Home > Onderwijs, Uncategorized > Leenstelsel moet niet tot meer bijbaantjes leiden

Leenstelsel moet niet tot meer bijbaantjes leiden

Wie wil er nu niet een studievoorschot? Na het akkoord over de hervorming van de studiefinanciering is Minister Bussemaker alvast begonnen om met semantische middelen de leenangst onder studenten te bestrijden. Een voorschot klinkt nu eenmaal een stuk symphatieker dan een lening. Tegelijkertijd wekt ze hoge verwachtingen over de verbeteringen in de onderwijskwaliteit die met deze hervorming kunnen worden gefinancierd. De studenten zijn echter niet onder de indruk en blijven fel ageren tegen de afschaffing van de basisbeurs. Zo schrijft de studentenvakbond LSVb op haar website: “Het is onvoorstelbaar hoe de overheid tegen beter weten in jonge mensen in de schulden jaagt.”

Beide partijen overdrijven schromelijk. Eerst de LSVb. Die windt zich op over een extra studieschuld van € 15.000 die in 35 (!) jaar mag worden terugbetaald onder zeer zachte voorwaarden. In een land waarvan de inwoners zich tot voor kort massaal in de aflossingsvrije tophypotheken stortten, kun je je nauwelijks voorstellen dat slimme jonge mensen zich hierdoor laten afschrikken om hoger onderwijs te volgen. Hadden we voorafgaand aan de kredietcrisis maar wat meer leenangst in Nederland gehad. Toen deed het ertoe. Uitgesmeerd over 35 jaar gaat het in dit geval echter over een relatief geringe verhoging van de maandlasten voor mensen die het kunnen betalen.

Dan de minister. Bussemaker schetst graag een utopisch toekomstbeeld, waarin het onderwijs beter en uitdagender wordt, met meer contacturen, intensievere begeleiding en een beloning voor wetenschappers die goed college geven. Maar het is zeer de vraag of zij dit kan waarmaken. In de komende drie jaar investeren de onderwijsinstellingen € 200 miljoen extra. Dat is € 300 euro per student. Met dit bedrag kunnen de instellingen op zijn best 6 luttele uurtjes extra individuele aandacht per jaar betalen. Op termijn loopt deze investering op naar maximaal € 1 miljard. Bij een gelijkblijvend aantal studenten zou dit neerkomen op € 1500 per student. Dat is al een stuk beter, maar ook hier is enige relativering op zijn plaats. De universitaire koepelorganisatie VSNU heeft berekend dat de rijksuitgaven per student zijn gedaald van € 19.000 in 2000 naar € 13.000 in 2013. Deze sterke daling houdt verband met de explosieve stijging van de studentenaantallen waarmee de overheidsbekostiging geen gelijke tred heeft gehouden. De investeringimpuls van Bussemaker compenseert slechts een gedeelte van deze achteruitgang. Nadat politici de onderwijsinstellingen jarenlang op zwart zaad hebben laten zitten, mogen ze nu geen wonderen verwachten van een kleine financiële reparatie. Dit neemt niet weg dat elke cent extra welkom is bij de overbelaste onderwijsinstellingen. En dan zou het mooi zijn als het geld rechtstreeks naar het onderwijs toevloeit en niet opgaat aan nieuwe regeldruk vanuit het ministerie. Het bureaucratisch monster is al meer dan genoeg gevoed in de afgelopen jaren, met de introductie van de overbodige instellingsaccreditatie en de prestatieafspraken.

Hoe wenselijk extra investeringen in het hoger onderwijs ook zijn, de inzet van de student zèlf is allesbepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. Wetenschappers kunnen doceren, motiveren en inspireren, maar zonder een aanzienlijke tijdsinvestering in zelfstudie van de kant van de student hebben al deze inspanningen weinig zin. Een belangrijke vraag is dan ook welk effect het leenstelsel zal hebben op de studieinspanning. Dat is niet met zekerheid te zeggen en kan twee kanten op. In het gunstigste geval zullen studenten zich meer dan voorheen realiseren dat ze het beste moeten halen uit hun eigen investering in tijd en geld. Dit zou betekenen dat ze een betere studiekeuze maken en zich vanaf dag 1 volledig inzetten voor hun studie.

Maar het is ook denkbaar dat studenten, bang gemaakt door de LSVb, de afschaffing van de basisbeurs proberen te compenseren met een uitbreiding van hun bijbaantjes. Dit kan ertoe leiden dat studenten minder uren gaan besteden aan hun studie. In dit scenario vallen al die extra investeringen in begeleiding en meer contacturen op een onvruchtbare bodem. Uitdagend onderwijs is immers onmogelijk als de student van het ene naar het andere bijbaantje holt. Idealiter zou de overheid daarom flankerend fiscaal beleid moeten introduceren om studentenbaantjes te ontmoedigen. Dit kan bijvoorbeeld door de heffingskorting voor studenten te schrappen, zoals eerder bepleit door collega Borghans van de Universiteit Maastricht.

Ook al biedt het leenstelsel geen garantie op een hogere onderwijskwaliteit, toch is het een stap in de goede richting. Hogeropgeleiden hebben over het algemeen veel baat van hun diploma. Aan hen mag best een hogere investering worden gevraagd. Maar voor een effect op de onderwijskwaliteit is het vooral van belang dat studenten niet alleen meer geld, maar ook meer tijd in hun studie stoppen.

Advertenties
Categorieën:Onderwijs, Uncategorized
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s