Archief

Archive for november, 2014

MoneYou overtreedt de regels

27 november 2014 Plaats een reactie

Update 29/11: intussen heeft moneyou.at de website aangepast.

Het FD publiceerde vandaag een artikel over de honger naar buitenlands spaargeld van de Nederlandse grootbanken. Ik heb mijn bedenkingen tegen deze financieringsvorm elders opgeschreven (ESB 31/8/2008 en ESB 1/4/2011). Maar DNB vindt het blijkbaar nog steeds geen probleem dat banken buitenlands spaargeld onder het Nederlandse garantiestelsel bijeen blijven harken. Deze activiteit heeft overigens weinig te maken met het depositofinancieringsgat, zoals de bankenlobby beweert, maar meer met de wens van banken om zich zo goedkoop mogelijk te financieren. Het ophalen van buitenlands spaargeld onder dekking van het Nederlandse garantiestelsel is nu eenmaal goedkoper dan het uitgeven van obligaties die wellicht ten prooi vallen aan een bail-in.

Wel maakt onze overheid zich druk over het gebruik van het Nederlandse DGS in reclameuitingen in het buitenland. Ik citeer uit een antwoord van Minister de Jager op kamervragen van Ronald Plasterk  in 2011:

Verder is relevant om op te merken dat banken, op basis van Europese regelgeving en de Wft, potentiële en bestaande depositohouders dienen te informeren welk DGS op hen van toepassing is. Tegelijkertijd geldt echter dat het een financiële onderneming op grond van artikel 3:264, lid 1, Wet op het financieel toezicht (Wft) niet is toegestaan deze informatie voor reclamedoeleinden te gebruiken. Lid 2 van dit artikel staat wel toe dat een bank in een reclame-uiting vermeldt dat op haar een vangnetregeling van toepassing is.

Indertijd is de Rabobank op de vingers getikt voor een overtreding van deze regel bij de marketing van RaboDirect in België:

Het is niet aan mij om te oordelen of de informatie die de Rabobank op haar website had opgenomen in strijd is met lid 1 van dit artikel. De Nederlandsche Bank (DNB) ziet hierop toe en kan zo nodig direct of indirect corrigerend optreden. Echter, ik kan me voorstellen dat de door de vraagsteller aangehaalde tekst wervend over kan komen, en dat de tekst niet voldoende tot uitdrukking brengt dat de kosten van het DGS ten laste komen van de banken. Ook de Rabobank heeft aangegeven dat de tekst op de Belgische website van de Rabobank de suggestie wekte dat deze voor reclamedoeleinden was bedoeld. De Rabobank heeft aangegeven dat dit niet had mogen gebeuren en heeft de tekst aangepast om deze suggestie weg te nemen.

Je zou denken dat banken zich sindsdien aan de regels houden, maar dat blijkt niet het geval (niets geleerd…). Hieronder een screenshot van www.moneyou.at, de Oostenrijkse website van MoneYou (de internetspaarbank van ABN AMRO):

MoneYou

Onder de kop “Professionalität und Sicherkeit” staat bij een goedkeurend vinkje:

“Bis zu €100.000 Einlagenversicherung durch die niederländische Zentralbank.”

Dat lijkt mij in strijd met bovenstaande regels. Er had natuurlijk moeten staan:

Let op: in Nederland staan de banken onderling garant voor het spaargeld. U kunt dus geen beroep doen op de Nederlandse overheid. U dient zich ervan bewust te zijn dat er op België na geen Europees land is waar banken zo weinig eigen vermogen aanhouden ten opzichte van hun balanstotaal als Nederland.

Categorieën:Banken, Uncategorized

Foute toon, goede boodschap

26 november 2014 Plaats een reactie

Ik begrijp niet zo goed waarom de gimmick-onthulling van Ewald Engelen nieuwswaardig is. Bij de publicatie van zijn boek De Schaduwelite was het immers evident dat de namenlijst niet was gebaseerd op zorgvuldig onderzoek, maar louter diende ter provocatie. Personen zonder onderbouwing beschuldigen is natuurlijk laakbaar. Misschien goed voor de verkoopcijfers, maar slecht voor de geloofwaardigheid van de auteur. Ik vind het ook niet fraai om vervolgens de verantwoordelijkheid af te schuiven op de uitgever.

Maar de foute toon betekent nog niet dat de boodschap kan worden genegeerd. Er is wel degelijk iets mis met de financieel-economische elite in Nederland en Ewald Engelen is helaas één van de weinigen die zich hierover druk maakt. Binnen deze elite heerst een stroperige ons-kent-ons cultuur waarin belangenverstrengeling op de loer ligt, onafhankelijke bewakers van het publieke belang schaars zijn en de financiële sector gemakkelijk het beleid kan beïnvloeden. Hierdoor is het inderdaad, zoals Engelen betoogt, heel lastig om radicale veranderingen door te voeren.

