Home > Europese schuldencrisis, Uncategorized > Economisch herstel komt niet vanzelf

Economisch herstel komt niet vanzelf

Opiniebijdrage in het ND van 4 september

Ivo Arnold

Na een zomer die werd beheerst door geopolitieke onrust, zal de politiek zich de komende tijd toch ook weer over de economie moeten buigen. De hoop dat na de akkoordenstroom van het kabinet Rutte de economie automatisch in rustiger vaarwater zou belanden lijkt voorbarig. Het herstel in Europa is fragiel (de economische indicatoren wijzen eerder in de richting van stagnatie en deflatie), de schuldenbergen zijn nog onvoldoende afgebouwd en rond de gezondheid van de Europese banken blijven vraagtekens hangen. De weldadige rust op de financiële markten danken we vooral aan de bezweringen van de Europese Centrale Bank, niet aan een gezonde economische ontwikkeling in de lidstaten van het eurogebied.

ECB president Mario Draghi lijkt zich hier maar al te zeer van bewust. In een opmerkelijke speech voor collega bankiers in het Amerikaanse resort Jackson Hole, uitte hij recent zijn zorgen over de hoge werkloosheid en het gebrek aan economisch herstel. Als één van de oorzaken wees Draghi op de zwakke vraag van bedrijven en consumenten. Hij hield tevens een pleidooi voor een grotere rol van het begrotingsbeleid om de economie te stimuleren. Dit lijken open deuren – de meeste economen roepen dit al jaren – maar uit de mond van een Europese centrale bankier is het nieuwswaardig. De ECB was gedurende de eurocrisis één van de meest enthousiaste cheerleaders van het bezuinigingsbeleid. Haar mantra was steevast dat de Zuid-Europese landen niet concurrerend genoeg waren, dat ze structurele hervormingen moesten doorvoeren om de aanbodkant te versterken (meer marktwerking) en dat ze vooral ook moesten doorgaan met het saneren van de overheidsfinanciën. Over zwakke vraag hoorde je de ECB zelden.

Nu ziet Draghi dan toch dat er ook een probleem is met de vraagkant van de economie. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Wat nog ontbreekt is een mea culpa. In zijn speech doet Draghi het voorkomen alsof het bezuinigingsbeleid tijdens de crisis onvermijdelijk was om het vertrouwen van de financiële markten te herwinnen. Dat is onjuist. Het was het verkeerde medicijn na een incorrecte diagnose. Het Griekse gebrek aan begrotingsdiscipline werd ten onrechte gegeneraliseerd als hèt probleem van de eurozone. Te laat werd ingezien dat we te maken hebben met een balansrecessie, waarin consumenten, bedrijven en banken gelijktijdig de hand op dit knip houden vanwege hun slechte vermogenspositie. Het bezuinigingsbeleid heeft die balansrecessie alleen maar verergerd. De lengte en diepte van eurocrisis zijn dus vooral het gevolg van een falend economisch beleid, waarvoor de ECB medeverantwoordelijk was. Maar een mea culpa is waarschijnlijk te veel gevraagd van een centrale bankier.

Dit neemt niet weg dat Draghi nu een verstandige economische koers bepleit, waarbij vraagstimulering via zowel het begrotingsbeleid als het monetaire beleid moet samengaan met structurele hervormingen. Stimuleren versus hervormen is altijd al een valse tegenstelling geweest: beiden zijn nodig in het eurogebied. Het eerste deel van Draghi’s boodschap is duidelijk gericht op Duitsland, dat de financiële ruimte heeft om te investeren in de krakende infrastructuur en het achterblijvende onderwijs. Het tweede deel van de boodschap blijft relevant voor Frankrijk en Italië, waar politici nog steeds de gevestigde economische belangen niet durven aan te pakken en hervormingen nodig blijven om het groeipotentieel te verhogen.

Waar plaatst dat Nederland? Met de houdbaarheid van de overheidsfinanciën zit het volgens het Centraal Planbureau wel goed. De 10-jaarsrente op Nederlandse staatobligaties is gedaald naar een laagterecord van iets boven de 1%. Waar de overheid zinvol kan investeren of de lastendruk kan verlichten, hoeft ze dat om financiële redenen niet na te laten. Al heeft Nederland veel meer hervormd dan Frankrijk en Italië bij elkaar, er is tenminste één grote klus die Rutte nog zou moeten klaren. Dat is een grondige herziening van ons veel te ingewikkelde belastingstelsel. Het zou fijn zijn als de komende tijd daar de politieke energie in gaat zitten, in plaats van in het soebatten over koopkrachtplaatjes en marginale aanpassingen van posten op de rijksbegroting. Er wordt wel beweerd dat VVD en PvdA ideologisch te ver uit elkaar liggen om hier een grote stap vooruit te zetten. Maar als de heren de tijdens de formatie opgedane kwartetvaardigheden nog niet zijn verleerd, ligt ook hier een uitruil voor de hand. De PvdA zou omwille van de uitvoerbaarheid moeten instemmen met een grondige sanering van het inefficiënte toeslagencircus. In ruil daarvoor zou de VVD akkoord kunnen gaan met een verhoging van de belastingen op vermogen. Een recent rapport van de WRR laat immers zien dat de vermogensongelijkheid in Nederland relatief hoog is en de vermogensbelasting relatief laag. Als Rutte en Samsom zo’n hervorming voor elkaar krijgen bewijzen ze Nederland een grote dienst.

Goed regeren bestaat echter niet alleen uit het loodsen van akkoorden door de Eerste en Tweede Kamer, maar ook uit het competent uitvoeren van het nieuwe beleid. En daar gaat het helaas nog te vaak mis, getuige de recente problemen bij de jeugdzorg en de ouderenzorg. Er is dus nog genoeg te doen voor deze regeringsploeg, ook als de akkoordenstroom opdroogt.

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s