Home > Onderwijs > Zolang hoogleraren niet kloonbaar zijn blijft het hoorcollege zinvol

Zolang hoogleraren niet kloonbaar zijn blijft het hoorcollege zinvol

In de Volkskrant is een discussie losgebarsten over het nut van hoorcolleges in het universitaire onderwijs. Hoogleraar Jan Derksen pleit voor afschaffing van deze onderwijsvorm:

De universiteit zou moeten aansluiten bij de nieuwe psychologische identiteit van jongeren. Ze zijn individualistisch en narcistisch geworden, mede onder invloed van de technologie. Dat is geen verloedering, maar iets waar je op moet inspelen.

Geef studenten de vrijheid om hun eigen interesses na te jagen. Colleges kunnen het internet op. Toetsen kunnen ook online worden afgenomen.

In de onderwijskunde wordt echter vaak gewezen op het belang van sociale en academische integratie voor de studievoortgang (de guru op dit terrein is de Amerikaanse hoogleraar Vincent Tinto). De column van Floor Rusman in nrcnext, waarin ze het onder meer heeft over het belang van gezamenlijkheid, sluit hierbij aan. Als je de “individualistische en narcistische student” moederziel alleen laat surfen op het internet voorspelt dat volgens Tinto dan ook weinig goeds voor de studievoortgang. [Overigens heb ik in mijn loopbaan meer narcisme gezien onder hoogleraren dan onder studenten, maar dit terzijde].

Voor elke onderwijsvorm geldt dat het succes staat of valt met de kwaliteit van de uitvoering. Zo ook voor het hoorcollege. Je hebt goede en je hebt slechte hoorcolleges. Goede hoorcolleges brengen structuur aan, boeien de student en motiveren hem/haar tot zelfstudie. Net als bij een concert is een goed hoorcollege “live” een betere ervaring dan via het internet, zie ook de uitstekende repliek van Eva van Gemert. Maar er zijn helaas ook minder inspirerende hoorcolleges waarin docenten voorlezen uit collegedictaten of powerpoints.

Met name de grootschalige hoorcolleges vormen een uitdaging voor zowel de docent als de student. Interactie met individuele studenten is immers nauwelijks mogelijk. Deze onderwijsvorm verlangt van de docent doceerkwaliteiten die erop gericht zijn om een groot publiek te bereiken. Niet iedere docent heeft deze van nature in huis. Er worden op veel universiteiten dan ook cursussen theatervaardigheden aangeboden aan universitair docenten. En van de student wordt twee uur stilte en aandacht gevraagd. Dat is natuurlijk een lange tijdspanne in het smartphone-tijdperk met alle sociale media-afleidingen. Maar juist het hoorcollege zou een prikkelvrije omgeving kunnen bieden waarin de student zich volledig concentreert op de spreker. Dan moet natuurlijk wel de smartphone uitstaan. In de bioscoop en de concertzaal is dit vanzelfsprekend; dat zou het ook moeten zijn in de collegezaal. En thuis op de studentenflat zijn er zoveel prikkels en afleidingen dat er van het geconcentreerd afluisteren van een webcast weinig terecht komt. Niet voor niets zoeken studenten voor zelfstudie een ouderwetse bibliotheek op.

In een andere repliek breekt Tom van Hoven een lans voor meer kleinschalig contact tussen docent en student:

De klaagzang van Derksen komt voort uit het geven van hoorcolleges aan groepen van vijfhonderd eerstejaars in een grote collegezaal. Iedere student zal beamen dat deze colleges op zijn zachtst gezegd niet de meest inspirerende zijn. De oplossing van Derksen zal echter deze situatie niet verbeteren maar slechts verslechteren. Een echte oplossing is het verkleinen van de grote groepen studenten en meer college geven in werkgroepvorm naast de reguliere hoorcolleges. Op deze manier kunnen studenten elkaar stimuleren en is er genoeg ruimte voor vragen en discussie. De gedachte dat hier rijen docenten en hoogleraren voor nodig zijn is onjuist. Ouderejaars studenten kunnen door het volgen van cursus didactiek werkgroepen geven aan jongere studenten. Deze ouderejaars weten vaak nog goed waar pijnpunten in een vak lagen en kunnen goed inspelen op de behoeftes en interesses van de studenten. Daarnaast zullen de ouderejaars hun eigen sociale en didactische vaardigheden uitbreiden – twee vliegen in een klap.

Een mix van hoorcolleges door hoogleraren en kleinschalige werkgroepen door ouderejaars studenten of PhD-studenten lijkt me voor de meeste grootschalige opleidingen inderdaad de beste combinatie. Maar het defaitisme van Van Hoven ten aanzien van de hoorcolleges deel ik niet. Juist de hoorcolleges zouden moeten inspireren. De wetenschappelijke bevlogenheid komt niet van een ouderejaars student; die moet toch echt van de hoogleraar komen.

Ik denk overigens dat in het huidige onderwijsklimaat de voordelen van kleinschalige interactie tussen studenten iets worden overschat. Als student luisterde ik liever naar een prof dan naar een mede-student, ook al was in het eerste geval de zaal wat groter. Hoogleraren hebben meer te vertellen, maar zijn helaas niet te klonen voor kleinschalig onderwijs. Ook nu nog luister ik liever naar een boeiende expert dan dat ik een groepsdiscussie bijwoon. Maar luisteren is in het hoger onderwijs helaas een ondergewaardeerde activiteit geworden; meepraten zonder kennis een overgewaardeerde. De ironie wil dat ik ooit een pleitbezorger van probleem-gestuurd onderwijs (geen hoorcolleges maar praatgroepen) een geweldig hoorcollege heb horen geven.

Advertenties
Categorieën:Onderwijs
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s