Archief

Archive for oktober, 2013

Banking on growth

4 oktober 2013 Plaats een reactie

Vandaag verdedigt Saskia van Ewijk haar proefschrift “Banking on growth” aan de Nyenrode Business Universiteit. Ik had het genoegen haar te mogen begeleiden. Eén van de onderwerpen in het proefschrift is de relatie tussen de rentemarges van banken en hun bedrijfsactiviteiten. Doorgaans wordt aangenomen dat banken vanwege dalende rentemarges in het traditionele relatiegerichte segment andere activiteiten zijn gaan ondernemen. In plaats van spaargeld aan te trekken en dat uit te zetten in kredieten aan bedrijven en huishoudens, zijn banken in toenemende mate geld gaan aantrekken en uitzetten via de financiële markten (dit wordt ook wel transactiegericht bankieren genoemd).

Meer concurrentie en dalende marges in het retailsegment was dus de traditionele verklaring voor deze ontwikkeling. In het proefschrift worden vraagtekens geplaatst bij deze gangbare causaliteit. Een alternatieve verklaring is dat banken uit expansiedrift hun bedrijfsmodel veranderden van relatiegericht bankieren naar transactiegericht bankieren. Deze omschakeling van bedrijfsmodel transformeerde vervolgens de bankbalansen en verlaagde als bijeffect de rentemarges van banken. Hier kort de intuïtie voor dit bij-effect.

Marktfinanciering is voor banken meestal duurder dan spaargeld: tegelijkertijd ligt de yield op marktbeleggingen (securities) meestal lager dan de rente op bedrijfskredieten. Met balansverlenging via marktfinanciering en beleggingen in securities daalt dan de gemiddelde marge op de totale activa (return on assets) van de bank. Banken vonden dit niet zo erg, want zij streefden een hoog rendement op het eigen vermogen (return on equity) na. En met de hefboom van toenemende schuldfinanciering kon een lage ROA toch nog in een hoge ROE worden omgetoverd.

Kortom, banken gingen niet alleen de markt op omdat de de rentemarge daalde, maar de rentemarge daalde ook omdat de banken de markt opgingen.

De empirische onderbouwing voor deze alternatieve verklaring is te vinden in deze twee papers:

http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/1351847X.2013.833532#.Uk2Dgt38Kos

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1057521912000580

Advertenties
Categorieën:Banken

Beter beleid in plaats van begrotingssolidariteit

3 oktober 2013 Plaats een reactie

Opinieartikel in het Nederlands Dagblad

Nu de Duitse verkiezingen achter de rug zijn mogen we weer hardop nadenken over verdere Europese integratie. Dat lijken ze althans te hebben gedacht bij het Internationale Monetaire Fonds, waar na Merkel’s overwinning een studie verscheen met een pleidooi voor verdere stappen richting een begrotingsunie.

Volgens het IMF toont de eurocrisis aan dat er behoefte is aan meer risicodeling tussen individuele eurolanden, bijvoorbeeld via een grotere gemeenschappelijke begroting. Landen waar het goed gaat dragen meer geld bij, zodat landen waar het slecht gaat financiële steun kunnen ontvangen. Op die manier kan worden voorkomen dat een lokale crisis wordt versterkt door bezuinigingen, lastenverzwaringen en een krimpende consumptie.

De economische logica lijkt onberispelijk. Wanneer een land binnen het eurogebied wordt geconfronteerd met een heftige economische schok, dan kan dat land niet – zoals vroeger – de klap opvangen met een waardedaling van de eigen munt. Die is immers ingeruild voor de euro. Griekenland, Ierland, Spanje en Portugal ervaren nu dat ze zich op een andere manier moeten aanpassen, door met lagere lonen en prijzen de concurrentiepositie te verbeteren of door hun burgers aan te sporen om in Duitsland een baan te zoeken. Aanpassing op deze manier blijkt een moeizaam proces, vandaar dat het IMF nu voorstelt om de onderlinge solidariteit via de Europese begroting te vergroten. De gedachte is niet nieuw en lijkt op het voorstel voor een zogenaamde begrotingscapaciteit, dat EU-president Van Rompuy eerder deed.

Er zijn voorbeelden waarin risicodeling via de begroting door burgers wordt geaccepteerd. In Nederland kunnen we denken aan de positieve schok van de aardgasvondst in Slochteren en de negatieve schok van de mijnsluiting in Zuid-Limburg. Deze voorbeelden komen nog het dichtste in de buurt van een echte economische schok: ze zijn onverwacht en komen van buitenaf, wat wil zeggen dat politici er maar een beperkte invloed op hebben. Wanneer burgers ook maar enige lotsverbondenheid voelen zal er in zo’n geval een bereidheid tot risicodeling zijn. Zo verwacht ik dat Europese burgers graag bereid zouden zijn om de portemonnee te trekken wanneer er zich bijvoorbeeld in Frankrijk een kernramp à la Fukushima zou voordoen.

Maar het zeer de vraag of de problemen in de eurozone door dit type economische schok worden veroorzaakt. Toen de euro net was ingevoerd was Duitsland de “zieke man voor Europa”, met een hoge werkloosheid, hoge arbeidskosten en een rigide arbeidsmarkt. Dit was echter geen onverwachte economische schok, maar het gevolg van slecht beleid. De oplossing hiervoor lag dan ook niet in overdrachten van andere landen, maar in de arbeidsmarkthervormingen van kanselier Gerhard Schröder. Beter beleid dus, in plaats van risicodeling. Evenmin kunnen we de gebrekkige belastinginning, de bureaucratie, het cliëntelisme en de corruptie in Griekenland kenschetsen als een negatieve economische schok. Slecht beleid is geen schok en is dus niet verzekerbaar. Het moreel risico is domweg te groot. Wanneer de Duitse belastingbetaler de rekening toch wel oppakt vermindert bij de Grieken de urgentie om de eigen belastinginning te verbeteren. De Griekse problemen oplossen met begrotingssolidariteit is dan ook een recept om het draagvlak voor Europese eenwording verder uit te hollen.

Het knappen van de huizenzeepbellen in Spanje, Ierland en Nederland voelde natuurlijk wel als een schok. Maar ook hier is er vooral sprake van falend beleid. Europese toezichthouders en centrale banken hebben de gevolgen van de toegenomen financiële integratie in Europa sterk onderschat. Zo gingen er geen alarmbellen af toen Duitse bankleningen de Spaanse huizenprijzen omhoog stuwden. Ook deze problemen kunnen beter worden aangepakt met beter beleid, gericht op een versterking van het financiële toezicht en de invoering van een bankenunie, in plaats van met begrotingssolidariteit. En zeg nou zelf, zou het niet zot zijn als andere eurolanden Nederland nu te hulp moeten schieten terwijl onze politici decennialang hebben nagelaten om de buitensporige hypotheekrenteaftrek aan te pakken?

Kortom, de eurozone had vooral last van slecht beleid en minder van economische schokken van buitenaf. Zolang de eurolanden sterk verschillen in de kwaliteit van hun financieel-economisch beleid is de roep om meer risicodeling prematuur. Door de gevolgen van slecht beleid te verzachten kan meer risicodeling immers de hervormingsinspanningen doen verslappen. Dat betekent niet dat de eurolanden elkaar niet kunnen ondersteunen, zoals nu al gebeurd via het noodfonds. Maar deze steun is voorwaardelijk, tijdelijk en gericht op een snelle versterking van het economisch beleid en de economische instituties van de ontvangende landen. En laat die voorwaardelijke steunverlening nu precies de benadering zijn die het IMF zelf zo graag hanteert richting probleemlanden.