Twee praktijken die deze cultuur voeden zijn wijdverspreid. In de eerste plaats komt het regelmatig voor dat politici, ambtenaren of toezichthouders overstappen naar veel beter betaalde functies in de financiële sector. Als dit een gangbaar loopbaanperspectief is, kan de burger er niet zeker van zijn dat deze overheidsdienaren louter het publieke belang behartigen. Met het oog op hun life time earnings kunnen ze misschien maar beter de financiële sector te vriend houden.

In de tweede plaats zijn de banden tussen de wetenschap en de financieel-economische praktijk te nauw (zie ook het artikel Ondernemende professoren in De Groene van deze week). Het meest in het oog springend is dit in de accountancy en het fiscaal recht, waar veel hoogleraren tevens partner zijn bij een accountantskantoor, maar het komt elders ook voor. Daarnaast doet de financiële sector op allerlei manieren aan sponsoring van de wetenschap(pers). Door dit alles klinkt het onafhankelijke tegengeluid vanuit de wetenschap veel te zacht door. Het is jammer dat Ewald Engelen dat probeert te overcompenseren op een manier die veel symphatisanten zal tegenstaan.

Categorieën:Banken, Uncategorized

De goudflater van DNB

22 november 2014 2 reacties

De noodzaak van dat gesleep met goudstaven ontgaat mij eerlijk gezegd helemaal. Dus toch maar eens het persbericht van DNB over “de aanpassing van het locatiebeleid” lezen. Daarin staat dat DNB een evenwichtigere spreiding van de goudvoorraad wil realiseren en dat de verscheping van goud terug naar Nederland kan “bijdragen aan een positief vertrouwenseffect bij het publiek.” Beide argumenten roepen vragen op.

Het spreidingsargument lijkt te zijn geleend uit de portefeuilletheorie (niet alle eieren in één mandje stoppen). Portefeuilletheorie is toepasbaar als er een risico is om te spreiden. Maar als de Federal Reserve Bank risicoloos goud kan opslaan verliest het argument zijn kracht. Als er wel diversificeerbaar locatierisico kleeft aan de goudopslag bij centrale banken, dan ligt verscheping naar Amsterdam nog steeds niet voor de hand. Uit een oogpunt van optimale spreiding was het dan beter geweest om de goudstaven naar Parijs of Frankfurt te brengen (Zürich zou ik niet doen, we hebben slechte ervaringen met Zwitsers die ons goud bewaren). Kortom, het spreidingsargument rammelt aan alle kanten.

Dan het positieve vertrouwenseffect. DNB maakt niet duidelijk wat daar precies mee wordt bedoeld, dus ik moet gissen. Het zou kunnen gaan om een toegenomen vertrouwen in de veiligheid van onze goudvoorraad: eigen kluis is goud waard. Het idee is blijkbaar dat je waardevolle stukken beter dichtbij huis kunt bewaren, omdat dat meer vertrouwen geeft in de veiligheid. Zo zijn er ook nog steeds mensen die denken dat bankbiljetten onder het matras veiliger zijn dan bij een bank. Ik denk niet dat een centrale bank dit soort irrationele en xenofobe gevoelens zou moeten aanwakkeren. DNB zou juist pal moeten staan voor de veiligheid van ons goud bij haar buitenlandse collega’s en voor de veilige bewaring van kostbaarheden in het financiële stelsel in het algemeen.

Een alternatieve interpretatie is dat de toegenomen hoeveelheid goud op eigen bodem het vertrouwen in de waarde van ons geld verhoogt. Het zou fijn zijn als DNB daarvoor enige evidentie kan leveren. Ik ken in ieder geval geen empirische studies die aantonen dat de locatie van de goudvoorraad een effect heeft op het vertrouwen in geld. Los daarvan is er weinig mis met de waardevastheid van de euro. De inflatie is nu lager dan 1% en ook de inflatieverwachtingen op de middellange termijn liggen beneden de inflatiedoelstelling van 2%. Dit zijn nou niet echt aanwijzingen dat er met goudstaven geschoven moet worden om het vertrouwen in ons geld een boost te geven. ECB president Mario Draghi wil juist dat de Europese inflatie toeneemt. Als we de logica van DNB volgen zouden we misschien beter wat goudstaven naar Zimbabwe kunnen verschepen (over onorthodox monetair beleid gesproken).

Kortom, het persbericht van DNB is dom en schadelijk. Het toekennen van een vertrouwenseffect aan de locatie van de goudvoorraad ondermijnt het vertrouwen in de centrale bank als monetaire autoriteit in een fiduciair geldstelsel. Laten we het maar houden op een gaffe van een onwetende communicatiemedewerker.

