Home > Banken, Europese schuldencrisis > Naar een Europese bankenkampioen?

Naar een Europese bankenkampioen?

Donderdag hield de Tweede Kamer een hoorzitting over de toekomst van het Nederlandse bankwezen. Dit naar aanleiding van de bankenvisie die het kabinet eerder dit jaar heeft gepresenteerd. De wenselijke hoogte van de kapitaalbuffers voerde wederom de boventoon in de discussie. Dat is een belangrijk, maar intussen ook erg slaapverwekkend onderwerp. De stellingen zijn betrokken. Onafhankelijke economen zijn voorstander van een substantiële verhoging van de kapitaalbuffers; de belanghebbende banken zijn tegen en blijven het oneigenlijke argument gebruiken dat zo’n verhoging ten koste van de kredietverlening zou gaan. De economen hebben gelijk maar het financiële establishment durft het niet aan. Veel meer valt er niet over te vertellen.

Boeiender is de discussie over de lange termijn gevolgen van de bankenunie voor het Europese (en Nederlandse) bankenlandschap. Het kabinet schrijft in haar bankenvisie dat meer concurrentie in de Nederlandse bankenmarkt uit die hoek moet komen. De gedachte hierachter is dat er met de invoering van een complete bankenunie (met een Europese toezichthouder, een Europees afwikkelingsmechanisme en een Europees depositogarantiestelsel) een gelijk speelveld ontstaat in de Europese bankenmarkt, zodat banken elkaar gemakkelijker kunnen uitdagen op de nationale marktsegmenten.

Dit het rooskleurige scenario. Het gaat ervan uit dat de bankenunie niet alleen voor meer concurrentie zorgt, maar ook een einde maakt aan de te innige verhoudingen tussen de nationale toezichthouders en hun banken. Met een wat afstandelijker toezicht door de ECB zouden regulatory forbearance (de toezichthouder grijpt niet in) en regulatory capture (de toezichthouder identificeert zich met de eigen banken, zoals DNB onder Wellink) tot het verleden moeten behoren. Verder wordt met bail-in wetgevjng en risicodeling op Europese schaal het systeemrisico van individuele banken gereduceerd.

Ik hoop dat dit scenario werkelijkheid wordt, maar ben er niet gerust op. Banken zullen namelijk niet werkloos toezien hoe hun positie wordt uitgehold, maar zullen alles doen om hun economische en politieke macht te behouden. Die macht ontlenen ze aan hun omvang.

In het hierboven geschetste rooskleurige scenario zou een dominante bank in land A gaan concurreren met een dominante bank in land B. Dat kan door in land B een greenfield operatie op te starten of door een kleine bank op te kopen. Een kostbare en onzekere investering wanneer je als kleine speler tegen een gevestigde bank wilt opboksen. En de bank in land B kan natuurlijk retaliëren, hetgeen de marktmacht in het thuisland kan schaden. Geen aanlokkelijk vooruitzicht. Dan kunnen de Europese grootbanken maar beter fuseren. Dat voorkomt dat ze elkaar gaan beconcurreren. Samen staan ze ook sterker richting de toezichthouder. Wie weet kunnen ze zich ontwikkelen tot een Europese bankenkampioen waar de Europese toezichthouder evenveel ontzag voor heeft als Wellink vroeger voor ABN-AMRO en ING. Dan zijn we weer terug bij af: too big to fail, regulatory forbearance en regulatory capture, maar dan op Europees niveau.

Dirk Schoenmaker zinspeelde in het FD van donderdag 21-11 al op een mogelijke fusie- en overnamegolf in de bankenunie. Hij ziet vooral de voordelen van samenklontering tot Europese megabanken: lagere rentetarieven voor klanten, betere dienstverlening aan multinationals en een stabieler bankbedrijf door diversificatie van het kredietrisico binnen Europa.

Ik ben het niet met hem eens. Voorbij een bepaalde bankomvang raken de schaalvoordelen uitgeput en overheersen de nadelen. Amerikaanse megabanken zoals JP Morgan hebben een serieus too big to manage probleem. Megabanken maken het financiële stelsel bovendien fragiel, om de terminologie van Nassim Taleb te gebruiken. Een systeem van vele Europese bankjes waarvan er af en toe een paar over de kop gaan is robuuster.

Dan het diversificatievoordeel van Europese megabanken. Voor aandeelhouders is dit geen voordeel: zij kunnen hun blootstelling aan Europees kredietrisico beter managen door in een mandje bankaandelen te beleggen dan in één Europese megabank. Ook voor een Europees afwikkelingsmechanisme en depositogarantiestelsel werkt het verzekeringsprincipe beter als er veel kleine banken zijn in plaats van een beperkt aantal grote banken. De kredietcrisis heeft ons bovendien geleerd dat je niet al te zeer moet rekenen op diversificatievoordelen: in de VS ging de huizenmarkt overal omlaag.

Kortom, voordat we ons al te enthousiast op het pad naar een bankenunie begeven moeten we eerst nadenken over de wenselijke structuur van het bankwezen binnen zo’n unie. Laten we niet op Europese schaal de fout maken die we in Nederland eind jaren tachtig hebben gemaakt. Het afschaffen van het structuurbeleid en het toestaan van de samenklontering van de Nederlandse banken heeft sindsdien het systeemrisico aanzienlijk vergroot en de keuzevrijheid van de consument beperkt. Europa heeft instrumenten om een herhaling te voorkomen. De Europese mededingingsautoriteiten zouden zich nu al moeten voorbereiden op het voorkomen van Europese megabanken. De Europese toezichthouder zou verder de toezichtslasten en kapitaalbuffers veel sterker moeten laten afhangen van de omvang van een bank. Voor megabanken mag de toezichtslast nooit een concurrentievoordeel worden – zoals Zalm deze week suggereerde met zijn “too small to comply” opmerking – maar zou het een zwaar concurrentienadeel moeten zijn.

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s