Archief

Archive for juli, 2013

Boekhoudkundige truc of gedragsverandering?

Publicist Rutger Bregman trok vandaag in de Volkskrant ongenuanceerd en ongeïnformeerd van leer tegen de Erasmus Universiteit, die met het project “Nominaal=Normaal” de eerstejaars student uitdaagt om alle 60 studiepunten in één jaar te halen. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van compensatieregelingen. En daar is, in tegenstelling tot wat Bregman suggereert, niets mis mee.

Ik heb in eerdere blogs geprobeerd de statistische logica van compensatorische toetsing uit te leggen, maar moet me er blijkbaar bij neerleggen dat argumenten die in de onderwijskunde onomstreden zijn, in het publieke debat niet worden geaccepteerd. Uit onwil of onbegrip.

Een terechte vraag is echter of de mogelijke rendementsverbetering dankzij “Nominaal=Normaal” vooral het gevolg is van de invoering van compensatorische toetsing (wat Bregman badinerend “boekhoudkundige truc” noemt) of dat studenten werkelijk worden uitgedaagd om meer hun best te doen. Met andere woorden, is er enige evidentie van een gedragsverandering bij de student als gevolg van N=N?

Bij de meeste opleidingen aan de EUR zijn simultaan met N=N veel veranderingen in het onderwijssysteem doorgevoerd. Dat maakt het lastig om het effect van de hogere BSA-eis te isoleren. Maar aan mijn eigen faculteit (Erasmus School of Economics) is per september 2012 alleen de BSA-eis verhoogd van 40 naar 60 studiepunten. Verder is het onderwijssysteem precies hetzelfde als in voorafgaande jaren. Compensatie kennen we aan de ESE al sinds de jaren tachtig en de huidige compensatieregeling stamt van 2007. Dus als het ESE-cohort 2012 enige verbetering laat zien ten opzichte van voorgaande jaren kan dat niet het gevolg zijn van een “boekhoudkundige truc”.

Wat ik hieronder laat zien is enigszins prematuur, omdat cohort 2012 nog niet klaar is. Deze maand zijn de herkansingen en pas eind augustus zullen we de uiteindelijke resultaten zien. De grafiek laat de stand van zaken na de reguliere onderwijsperiode (dus vóór de herkansingsronde) zien bij de opleiding economie. In blauw de verdeling van de behaalde studiepunten van het huidige BSA-cohort, in rood de verdeling van twee eerdere cohorten (de oude data komen uit dit artikel in THEMA). De grafiek laat zien dat er dit jaar een duidelijke verbetering heeft plaatsgevonden. Het percentage studenten dat al vóór de herkansingen zijn jaar heeft gehaald is gestegen van 24% naar 36%. En nogmaals, het enige dat de ESE heeft veranderd is de BSA-eis.

Verder onderzoek is nodig, maar deze eerste gegevens suggereren dat studenten harder gaan werken als je de lat hoger legt. En bij harder werkende studenten heeft iedereen baat, vooral de student zelf. Geen boekhoudkundige truc dus, maar gedragsverandering!

CreditverdelingNisN

Categorieën:Onderwijs, Uncategorized

Pak door op de woningmarkt

2 juli 2013 1 reactie

Opinieartikel in het Nederlands Dagblad van 2 juli.

Het is een bekend punt van kritiek. Door de fixatie op de Brusselse 3% begrotingsnorm overheerst in Den Haag het korte-termijn beleid. Elke keer dat de groei tegenvalt volgt er weer een nieuwe ronde bezuinigingen en lastenverzwaringen om het begrotingstekort onder de 3% te krijgen. Daarmee houdt de regering de onzekerheid over het economisch beleid in stand. De afwachtende houding bij ondernemers en consumenten is dus deels “self-inflicted”.

De recente bekering van werkgeversvoorzitter Wientjes tot het anti-3% kamp is dan ook zeer welkom, al is zijn suggestie om het tafelzilver te verkopen een ondernemer onwaardig. Alleen een wanhopige regering verkoopt geforceerd staatsdeelnemingen in een slechte markt. Er is in Nederland geen enkele reden voor dit soort desperate acties. De Nederlandse staat kan ook nog steeds tegen een zeer lage rente op de kapitaalmarkt lenen.

