Home > Banken, Uncategorized > Na de healthcheck zijn onze banken nog steeds obese

Na de healthcheck zijn onze banken nog steeds obese

Opiniebijdrage in het ND van 5 november

De grootscheepse doorlichting van de Europese bankensector is eindelijk afgerond. Onder leiding van de ECB hebben maar liefst 6000 experts de bankbalansen nageplozen en onderworpen aan stresstesten. Iedereen die de uitkomsten van zo’n arbeidsintensieve en voor outsiders niet-reproduceerbare klus in twijfel trekt begeeft zich op glad ijs. Maar laat ik toch een poging wagen.

De bankentoezichthouders wilden dit keer laten zien dat ze streng kunnen zijn. Na twee eerdere beschamende stresstesten door de Europese bankenautoriteit – in beide gevallen rap gevolgd door het omvallen van een goedgekeurde bank – was nu de reputatie van het toezicht in het geding. Streng lijken was dus prioriteit nummer één. Tegelijkertijd moest de uitkomst ook weer niet zo slecht zijn dat het onrust in de financiële markten veroorzaakt en regeringen dwingt om wederom vele miljarden euro’s steun te verlenen aan banken. Dat zou niet goed zijn voor het economisch herstel en de overheidsfinanciën. Kortom, de ideale uitkomst bestond uit stoer blaffen, maar niet doorbijten.

Laat dat nou precies de uitkomst zijn die onlangs is gepresenteerd. Van de 130 banken zijn er 25 gezakt. Dat is best een hoog percentage. Veel banken laten zakken maakt een stoere indruk. Maar in de meeste gevallen gaat het om onbelangrijke banken uit de periferie van het eurogebied. Bovendien hebben 12 banken sinds de testdatum nieuw kapitaal opgehaald, waardoor er per saldo maar € 9,5 miljard aan extra kapitaal bij hoeft bij 13 banken. Dat is een schijntje op een gezamenlijk balanstotaal van € 22 biljoen. Kortom, van deze “strenge” test zullen de financiële markten en de schatkistbewaarders niet wakker liggen. Al met al lijkt deze uitkomst te uitgekiend om geloofwaardig te zijn.

Na de bekendmaking dat de Nederlandse banken waren geslaagd regende het zelfvoldane opmerkingen vanuit de financiële sector en de politiek. Toezichthouder DNB en bankiersclub NVB verklaarden de banken financieel gezond. Minister Dijsselbloem merkte zelfs op dat hiermee de bankencrisis kan worden afgesloten. Dat is om een aantal redenen voorbarig.

De verklaring van goede gezondheid die de ECB nu aan de Nederlandse banken heeft afgegeven is gebaseerd op kapitaaleisen die door bijna alle onafhankelijke economen als te laag worden beoordeeld. Hoe schokbestendig kan een bank immers zijn met een minimale “leverage ratio” van 3%, wat wil zeggen dat iedere euro eigen vermogen nog steeds 33 keer mag worden uitgeleend?

Een ander kritiekpunt betreft de stresstesten. Hiermee wordt nagegaan wat de invloed van ongunstige economische toekomstscenarios op de bankbalansen is. Sommige stressfactoren zijn meegenomen, zoals een daling van de huizenprijzen en een forse krimp van de economie. Maar met een deflatiescenario, toch allerminst denkbeeldig, houden de stresstesten geen rekening. Terwijl juist bij dalende prijzen bedrijven in de problemen raken en banken moeten afschrijven op kredieten. Ook houden de toekomstscenarios geen rekening met nieuwe eurostress, waarbij sterk oplopende rentestanden op de staatsschuld van Zuid-Europese landen het financiële systeem ontwrichten en de stabiliteit van de muntunie op de proef stellen. Dat is een ernstige lacune, gezien het feit dat de schuldenproblemen van veel eurolanden nog allerminst zijn opgelost.

Terwijl de ECB hoog opgeeft van de omvang en reikwijdte van deze exercitie, zou dat eigenlijk een punt van zorg moeten zijn. Als een leger van 6000 experts, waaronder 5000 consultants die speciaal zijn ingehuurd vanuit de private sector, maandenlang bezig is om een momentopname te maken van de kwaliteit van de bankbalansen op 31 december 2013, hoe kan de ECB dan garanderen dat zij in staat is continu de vinger aan de pols te houden? Dat lijkt welhaast een bovenmenselijke opgave.

Naast deze algemene kanttekeningen zijn er een aantal specifieke redenen waarom de zelfgenoegzaamheid over onze banken misplaatst is. Op drie belangrijke punten onderscheidt ons bankwezen zich negatief van de branchegenoten in het eurogebied. Nederland is het land met de grootste bankensector in verhouding tot de omvang van de economie. Nederland behoort ook tot de landen waarin de concentratiegraad van het banken het hoogste is, wat betekent dat de markt wordt gedomineerd door een beperkt aantal grootbanken. En op België na is er geen land waar banken zo weinig eigen vermogen aanhouden ten opzichte van hun balanstotaal. De combinatie van deze drie kenmerken maakt dat het systeemrisico hoog is: als een bank in de problemen komt, is dat meteen een probleem voor onze economie. Kortom, het Nederlandse bankwezen lijdt nog steeds aan obesitas. Dat de doctor nu een health check heeft gedaan doet niets af aan de noodzaak tot afslanken.

 

 

 

 

 

Advertenties
Categorieën:Banken, Uncategorized
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s