dan stijgen en dat ze financieel worden geprikkeld om te verduurzamen. Tegenstanders van dit voorstel betogen dat het niet aan de ECB is om in haar beleggingsbeleid de ene bedrijfstak te bevoordelen boven de andere. Als de overheid vervuilende bedrijfsactiviteiten wil ontmoedigen kan zij dat heel goed zelf doen via democratisch tot stand gekomen veranderingen in het belastingstelsel, bijvoorbeeld in de vorm van een CO2 heffing. Ondanks de logica van dit laatste argument, lijkt het me toch een goed voorstel. Van een instelling die het publieke belang dient mag je enige kieskeurigheid in het beleggingsbeleid verwachten. De ECB heeft hiervoor bovendien het mandaat. Zolang zij haar primaire taak om voor prijsstabiliteit te zorgen niet uit het oog verliest, mag de ECB volgens het Verdrag van Maastricht haar macht gebruiken om het economisch beleid van de EU te ondersteunen. Vergroening is een onderdeel van dat beleid. Het zou dan ook goed zijn als de ECB obligaties van vervuilende bedrijven voortaan mijdt, net zoals obligaties van wapen- of sigarettenfabrikanten. Helaas laten berekeningen zien dat zo’n maatregel slechts een bescheiden effect heeft op de leenkosten van vervuilende bedrijven. Dit sympathieke voorstel zal dan ook geen “game-changer” zijn in het klimaatbeleid. Kan de ECB niet meer doen dan krabbelen in de marge? Moet Lagarde niet groter denken?

Bedrijfsobligaties beslaan slechts een klein deel van de balans van de ECB. Verreweg het meeste geld zit in Europese staatsleningen. Dit zijn leningen aan overheden die zich hebben gecommitteerd aan de klimaatafspraken van Parijs en die nu moeten leveren. Een groen monetair beleid dat staatsleningen ongemoeid laat is een gemiste kans om overheden een duwtje in de goede richting te geven. Als de ECB echt wil vergroenen, dan kan zij ervoor kiezen om met haar monetair beleid landen bij de klimaatles te houden. Bijvoorbeeld door alleen staatsleningen te gebruiken van landen die zich aan de klimaatafspraken houden. De leenkosten van regeringen die onvoldoende actie ondernemen zullen daardoor stijgen, terwijl regeringen die zich wel aan afspraken houden goedkoper uit zijn.

Wanneer de ECB milieueisen stelt aan staatsleningen zullen veel nationale politici beweren dat de ECB haar boekje te buiten gaat. Maar weet dan dat de zij die het hardste schreeuwen daarmee meteen aangeven hoe serieus ze de klimaatafspraken nemen. Politici die zich aan de klimaatafspraken houden hebben immers niets te vrezen. Laat Lagarde deze knuppel maar in het hoenderhok gooien.

Categorieën:Uncategorized

Negatieve rente voor kleine spaarders is een gevaarlijk experiment

6 februari 2020 Plaats een reactie

Opiniebijdrage in het ND, 10 september 2019

ING topman Ralph Hamers heeft een talent om ophef te veroorzaken. Toen hij vorige maand opperde om een negatieve spaarrente in rekening te brengen reageerden zijn klanten ontstemd. Een negatieve spaarrente betekent dat er geen rente meer wordt bijgeschreven, maar dat er een percentage op je tegoed wordt ingehouden. Het is het schrikbeeld voor elke brave spaarder: een saldo dat elk jaar automatisch een beetje daalt.

Sparen loont niet, dat is al jaren zo. De rente op een vrij opneembaar tegoed houdt de inflatie niet bij. Wanneer de spaarrente onvoldoende compensatie biedt voor de geldontwaarding, holt de koopkracht van het spaargeld achteruit. In reële termen, gecorrigeerd voor inflatie, hebben we al lang met een negatieve spaarrente te maken. Sinds de invoering van de vermogensrendementsheffing in 2000 wordt sparen bovendien extra bestraft door de fiscus. Gelukkig komt daar, als we de recente berichtgeving mogen geloven, in 2022 een einde aan. Voor de spaarder is dus relevant wat hij na belasting en inflatie met zijn spaargeld kan doen. Hoe droevig het lot van de hedendaagse spaarder ook is, in het verleden is het wel eens erger geweest. Zo lagen de spaarrentes aan het einde van de jaren zeventig veel lager dan de inflatie en werd de koopkracht van een spaartegoed toen sneller uitgehold dan nu. Waarom winden spaarders zich nu dan zo op over de uitspraken van Hamers? Er zijn, denk ik, een aantal oorzaken.

