Home > Banken, Uncategorized > Eerste hulp bij geldvraagonderzoek (reactie op Fransman)

Eerste hulp bij geldvraagonderzoek (reactie op Fransman)

Lang geleden ben ik gepromoveerd op een proefschrift over Europees monetair beleid, met daarin o.a. een paper over de vermeende stabiliteit van de Europese geldvraag. Ik vind het nog steeds een leuk onderwerp, en heb er sindsdien nog wel eens over gepubliceerd (laatstelijk met Sebastiaan Roelands in het Journal of Macroeconomics).

Dan is het altijd leuk om te merken dat ook anderen geïnteresseerd raken in dit ietwat esotere onderwerp. Na mijn vorige blog is Robin Fransman op zoektocht gegaan in de wondere wereld van het Europese geldvraagonderzoek. Hij heeft één oud paper gevonden en kan dus wel wat hulp gebruiken. Bij deze.

Mijn eerste suggestie aan hem is om niet alleen te googlen op omloopsnelheid (“velocity”), maar ook op geldvraag (“money demand”). Een empirische specificatie voor de omloopsnelheid is namelijk een speciaal geval van een geldvraagfunctie (nl met inkomenselasticiteit=1). De meeste economen schatten tegenwoordig de inkomenselasticiteit en stellen hem niet op voorhand gelijk aan 1. De term omloopsnelheid kom je dus niet zo vaak meer tegen. Als je in google scholar “money demand M3 euro” intikt kom je meer papers over het onderwerp tegen dan je lief is. En ook papers van recentere datum. Probeer het maar eens.

Wel leuk overigens dat die steekproef van één studie uit 2002 meteen een trendmatig dalende omloopsnelheid oplevert. Dit zou bevestigen dat de omloopsnelheid niet “tamelijk constant” is, zoals Fransman in zijn eerste blog beweerde. Niet dat ik veel waarde hecht aan die ECB studie. Mijn tweede suggestie is namelijk om alle studies die vlak na de introductie van de euro zijn verschenen meteen in de prullenbak te gooien (dus ook het ECB paper uit 2002). Die deugen methodologisch niet. Ze gebruiken namelijk kunstmatig geaggregeerde data uit het pre-euro tijdperk om de vraag naar euro’s te schatten. Ja, zo zot kan wetenschappelijk onderzoek soms zijn.

Mijn derde suggestie is om je in je literatuuronderzoek te focussen op geldvraagstudies die ook vermogensprijzen (huizenprijzen) als extra verklarende variabelen opnemen om de geldvraag stabiel te krijgen. Dit soort studies is in het algemeen het beste in staat om de monetaire overhang voorafgaand aan de crisis te verklaren. Ik vind die studies inhoudelijk ook bevredigender dan studies die met ingewikkelde econometrische kunsten een geldvraagfunctie stabiel krijgen (Duitse econometristen hebben daar een handje van. Die willen koste wat ’t kost de geldvraag stabiel krijgen. Heimwee naar Bundesbank-beleid, denk ik dan altijd). Als beleidsmaker heb je er overigens niet zoveel aan als je de monetaire overhang alleen ex-post kunt duiden. Mosterd na de maaltijd. Beleid is real-time.

Mijn vierde suggestie is om het ECB persbericht uit 1998 met een flinke schep zout nemen. De monetaire pijler met de referentiewaarde van 4.5% voor M3 had geen enkele solide basis in empirisch onderzoek (kon ook niet, want de euro bestond in 1998 nog niet!). De functie hiervan was puur politiek. De Bundesbank was altijd een sterk voorstander geweest van een geldhoeveelheidsbeleid. Met de monetaire pijler kon enige beleidsconituïteit worden gesuggereerd. Rouwverwerking voor de Bundesbank, dus. Verder heeft de ECB zich in de beginjaren weinig van de monetaire pijler aangetrokken, getuige het feit dat de geldgroei vrijwel steeds hoger lag dan de referentiewaarde.

Dus ik blijf bij mijn stelling dat de geringe stabiliteit van de omloopsnelheid een reden is om heel voorzichtig te zijn met het gebruik van de verkeersvergelijking in het monetair beleid (of in columns). Daar is heel veel evidentie voor in de literatuur (over blindheid gesproken…). Hiermee wil ik overigens niet zeggen dat geld onbelangrijk is. Integendeel. Maar de relatie met de reële economie is complex en instabiel.

Ik sluit graag af met een citaat van Charles Goodhart, mijn favoriete monetaire econoom, uit dit paper:

“No sooner had all the empirical research work been done to demonstrate how stable would be the demand for M3 function in the eurozone, than it all broke down badly in 2001-2005.”

Advertenties
Categorieën:Banken, Uncategorized
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s