Archief

Archive for september, 2018

Versoepeling bsa bevordert uitstelgedrag

7 september 2018 Plaats een reactie

Opiniebijdrage in het ND van 7 september

Universiteiten zijn jarenlang door de politiek onder druk gezet om studenten sneller te laten studeren. Die tijd lijkt nu voorbij. Minister van Onderwijs Van Engelshoven vindt dat de onderwijsinstellingen studenten niet te veel moeten vermoeien. Concreet stelt zij voor de norm voor het bindend studieadvies (bsa) te maximeren op 40 studiepunten. Dit betekent dat eerstejaars studenten hun studie mogen vervolgen wanneer zij 40 van de 60 studiepunten halen.

Van Engelshoven meent dat wie tweederde van de studiepunten haalt, nooit op de verkeerde plek kan zitten. Dat klinkt redelijk, maar is het niet. Op het Gymnasium zal een scholier die tweederde van de vereiste studiepunten haalt het advies krijgen om over te stappen naar het Atheneum of de Havo. Doorgaan naar het volgende jaar is niet aan de orde. Maar wat normaal is in het vwo, dat studenten doorstromen na afronding van het voorgaande jaar, roept vreemd genoeg weerstand op in het hoger onderwijs. De prestatienorm waarmee de scholier is opgegroeid wordt overboord gegooid.

De minister beweert dat een hoge studiepunteneis stress veroorzaakt, maar een relatie tussen studiestress en de hoogte van de bsa-norm is nooit aangetoond. Een zekere mate van stress hoort bij een academische studie. Tentamens zijn stressmomenten. Veel studenten ervaren ook stress bij het schrijven van een scriptie. Maar dat is geen reden om die dan maar af te schaffen. Tijdens de studie leren studenten omgaan met deadlines en het presteren onder druk, iets waar studenten tijdens de beroepsloopbaan veelvuldig mee te maken zullen krijgen. Door studenten het tijdens de studie gemakkelijk te maken zal de overgang naar het bedrijfsleven des te moeizamer zijn. Daarnaast vergeet de minister dat studenten ook psychische problemen kunnen ondervinden wanneer ze te lang doormodderen in een opleiding waarvoor ze niet geschikt of gemotiveerd zijn. Hoe voelt het als familie en vrienden voor de zoveelste keer naar je gebrekkige studievoortgang informeren? Wat doet dat met je eigenwaarde? Als de studie niet wil vlotten, heeft de student baat bij een snelle overstap naar een andere opleiding. Een hoge bsa-norm helpt daarbij.

De minister refereert ook aan de aanpassingsproblemen van studenten bij de overgang van het vwo naar de universiteit. Opleidingen lossen deze problemen op met flankerend beleid, door bijvoorbeeld herkansingen toe te staan, een compensatieregeling te gebruiken of persoonlijke omstandigheden mee te wegen in de voortgangsbeslissing. Eerder dit jaar oordeelde de onderwijsrechter dat de hoge bsa-norm van 60 studiepunten die de Erasmus Universiteit hanteert niet onredelijk is, mede gelet op de maatregelen die de student in staat stellen de norm in één jaar te halen.

Vele goede en gemotiveerde studenten slagen er gelukkig in om het eerste bachelorjaar in één keer te halen. Voor hen is deze discussie irrelevant. Maar er zijn ook studenten die calculerend met de bsa-norm omgaan. Sommigen beginnen voortvarend aan de studie maar verslappen zodra de minimumeis in zicht is. Anderen beginnen te laat en weten met een eindspurt nog net aan de norm te voldoen. Een norm die bedoeld is als minimumeis, wordt in de praktijk een streefwaarde. Een lage bsa-norm faciliteert zo het uitstelgedrag van de student. Dat is uiteindelijk niet in zijn of haar belang. Het is niet leuk om als ouderejaars student nog eerstejaars vakken te moeten inhalen, terwijl je jaargenoten op internationale uitwisseling gaan of aan een stage beginnen. Een vliegende start van de studie is beter voor de motivatie.

De universiteiten worden niet de dupe van deze maatregel. Integendeel, als studenten hierdoor studievertraging oplopen incasseren ze meer collegegeld. Maar de student betaalt de rekening en wordt onder het sociaal leenstelsel met een hogere studieschuld opgescheept. De steun van de studentenvakbond aan de minister is dan ook moeilijk te begrijpen.

Het meest kwalijk is de boodschap die de maatregel uitstraalt. Een bsa-norm van maximaal 40 studiepunten geeft aan studenten het signaal af dat het OK is om eenderde van het eerste jaar te missen. Onderpresteren wordt immers wettelijk gesanctioneerd. Dat een bevoorrechte groep in de samenleving zo weinig wordt uitgedaagd is niet uit te leggen aan burgers die die kans niet krijgen.

Categorieën:Uncategorized

Laat de brugramp een wake-up call zijn

5 september 2018 Plaats een reactie

Opiniebijdrage in het ND van 5 september

De ramp met de Morandibrug in Genua is illustratief voor het falen van de Italiaanse staat. Toch is een krakende infrastructuur geenszins een exclusief Zuid-Europees verschijnsel. Wegrottende bruggen vind je ook in Duitsland. Het verschil is dat de Duitsers ze sluiten voordat ze instorten.