Wanneer mensen financiële beslissingen nemen hebben ze de neiging om in geldbedragen te denken, niet in termen van koopkracht. Spaarders kijken dan alleen naar de hoogte van de spaarrente en vergeten te corrigeren voor geldontwaarding. Economen noemen dit geldillusie. Daar komt een andere menselijke neiging bij. Uit de gedragseconomie is bekend dat mensen een verlies zwaarder wegen dan een winst. Dit verschijnsel wordt verliesaversie genoemd. De combinatie van geldillusie en verliesaversie kan verklaren waarom een negatieve spaarrente een heftige reactie ontlokt bij de spaarder. Een spaarder protesteert niet wanneer hij 0,5% rente krijgt bij een inflatie van 2%, maar wordt boos bij een negatieve rente van -0,5% en een inflatie van 1%. Terwijl in beide gevallen de koopkracht van het spaargeld met 1,5% daalt.

Geldillusie en verliesaversie zijn echter niet het hele verhaal. Het voelt ook anders of je als spaarder wordt gepakt door de inflatie, de fiscus of door de heer Hamers. Inflatie is een macro-economisch verschijnsel waar de spaarder niets aan kan doen. De meeste burgers beseffen ook dat het betalen van belasting een noodzakelijk kwaad is. Nu stelt echter de man die in 2018 een salarisverhoging van 50% wilde voor om spaartegoeden te korten. Natuurlijk schiet dit bij de spaarder in het verkeerde keelgat. Daar komt bij dat het vermijden van een negatieve spaarrente op je ING rekening gemakkelijker is dan het vermijden van inflatie of belastingen. Er zijn genoeg financiële instellingen die een hogere spaarrente bieden dan de grote banken. Bij de internetbank Moneyou, nota bene een volledig dochterbedrijf van ABN AMRO, krijgt de spaarder nog 0,15% rente, terwijl ABN AMRO haar eigen trouwe klanten afscheept met 0,02% (hetzelfde rentetarief als ING). Een negatieve spaarrente zou wel eens de trigger kunnen zijn die spaarders ertoe aanzet om hun geld bij een andere bank onder te brengen. En als dat niet lukt kunnen de bankbiljetten altijd nog onder het matras worden bewaard.

Het valt niet te voorspellen of de combinatie van geldillusie, verliesaversie en rancune jegens graaiende bankiers ertoe leidt dat kleine spaarders massaal hun geld opnemen bij een negatieve rente. Mocht dat gebeuren, dan zijn de banken verder van huis dan wanneer ze tijdelijk een wat lagere rentemarge accepteren. In belang van de financiële stabiliteit is het dus maar beter als het niet zover komt. Een negatieve rente voor kleine spaarders is een gevaarlijk experiment waar de economie niet op zit te wachten.

Het beste zou zijn als de negatieve rente bij de bron wordt aangepakt. Daartoe moet het economisch beleid in Europa veranderen. Sinds het begin van de crisis heeft de Europese Centrale Bank (ECB) met renteverlagingen en het opkopen van staatsschuld de Europese economie gestimuleerd. Nu de Europese economie wederom tekenen van zwakte vertoont wordt er opnieuw naar de ECB gekeken. Maar een nog lagere rente heeft weinig zin als het goedkope geld niet wordt gebruikt voor investeringen in de reële economie. De nieuwe ECB president Christine Lagarde roept overheden dan ook terecht op om meer te investeren in milieu, infrastructuur en onderwijs en een ruimer begrotingsbeleid te voeren. Juist in Nederland en Duitsland, waar spaarders klagen over de lage rente, houden de ministers van financiën echter de hand op de knip. Het wordt tijd dat zij inzien dat het voor de ECB gemakkelijker is om een einde te maken aan de negatieve rente, wanneer zij hun begrotingsbeleid inzetten om de kwakkelende economie te stimuleren.

Categorieën:Uncategorized