Home > Banken, Uncategorized > Knip de navelstreng tussen banken en overheden helemaal door

Knip de navelstreng tussen banken en overheden helemaal door

Opiniebijdrage in het ND van 7 januari 2014

De belastingbetaler mag niet langer opdraaien voor problemen bij banken. Onder dit motto hebben Europese regeringsleiders op de valreep naar het nieuwe jaar weer een paar stappen richting de bankenunie gezet. Nadat eerder de regie over het bankentoezicht bij de ECB was gelegd, zijn er nu een aantal compromissen gesloten over een afwikkelingsmechanisme en een afwikkelingsfonds. Hiermee wordt geregeld hoe een probleembank wordt opgedoekt of gesaneerd en wie de kosten daarvan voor zijn rekening neemt. Volgens het “bail-in” principe draaien eerst de aandeelhouders en de obligatiehouders op voor de verliezen. Daarna is het de beurt aan het afwikkelingsfonds van € 55 miljard, dat zal worden gevuld vanuit de financiële sector zelf.

Kritiek is er ook. Vrij algemeen is de kritiek dat de besluitvorming rond het opdoeken van een bank veel te complex is gemaakt. Er praten meer dan 100 bestuurders mee voordat er een knoop kan worden doorgehakt. In een crisissituatie is dat onwerkbaar. Verder is er kritiek op de geringe omvang van het afwikkelingsfonds en de nog beperkte risicodeling tussen Europese landen.

Of hiermee het bankwezen bestand is tegen een nieuwe systeemcrisis blijft een open vraag. Met de nieuwe regels hebben overheden en toezichthouders in ieder geval meer instrumenten in handen dan voorheen. Maar durven ze straks ook echt de grote banken aan te pakken en de verliezen bij de kapitaalverschaffers te leggen of kiezen toezichthouders als het puntje bij paaltje komt toch weer voor pappen en nathouden? We weten het niet. Dit neemt niet weg dat er een aantal belangrijke stappen in de juiste richting is gezet. De kans dat problemen bij banken overslaan op de nationale overheden is kleiner geworden.

De eenzijdige retoriek van Europese ministers van Financiën over de bescherming van de belastingbetaler gaat echter voorbij aan het feit dat het besmettingsgevaar tussen banken en overheden wederzijds is. Tijdens de eurocrisis sloegen problemen ook over van overheden op banken. De Griekse en Cypriotische banken kwamen in moeilijkheden omdat ze teveel Griekse staatsschuld op hun balans hadden staan. En aan dat probleem is nog niets gedaan. Sterker nog, de Europese Bankenautoriteit – de EBA – constateert in een recent rapport dat de blootstelling van banken aan staatsschuld weer is toegenomen.

Voor de meerderheid van de door de EBA onderzochte banken geldt dat zij meer dan 100% van hun kapitaal hebben uitstaan aan de eigen overheid. Met andere woorden, als de overheid in de problemen komt, wordt de bank meegesleurd. Het bankentoezicht kent een regel die moet voorkomen dat banken al hun eieren in hetzelfde mandje stoppen: banken mogen maximaal 25% van hun kapitaal aan één enkele debiteur hebben uitstaan. Maar overheden hebben zichzelf gemakshalve uitgezonderd van deze prudente regel. Het komt ministers van Financiën wel goed uit dat banken onbeperkt in staatsobligaties mogen beleggen. Helaas blijft zo de ongezonde verwevenheid tussen banken en overheden in stand.

Het zou veel beter zijn als ook de blootstelling van banken aan een overheid zou worden gemaximeerd op 25% van het eigen vermogen. Het maakt het financiële stelsel stabieler en beperkt de mogelijkheden van landen als Griekenland om het Europese financiële stelsel te gijzelen. Je kunt immers met een geruster hart een land failliet laten gaan als je weet dat er geen banken worden meegesleurd. Het afsluiten van de gemakkelijke toegang van overheden tot bankfinanciering versterkt ook de discipline die de financiële markten opleggen aan overheden en prikkelt politici om een geloofwaardig financieel-economisch beleid te voeren. Banken kunnen daarnaast zich beter richten op hun primaire taak, de kredietverlening aan bedrijven die geen rechtstreekse toegang tot de financiële markten hebben. Voor het beleggen in staatsobligaties is geen bank nodig, dat kunnen beleggers zelf ook wel, rechtstreeks of via beleggingsfondsen.

Maar misschien wel het belangrijkste argument voor een substantiële beperking van de afhankelijkheid van overheden van bankfinanciering is dat het een belangenconflict oplost. Vanuit het publieke belang kan het soms nodig zijn dat overheden een streng beleid ten opzichte van de bankensector voeren. Tegelijkertijd zijn veel overheden afhankelijk van de bereidwilligheid van banken om staatsobligaties aan te houden, zeker in tijden van stress in de financiële markten. Dat gaat moeilijk samen. Het is zeker niet denkbeeldig dat overheden vanwege deze afhankelijkheid banken niet al te hard durven aan te pakken. Je bijt immers niet de hand die je voert.

In een recent interview in de Financial Times liet ECB-bestuurder Peter Praet doorschemeren dat de ECB een einde wil maken aan de traditionele voorkeursbehandeling die staatsobligaties genieten in het bankentoezicht. Dat lijkt me hoog tijd. Een doortastend gebruik van de nieuwe instrumenten die de bankenunie biedt is alleen mogelijk wanneer de financiële navelstreng tussen overheden en banken definitief wordt doorgeknipt.

Advertenties
Categorieën:Banken, Uncategorized
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s