De economische onzekerheid wordt echter niet alleen door onze regering gevoed. Adviescommissies kunnen er ook wat van. De afgelopen weken rapporteerde de commissie Van Dijkhuizen over de vereenvoudiging van het belastingstelsel en de commissie Wijffels over de structuur en stabiliteit van ons bankwezen. Beide rapporten doen ook aanbevelingen over de woningmarkt, op afstand de sector waar de onzekerheid nu het grootste is. Van Dijkhuizen stelt voor om de fiscale behandeling van de eigen woning over te hevelen naar box 3, wat zou betekenen dat de hypotheekrente nog maar tegen een tarief van 30% kan worden afgetrokken. Wijffels wil dat huizenkopers meer eigen geld inbrengen en denkt daarbij aan 20% van de waarde van het huis.

Beide voorstellen zijn verstandig. De woning is een vermogensvorm en hoort dus in box 3. En het zou een goede zaak zijn als huizenkopers zich prudenter financieren, zodat ze tegenslag in loopbaan of relatie gemakkelijker kunnen opvangen en in de toekomst minder gauw met een restschuld blijven zitten. Minder begrijpelijk is de koudwatervrees waar de commissieleden last van hebben. Zowel Van Dijkhuizen als Wijffels stellen voor met de invoering van deze voorstellen te wachten tot de huizenmarkt is hersteld. Blijkbaar gaan ze ervan uit dat potentiële huizenkopers hun voorstellen snel weer vergeten. Ik ben daar niet zo zeker van. De coalitieafspraak om het maximale tarief voor de renteaftrek stapsgewijs te verlagen naar 38% is evident een tussenstation. Het percentage is volstrekt willekeurig en schreeuwt erom gelijkgeschakeld te worden met de 30% van box 3. Zolang de regering geen helderheid schept over het eindstation en de voorstellen van Van Dijkhuizen en Wijffels boven de markt blijven hangen, zal de onzekerheid hierover het herstel in de weg blijven zitten. Vreemd dat commissies volgeladen met economen hier geen oog voor hebben.

Het is beter om nu de stip aan de horizon te zetten. Leg een pad vast voor een verlaging van de aftrekbaarheid naar 30% en voor een verlaging van de maximale hypotheek als percentage van de woningwaarde. Zo verminder je de onzekerheid, verbeter je op termijn de overheidsfinanciën en versterk je de financiële weerbaarheid van huishoudens en banken.

Nu doorpakken op het woningmarktdossier is natuurlijk niet pijnvrij. Het draagt het risico in zich van een verdere daling van de huizenprijzen en een verergering van de restschuldproblematiek. Het vraagt dan ook om flankerend beleid. Hiervoor circuleren inmiddels voldoende voorstellen. Zo zouden gezinnen in nood (tijdelijk) hun pensioenpremie moeten kunnen mobiliseren om hun hypotheeklast terug te brengen. Eventueel kan de regering overwegen om uit de bankenbelasting een fonds voor schrijnende gevallen te vormen. Een compromisoplossing lijkt hier het meeste voor de hand te liggen. Zowel hypotheekgevers als hypotheeknemers valt verregaande onachtzaamheid te verwijten tijdens de huizenzeepbel en het is redelijk om beide partijen te laten bloeden.

Pijn lijden is draaglijker en beter uit te leggen als daarmee een probleem wordt opgelost en de economie wordt versterkt. In dat opzicht is het nu afhechten van de woningmarkthervormingen veruit superieur boven het doorgaan met korte-termijn lastenverzwaringen en bezuinigingsmaatregelen. De fantasieloze invulling daarvan – met nullijnen bij het rijk en in de zorg, budgetkortingen of het schrappen van inflatiecorrecties – zal de economie niet versterken. Daarentegen zou de coalitie met het nu implementeren van de hypotheekvoorstellen van Van Dijkhuizen en Wijffels een geloofwaardige hervorming neerzetten die een flinke tijd kan meegaan. Met zo’n prestatie kan Rutte trots naar EU commissaris Rehn stappen om nog een jaartje uitstel van de 3% norm te bepleiten.