Home > Banken, Uncategorized > De groeidrang van banken is sterker dan de visie van het kabinet

De groeidrang van banken is sterker dan de visie van het kabinet

Opinieartikel in het Nederlands Dagblad van 6 september

“Waarom moet de financiële sector worden beteugeld?”, vroeg het Financiële Dagblad aan Theodor Kockelkoren (krant van 31-8). Het bestuurslid van de Autoriteit Financiële Markten gaf daarop het enige juiste antwoord: “…omdat de financiële sector bij uitstek wordt gedreven door een drang naar groei”. In de meeste bedrijfstakken is snelle groei een welkom signaal van succes in de markt. Dit geldt niet voor financiële instellingen. Daar is het meestal een uiting van het nemen van teveel risico of het verkopen van ondoorzichtige producten waar niemand behoefte aan heeft. De vraag is nu of de onlangs verschenen bankenvisie van het kabinet de groeidrang van banken voldoende inperkt ten gunste van dienstbaarheid aan de klant. Ik denk van niet.

Het kabinet stelt in de bankenvisie de goede diagnose: “De combinatie van omvang en concentratie van de Nederlandse bankensector vormt een potentieel risico voor de overheid en de financiële stabiliteit.” Ook constateert het kabinet terecht dat de mate van concurrentie te wensen over laat. Maar deze onwenselijke situatie is niet uit de lucht komen vallen. De cruciale blunder is gemaakt door het Ministerie van Financiën zèlf, toen in 1990 het structuurbeleid werd afgeschaft. Het structuurbeleid was erop gericht om economische machtsconcentraties rondom banken tegen te gaan. Fusies van grote banken met andere banken werden in beginsel niet toegestaan, vanwege de daaruit voortvloeiende verschraling van het bancaire aanbod. Ook fusies tussen banken en verzekeraars waren uit den boze. Tot 1990 hield het structuurbeleid de diversiteit van de sector in stand en zette het een rem op de groeidrang van bankiers. Na de afschaffing volgde een periode van binnenlandse samenklontering en buitenlandse expansie die het systeemrisico van Nederlandse banken sterk heeft vergroot.

Helaas is deze blunder niet eenvoudig ongedaan te maken. Het opknippen van financiële instellingen is kostbaar en zou voor nieuwe onrust in de sector zorgen. De minister gooit het dan ook over een andere boeg. Met strengere regelgeving en beter toezicht denkt Dijsselbloem de drie grootbanken bij de les te kunnen houden. Zijn prioriteit ligt bij de bescherming van de schatkist. Met hogere kapitaalbuffers (maar nog lang niet hoog genoeg), herstel- en afwikkelplannen en het laten meebetalen van kapitaalverschaffers bij een faillissement wil de regering voorkomen dat de rekening van het falen van banken wederom bij de belastingbetaler terecht komt. Maar daarmee wordt het systeemrisico van onze grootbanken niet volledig opgelost. Als één van de drie grootbanken ooit in een afwikkeltraject komt waarbij de obligatiehouders de rekening betalen, zal dat het functioneren van de bank ernstig belemmeren, met ernstige gevolgen voor de economie. Een grootbank blijft dus een risicofactor, hoe goed je het directe risico voor de belastingbetaler ook afdekt.

De consument komt er in deze bankenvisie nog het meest bekaaid vanaf. Het kabinet komt niet veel verder dan het aankondigen van nieuw onderzoek naar toetredingsdrempels en hoopt dat op termijn de invoering van een Europese bankenunie tot meer grensoverschrijdende concurrentie zal leiden. Die laatste opmerking roept bij mij een sterk déjà vu-gevoel op. Ook bij de afschaffing van het structuurbeleid was de hoop gevestigd op meer concurrentie in een geïntegreerde Europese markt voor financiële dienstverlening. In plaats daarvan kreeg de consument een verschraald bankenaanbod.

Tot slot staan er veel mooie woorden over integriteit in de bankenvisie. Bankmedewerkers worden voortaan gescreend, moeten een bankierseed afleggen en krijgen te maken met een bonusplafond. Tegelijkertijd maakt het kabinet de fundamentele keuze voor private banken in plaats van staatsbanken. Daarmee kiest het kabinet voor een systeem waarin hebzucht de primaire motivatie blijft en waarin bankiers weer voluit voor groei zullen gaan, bankierseed of niet. Rondom de voorgenomen beursgang van ABN-AMRO zoemen nu al de geluiden van zakenbankiers die Zalm veel te behoudend vinden en terugverlangen naar de deal-making van voor de crisis. ABN-AMRO medewerkers hebben intussen al laten weten graag een graantje mee te pikken via werknemersparticipatie.

Niets in de maatregelen van het kabinet zal de grootbanken ervan weerhouden om straks de overwinsten in hun thuismarkt te gebruiken om zich in nieuwe internationale avonturen te storten. Dijsselbloem probeert vergeefs het gedrag van de bankier te veranderen maar laat de structuur van de sector ongemoeid. Dat is een verkeerde keuze. Zonder structuurbeleid heeft de overheid onvoldoende grip op de omvang, groei en aard van de activiteiten van banken.

Advertenties
Categorieën:Banken, Uncategorized
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s