Archief

Archive for juni, 2013

Voor een kalmeringsmiddel ga je naar de drogist

12 juni 2013 1 reactie

Het FD publiceerde gisteren een artikel over het stopzetten van woningmarktvoorspellingen door de grote banken. Zij doen dit uit angst voor het voeden van pessimisme en om de markt gerust te stellen.

In een eerdere blog heb ik het punt gemaakt dat het een goede zaak is dat ze daarmee ophouden, maar dat ze het doen om de verkeerde reden. De goede reden is het vermijden van een belangenconflict. Banken die op een berg hypotheken zitten en in het verleden te dure woningaankopen van hun klanten te ruimhartig hebben gefinancierd, willen de markt natuurlijk niet destabiliseren met al te negatieve voorspellingen. Dus toen een woningmarkteconoom van de Rabobank vorig jaar eindelijk eens een keer een realistische (en zeer negatieve) voorspelling gaf, trapte zijn baas Piet Moerland meteen op de rem. Dit was toch echt niet de bedoeling; een bank moet vooral vertrouwen uitstralen en de mensen geruststellen. Zijn collegae vinden dat blijkbaar ook, zo lazen we gisteren in het FD. Als de woningmarkteconomen bij de grootbanken nog enig zelfrespect hebben, nemen ze collectief ontslag in plaats van hun snavels zo te laten knippen door Moerland en consorten.

De verdienste van Moerland is echter dat hij overduidelijk heeft aangetoond dat banken belanghebbend zijn en dus geen onafhankelijke woningmarktvoorspelling zullen leveren. Ze hadden ook nooit aan deze activiteit moeten beginnen. Laten we hopen dat de voorspellingen niet worden hervat als de markt weer opkrabbelt. Voor een kalmeringsmiddel moet de huizenbezitter maar naar de drogist.

Maar stoppen met voorspellen betekent dan ook echt stoppen. En dat is niet gebeurd. Weliswaar wordt er geen numerieke voorspelling meer gepubliceerd, in de tekst van de laatste woningmarktmonitor blijven de Rabobank-economen in de glazen bol kijken, zij het wat waziger:

De betaalbaarheid op lange termijn en de stabilisatie van de transactieaantallen doen vermoeden dat de bodem in zicht is. Dit laat natuurlijk onverlet dat een voortkwakkelende economie en oplopende werkloosheid geen goed nieuws zijn voor herstel op de woningmarkt.

De afnemende daling van het aantal transacties tot bijna een stabilisatie en de recente
geringe maandelijkse prijsstijgingen geven evenwel aanleiding om over marktherstel te
filosoferen.

Misschien kunnen ze in de volgende editie het woord “vermoeden” vervangen door “hopen” of “bidden” en het woord “filosoferen” door “dromen”. Mijn dringend advies aan deze economen is: verlaag je niet tot dit soort vage taal en beperk je tot een feitelijke presentatie van de relevante data en de recente ontwikkelingen.

Verrassend was de reactie van twee parlementsleden op het FD-artikel. GroenLinks kamerlid Linda Voortman maakt het het bontste:

Eerst hebben de banken jaren geroepen dat de huizenprijzen zouden blijven stijgen, zonder te waarschuwen voor de risico’s”, zegt Voortman. ”En nu het dan niet zo goed gaat, waarschuwen ze de consument opnieuw niet. De banken hebben een zorgplicht en dan moet je ook goed informeren.

De eerste opmerking is terecht, maar daarna gaat het mis. Zorgplicht heeft niets te maken met het publiceren van onbetrouwbare korte-termijn voorspellingen. Alleen goede voorspellingen informeren, maar daartoe zijn banken niet in staat (en vele anderen overigens ook niet). Voor de crisis had een aspirant-huizenkoper er meer aan gehad als de bank hem een grafiek had getoond van de lange-termijn huizenprijzenontwikkeling, inclusief de forse daling begin jaren tachtig en het zwakke herstel daarna. Met als boodschap: huizenprijzen gaan niet alleen maar omhoog, maar ook omlaag. Zorg dus voor een prudente financiering om een eventuele sterke prijsdaling op te vangen.

Dan CDA-kamerlid Raymond Knops. Die heeft alle begrip voor de beslissing van de banken, omdat de voorspellingen niet uitkomen.

En dus kloppen de modellen niet. Dat zorgt nu steeds voor de nodige onrust, dus het is goed als die modellen eerst bijgesteld worden.

Ik deel zijn vertrouwen in modellen niet. Het is moeilijk de aanhoudende economische onzekerheid en de veranderingen in het woningmarktbeleid goed te modelleren. Maar stel dat het zou lukken, wat heeft een bankeconoom daar dan aan als hij van zijn baas de opdracht krijgt om de markt te kalmeren.

Van kamerleden zou je verwachten dat ze een goed gevoel voor belangenconflicten hebben. Maar voor dit belangenconflict zijn ze volledig blind.

Advertenties
Categorieën:Banken, Uncategorized

Economisch beleid delegeer je niet aan de consument

Deze blog verscheen eerder in het Nederlands Dagblad van 6 juni.