Al snel na de ramp wees Matteo Salvini, de Italiaanse vice-premier en Lega-leider, met de beschuldigende vinger naar Brussel. De verwaarlozing van de infrastructuur zou te wijten zijn aan de Europese begrotingsregels. Maar dat is een wel erg gemakkelijke poging om de verantwoordelijkheid af te schuiven. Nationale regeringen maken binnen de Europese spelregels hun eigen keuzes en zijn daar ook zelf verantwoordelijk voor. De Europese Commissie heeft de afgelopen jaren Italië regelmatig van zinnige adviezen voorzien, o.a. om de belastingontduiking aan te pakken en de efficiëntie van het overheidsapparaat te verbeteren. Een advies om te beknibbelen op bruggenonderhoud zat daar niet bij. De realiteit is helaas dat het voor politici gemakkelijker is om investeringen uit te stellen en onderhoudsbudgetten te snoeien dan om de overheidsfinanciën structureel te verbeteren. Als de Italiaanse regering de verantwoordelijkheid om de juiste keuzes te maken niet aankan, zou dat overigens pleiten voor meer bemoeienis vanuit Brussel. Ik vermoed dat de euro-sceptische Salvini daar niet op zit te wachten. Maar de beste manier om Brussel buiten de deur te houden is natuurlijk om zelf orde op zaken te stellen.

Het Italiaanse onvermogen neemt niet weg dat we in het eurogebied kampen met een investeringsprobleem. Ook andere probleemlanden hebben tijdens de crisis flink bezuinigd op de publieke investeringen. Volgens een recent rapport van de Europese Investeringsbank liggen de Europese investeringen in infrastructuur nog steeds 20% onder het niveau van voor de crisis. De bank constateert tevens dat dit het lange-termijn groeipotentieel van de Europese economie ondermijnt; de concurrentiekracht van een economie hangt immers ook af van de kwaliteit van de infrastructuur. Tegelijkertijd heeft Duitsland nagelaten om serieus te investeren in infrastructuur en onderwijs. Duitse politici verkeren helaas in de onjuiste veronderstelling dat een overheidsbegroting net als een huishoudboekje altijd in evenwicht moet zijn. Verblind door het exportsucces en starend naar de begrotingsdiscipline hadden de Duitsers geen oog voor de mankementen in de eigen economie. Ook Europa heeft te weinig gedaan. Het in 2014 met veel tamtam aangekondigde investeringsplan van commissievoorzitter Juncker was te gering van omvang om een groot effect te hebben op de infrastructuur, de groei en de werkgelegenheid.

Het macro-economische spiegelbeeld van dit investeringstekort is een handelsoverschot – er wordt meer geëxporteerd dan geïmporteerd: Duitse werknemers bouwen auto’s voor de export in plaats van binnenlandse wegen en scholen. Duitsland heeft nu het grootste handelsoverschot ter wereld en is daarmee in het vizier van de schietgrage Amerikaanse president Donald Trump gekomen, die vindt dat het Duitse exportsucces ten koste gaat van Amerikaanse bedrijven. In de Zuid-Europese landen hebben de bezuinigingen de ervoor gezorgd dat er minder wordt uitgegeven , waardoor deze landen minder zijn gaan importeren en hun producenten zich meer op de export zijn gaan richten. Voor het eurogebied als geheel resulteert dit in het grootste handelsoverschot sinds de introductie van de euro. Te groot volgens het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Met enige regelmaat roept het IMF Duitsland en Nederland op om iets doen aan hun buitensporige overschotten, bijvoorbeeld door meer te investeren en hogere lonen te betalen. Zo’n stimulans zou het ook voor de andere eurolanden gemakkelijker maken om mee te groeien, door bijvoorbeeld meer naar Duitsland en Nederland te exporteren. Naar het IMF wordt echter niet geluisterd. Wellicht zijn de Duitsers gevoeliger voor de Trump’s dreiging met handelssancties.

Sinds de start van de crisis zijn de Europese investeringen in infrastructuur het slachtoffer van de Duitse nadruk op begrotingsdiscipline en de Zuid-Europese neiging om bij bezuinigingen de weg van de minste weerstand te kiezen. Het wrange is dat juist tijdens de crisis de omstandigheden om stevig in infrastructuur te investeren ideaal waren. Het ruime monetaire beleid van de ECB zorgde voor extreem lage financieringslasten. Door de crisis was er ook voldoende overcapaciteit om investeringsprojecten snel op te pakken. Maar het is nog niet te laat. De rente blijft voorlopig laag en zeker in een land als Italië is er nog overcapaciteit. Laten we daarom hopen dat de ramp in Genua een wake-up call is. Investeringen zijn natuurlijk altijd risicovol, maar de ingestorte Morandibrug symboliseert dat er ook risico’s kleven aan nietsdoen.