Breed voor de middelmaat, disciplinair voor de top

18 november 2014 Plaats een reactie

Het voornemen van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam om uit efficiëntieoverwegingen haar bacheloropleidingen te hervormen houdt de gemoederen bezig. Vorige week regende het opiniestukken hierover, o.a. in de Volkskrant. Het meest omstreden is de voorgenomen omvorming van een aantal afzonderlijke disciplinaire bacheloropleidingen naar een brede liberal arts bachelor naar Amerikaans model. In de reacties overheerst treurnis over het verlies van specialistische opleidingsmogelijkheden. Een enkeling brengt daar tegenin dat het gros van de studenten later geen specialistische functie gaat uitoefenen. Een bredere academische vorming zou geschikter zijn voor deze groep. Als de discussie echter op dit niveau blijft, komen we er niet uit. Hoogopgeleide specialisten en generalisten zijn beiden nodig in een moderne economie. De vraag is wat de juiste verhouding is en welke student je wilt opleiden tot specialist dan wel generalist.

Mijn inschatting is dat er meer generalisten dan specialisten nodig zijn (zeker in de alfa en gamma wetenschappen; bij de beta wetenschappen kan dat anders liggen) en dat je bij voorkeur de excellente studenten moet willen opleiden tot specialist. Natuurlijk kunnen deze ook excelleren in generalistische functies, maar het omgekeerde is problematisch. Ik wil in ieder geval liever niet worden geopereerd door iemand die zesjes haalde tijdens zijn opleiding geneeskunde. De voorkeursinzet van excellente studenten in specialistische opleidingen is een toepassing van wat economen de wet van het comparatieve voordeel noemen. Over deze uitgangspunten valt natuurlijk te twisten, maar laten we eens kijken wat ze impliceren voor het opleidingenlandschap in Nederland.

Van oudsher zijn onze universitaire opleidingen disciplinair ingericht. In de loop der tijd hebben de groeiende studentenaantallen en de uitbreidingsdrift van universiteiten een situatie geschapen waarin de meeste disciplines op een heleboel plekken in Nederland worden aangeboden. In 1913 kon je maar op één plek in Nederland economie studeren, nu bijna overal. Voor massale studies als economie of bedrijfskunde is de spoeling op de meeste plekken nog wel dik genoeg, maar voor andere disciplines ligt dat anders. De situatie aan de UvA laat zien dat in de geesteswetenschappen de versnippering in het opleidingenaanbod moeilijk is vol te houden. Een recentere trend is dat universiteiten veel geld steken in University Colleges, waar excellente studenten brede interdisciplinaire bacheloropleidingen volgen. Over de financiële situatie van deze prestigeprojecten horen we de universiteiten overigens nooit.

Kortom, we bieden nu een selecte groep van talentvolle studenten een brede bacheloropleiding aan via de University Colleges; de massa krijgt echter nog steeds het disciplinaire aanbod voorgeschoteld. Op basis van mijn uitgangspunten zou je precies het omgekeerde verwachten. Het zou beter zijn om juist de excellente studenten zich vroeg te laten specialiseren (zeker gezien de korte duur van het bachelor-master traject in Nederland) en juist de middelmaat te laten kiezen voor grotere brede bacheloropleidingen. Dit zou betekenen dat het disciplinaire bacheloronderwijs meer geconcentreerd moet worden om de versnippering van goede studenten (en docenten) tegen te gaan. Dus minder aanbieders per discipline, waardoor de disciplinaire opleidingen financieel levensvatbaar kunnen zijn en een hoge kwaliteit kunnen bieden. De omvorming van noodlijdende disciplinaire bacheloropleidingen tot een brede bachelor aan de UvA is op zichzelf dus geen ramp, zolang een goede student die dat wil maar ergens Nederland een disciplinaire topbachelor in Geschiedenis or Frans kan gaan doen. Goede studenten zouden immers voor de inhoud moeten gaan, niet voor de grachten of de gezelligheid.

 

Categorieën:Onderwijs, Uncategorized

Na de healthcheck zijn onze banken nog steeds obese

5 november 2014 Plaats een reactie

Opiniebijdrage in het ND van 5 november

De grootscheepse doorlichting van de Europese bankensector is eindelijk afgerond. Onder leiding van de ECB hebben maar liefst 6000 experts de bankbalansen nageplozen en onderworpen aan stresstesten. Iedereen die de uitkomsten van zo’n arbeidsintensieve en voor outsiders niet-reproduceerbare klus in twijfel trekt begeeft zich op glad ijs. Maar laat ik toch een poging wagen.