In de maand mei is aan Nederlandse huishoudens netto ongeveer € 12 miljard aan vakantiegeld overgemaakt. De regering zou graag zien dat we dit geld gebruiken om met z’n allen de binnenlandse consumptie aan te jagen. Dus lekker weg in eigen land, in plaats van een reisje naar de zon. Of investeren in een dakkapelletje, in plaats van sparen of aflossen op de hypotheek.

De laatste jaren is het deel van het vakantiegeld dat we sparen of gebruiken voor het aflossen van schulden gestegen naar 40%. Volledige besteding van het vakantiegeld zou de consumptie van huishoudens potentieel met 1-2% kunnen verhogen en daarmee helpen om, in de woorden van Mark Rutte, “het CPB te verslaan”. Maar dat gaat niet gebeuren. Mensen houden zich niet bezig met de economische voorspellingen van het CPB, maar doen hun best om in moeilijke tijden het hoofd boven water te houden.

Rutte’s oproep aan de consument om meer te besteden verraadt zijn blinke vlek op het gebied van economie, die ervoor zorgt dat hij het onderscheid tussen micro- en macro-economie niet goed ziet. De micro-economie bekijkt het gedrag van de individuele consument. Die consument neemt bestedingsbeslissingen op basis van zijn eigen financiële situatie en zijn verwachtingen voor de toekomst. Toegenomen baanonzekerheid, een lager steedbaar inkomen (mede vanwege de lastenverzwaringen van de overheid) en de daling van de huizenprijzen en de pensioenaanspraken zijn allemaal redenen voor de consument om terughoudend te zijn.

Waarom zou een consument gehoor geven aan de goedbedoelde oproep van Rutte om de economie te stimuleren? Als hij dat als enige doet verslechtert zijn eigen financiële situatie terwijl de economie blijft kwakkelen. Dat is geen aantrekkelijk vooruitzicht. Het is voor de individuele consument beter als anderen consumeren terwijl hij nog even zijn schulden terugbrengt. Vanuit micro-economisch perspectief is dat volkomen begrijpelijk, maar als veel consumenten zo redeneren zakt de consumptie in en hebben we een macro-economisch probleem. Zie hier een klassiek coördinatieprobleem waarbij individueel handelen niet automatisch tot een maatschappelijk wenselijke uitkomst leidt. Het is dan ook een taak van de overheid om dit coōrdinatieprobleem op te lossen.

Helaas maakt onze regering het probleem alleen maar erger door het bezuinigingspakket boven de markt te laten hangen. Wanneer de consument er niet in slaagt om snel de economie te stimuleren volgen in augustus alsnog verdere bezuinigingen en lastenverzwaringen. Maar deze stok achter de deur gaat niet werken. Het is juist een extra reden voor de consument om niet zijn nek uit te steken. Stel dat hij als een der weinigen zijn geld gaat uitgeven, met als gevolg dat er toch extra lastenverzwaringen worden doorgevoerd om onder de 3%-norm uit te komen. Dan wordt hij dubbel getroffen: de pechvogel heeft niet gespaard en wordt toch gepakt. De risicomijdende reactie van een rationele consument is dan ook om zich alvast schrap te zetten voor een nieuwe bezuinigingsronde.

Hoe graag een liberale premier het ook zou willen, in een crisis kun je het macro-economisch beleid niet delegeren aan de consument, maar is de overheid toch echt zelf aan zet. Dat betekent niet dat je de overheidsfinanciën moet laten ontsporen door actief op grote schaal de economie te stimuleren. Dat betekent wel dat de regering moet afstappen van het huidige onzekerheid-maximaliserende beleid. Als Rutte wil dat de consument vertrouwen krijgt in de economie, dan moet je ook als overheid dat vertrouwen hebben en uitstralen. Dat doe je niet door elke begrotingstegenvaller meteen krampachtig te compenseren met nieuwe bezuinigingsmaatregelen. De nadelen van zo’n korte termijn begrotingsbeleid zijn genoegzaam bekend. Het versterkt de economische neergang en het houdt de onzekerheid over het economisch beleid in stand. De korte-termijn bezuinigingsreflex geeft de burger bovendien de boodschap dat de overheid zelf weinig vertrouwen heeft in een spoedig economisch herstel. Hoe moet de consument dan vertrouwen krijgen en hoe kun je dat vertrouwen dan van de consument vragen? Als Rutte echt van mening is dat de overheid nu extra moet bezuinigen omdat de economische groei niet zal terugkeren, dan geeft hij met zijn oproep tot meer besteden de consument een slecht financieel advies.

Maar zo somber hoeven we niet te zijn. Ook de regering moet het vertrouwen hebben dat de afgesproken structurele hervormingen (ook al zijn ze wat aan de magere kant), de concurrentiekracht van de Nederlandse economie en een herstel van de wereldhandel de economie uit het slop kunnen trekken. Deze factoren zijn vele malen belangrijker dan de eindeloze discussies over de cijfers achter de komma van het begrotingstekort.