Archief

Archive for januari, 2018

Extreme armoede de wereld uit?

26 januari 2018 Plaats een reactie

Opiniebijdrage in het ND van 26 januari

Elk jaar in januari, wanneer de rijken en machtigen der aarde bijeen komen in Davos, publiceert de ontwikkelingsorganisatie Oxfam een rapport over de wereldwijde ongelijkheid. Met pakkende statistieken wil Oxfam de elite een ongemakkelijk gevoel geven en tot actie aansporen. Vorig jaar luidde de boodschap dat de rijkste acht mensen evenveel vermogen bezitten als de helft van de wereldbevolking. Dit jaar kopt Oxfam dat de rijkste 1% maar liefst 82% van de groei van onze rijkdom “kaapt”. Het zijn cijfers die appelleren aan ons gevoel voor rechtvaardigheid en suggereren dat de superrijken blaam treffen voor de wereldwijde armoede. Het is koren op de molen van voorstanders van een drastische herverdeling van rijk naar arm. Oxfam zelf concludeert dat het bestrijden van extreme armoede vereist dat we een einde maken aan extreme rijkdom.

Tegenstanders van deze redenering vinden dat Oxfam een te eenzijdig beeld schetst. In de afgelopen decennia is de armoede wereldwijd sterk gedaald. In China is een rijke middenklasse ontstaan. Het aantal mensen dat daar in extreme armoede leeft is sterk verminderd. En ja, er zijn ook heel veel Chinese miljardairs bijgekomen. Maar geen Chinees zal terug willen naar de tijd van Mao’s Grote Sprong Voorwaarts, toen de ongelijkheid ongetwijfeld een stuk lager lag, maar miljoenen Chinezen stierven door honger en terreur. Voor de bestrijding van extreme armoede in China was het dus blijkbaar niet vereist om de extreme rijkdom aan te pakken. Integendeel, extreme rijkdom was een bij-effect van een zeer voorspoedige economische ontwikkeling. Of kijk naar Venezuela, door Duncan Green (hoofd onderzoek Oxfam) in het verleden aangeprezen als het Latijns-Amerikaanse succesverhaal op het gebied van ongelijkheid. Venezuela is inderdaad één van de minst ongelijke landen in Latijns-Amerika, maar ook een land waar de inwoners vertrekken omdat ze niet in hun eerste levensbehoeften kunnen voorzien. Geen gidsland dus. Herverdeling is ook geen kant-en-klare oplossing voor taaie bestuurlijke problemen. In Congo is veel armoede, maar het land heeft een enorme rijkdom aan bodemschatten. Congo heeft vooral behoefte aan vrede en goed bestuur, niet aan het geld van de rijkste acht. Meer in het algemeen geldt dat het oppassen is geblazen met extreme herverdeling. In de economie geldt immers dat hoe je een taart verdeelt invloed heeft op de omvang van de taart. Als Mark Zuckerberg niet het vooruitzicht had gehad op grote rijkdom, had hij de wereld wellicht niet blij gemaakt met Facebook.

Deze kanttekeningen nemen niet weg dat Oxfam terecht aandacht vraagt voor extreme rijkdom. Enige nuance is daarbij wel op zijn plaats. De meeste mensen zullen een succesvol ondernemer zijn rijkdom gunnen. Door globalisering en technologische ontwikkelingen vertaalt succesvol ondernemerschap zich meer dan vroeger in mondiaal succes en dus ook in grotere rijkdom. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Het wordt anders wanneer rijkdom niet op eigen kracht is verkregen, zoals in landen waar de elite zich via vriendjespolitiek natuurlijke hulpbronnen of monopolieposities toe-eigent. De Russische oligarchen zijn een bekend voorbeeld. Bij de rijkste acht van Oxfam zit er één – de Mexicaanse telecom-monopolist Carlos Slim – die een duwtje in de rug heeft gekregen van zijn politieke vrienden. Het wordt ook anders wanneer de superrijken zich met belastingconstructies en via belastingparadijzen onttrekken aan het medefinancieren van publieke voorzieningen. Verder kan de waardering voor ondernemerssucces verdampen wanneer giganten als Google, Facebook en Amazon hun marktmacht misbruiken, bijvoorbeeld om de concurrentie te elimineren of hun werknemers uit te buiten. Al deze misstanden bevestigen het gevoel van de gewone burger dat de markteconomie er niet voor hem is, maar voor de rijken. Daarmee wordt het draagvlak voor ons economisch systeem uitgehold. Het overheidsbeleid moet er dan ook op gericht zijn om deze problemen aan te pakken, met betere internationale belastingafspraken, een strenger toezicht op (tech)giganten en meer aandacht voor de arbeidsvoorwaarden en de loonontwikkeling van werknemers.

Extreme armoede moeten we de wereld uitbannen. Dat geldt wat mij betreft niet per se voor extreme rijkdom. Tenminste, als deze het resultaat is van waardevolle innovatie, goed ondernemerschap of hard werken. En als de ondernemer keurig zijn belasting betaalt, zijn werknemers en toeleveranciers netjes behandelt en zijn concurrenten niet uit de markt drukt. Het is van groot belang dat overheden deze spelregels aanscherpen en handhaven. Niet uit een ideologische weerzin tegen extreme rijkdom, maar omdat de acceptatie van onze vrije markteconomie vereist dat de superrijken zich niet onttrekken aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Categorieën:Uncategorized