De bankentoezichthouders wilden dit keer laten zien dat ze streng kunnen zijn. Na twee eerdere beschamende stresstesten door de Europese bankenautoriteit – in beide gevallen rap gevolgd door het omvallen van een goedgekeurde bank – was nu de reputatie van het toezicht in het geding. Streng lijken was dus prioriteit nummer één. Tegelijkertijd moest de uitkomst ook weer niet zo slecht zijn dat het onrust in de financiële markten veroorzaakt en regeringen dwingt om wederom vele miljarden euro’s steun te verlenen aan banken. Dat zou niet goed zijn voor het economisch herstel en de overheidsfinanciën. Kortom, de ideale uitkomst bestond uit stoer blaffen, maar niet doorbijten.

Laat dat nou precies de uitkomst zijn die onlangs is gepresenteerd. Van de 130 banken zijn er 25 gezakt. Dat is best een hoog percentage. Veel banken laten zakken maakt een stoere indruk. Maar in de meeste gevallen gaat het om onbelangrijke banken uit de periferie van het eurogebied. Bovendien hebben 12 banken sinds de testdatum nieuw kapitaal opgehaald, waardoor er per saldo maar € 9,5 miljard aan extra kapitaal bij hoeft bij 13 banken. Dat is een schijntje op een gezamenlijk balanstotaal van € 22 biljoen. Kortom, van deze “strenge” test zullen de financiële markten en de schatkistbewaarders niet wakker liggen. Al met al lijkt deze uitkomst te uitgekiend om geloofwaardig te zijn.

Na de bekendmaking dat de Nederlandse banken waren geslaagd regende het zelfvoldane opmerkingen vanuit de financiële sector en de politiek. Toezichthouder DNB en bankiersclub NVB verklaarden de banken financieel gezond. Minister Dijsselbloem merkte zelfs op dat hiermee de bankencrisis kan worden afgesloten. Dat is om een aantal redenen voorbarig.

De verklaring van goede gezondheid die de ECB nu aan de Nederlandse banken heeft afgegeven is gebaseerd op kapitaaleisen die door bijna alle onafhankelijke economen als te laag worden beoordeeld. Hoe schokbestendig kan een bank immers zijn met een minimale “leverage ratio” van 3%, wat wil zeggen dat iedere euro eigen vermogen nog steeds 33 keer mag worden uitgeleend?

Een ander kritiekpunt betreft de stresstesten. Hiermee wordt nagegaan wat de invloed van ongunstige economische toekomstscenarios op de bankbalansen is. Sommige stressfactoren zijn meegenomen, zoals een daling van de huizenprijzen en een forse krimp van de economie. Maar met een deflatiescenario, toch allerminst denkbeeldig, houden de stresstesten geen rekening. Terwijl juist bij dalende prijzen bedrijven in de problemen raken en banken moeten afschrijven op kredieten. Ook houden de toekomstscenarios geen rekening met nieuwe eurostress, waarbij sterk oplopende rentestanden op de staatsschuld van Zuid-Europese landen het financiële systeem ontwrichten en de stabiliteit van de muntunie op de proef stellen. Dat is een ernstige lacune, gezien het feit dat de schuldenproblemen van veel eurolanden nog allerminst zijn opgelost.

Terwijl de ECB hoog opgeeft van de omvang en reikwijdte van deze exercitie, zou dat eigenlijk een punt van zorg moeten zijn. Als een leger van 6000 experts, waaronder 5000 consultants die speciaal zijn ingehuurd vanuit de private sector, maandenlang bezig is om een momentopname te maken van de kwaliteit van de bankbalansen op 31 december 2013, hoe kan de ECB dan garanderen dat zij in staat is continu de vinger aan de pols te houden? Dat lijkt welhaast een bovenmenselijke opgave.

Naast deze algemene kanttekeningen zijn er een aantal specifieke redenen waarom de zelfgenoegzaamheid over onze banken misplaatst is. Op drie belangrijke punten onderscheidt ons bankwezen zich negatief van de branchegenoten in het eurogebied. Nederland is het land met de grootste bankensector in verhouding tot de omvang van de economie. Nederland behoort ook tot de landen waarin de concentratiegraad van het banken het hoogste is, wat betekent dat de markt wordt gedomineerd door een beperkt aantal grootbanken. En op België na is er geen land waar banken zo weinig eigen vermogen aanhouden ten opzichte van hun balanstotaal. De combinatie van deze drie kenmerken maakt dat het systeemrisico hoog is: als een bank in de problemen komt, is dat meteen een probleem voor onze economie. Kortom, het Nederlandse bankwezen lijdt nog steeds aan obesitas. Dat de doctor nu een health check heeft gedaan doet niets af aan de noodzaak tot afslanken.

 

 

 

 

 

Categorieën:Banken, Uncategorized