Home > Banken, Europese schuldencrisis > De Fed-in-Frankfurt bestaat al lang

De Fed-in-Frankfurt bestaat al lang

Wat een overdreven reacties op de aankondiging van de OMT-transacties door de ECB. Alsof de ECB van haar geloof was gevallen. Met veel gevoel voor dramatiek treurden economen en journalisten (met name in de Duitse pers) om de dood van de Bundesbank en het begin van een Fed-in-Frankfurt. (zie ook collegae Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic over de teloorgang van de Bundesbank-doctrine hier) Ten onrechte, want de Bundesbank-doctrine van de ECB was niet meer dan een dun cosmetisch laagje over een beleid dat altijd al sterk op dat van de Fed leek.

ECB en Fed: perceptie versus werkelijkheid.

Voordat de kredietcrisis uitbrak werd Fed-voorzitter Greenspan gezien als een bekwame monetaire stuurman, met veel oog voor de ontwikkelingen in de reële economie en voor de stabiliteit in financiële markten. In tegenstelling hiermee had de ECB het imago van een rigide inflatiebestrijder. Vlak na het uitbreken van de kredietcrisis draaide de waardering om, waarbij het Amerikaanse beleid als een oorzaak van de crisis en het Europese beleid als lichtend voorbeeld werd aangewezen. De veronachtzaming van de Amerikaanse geldgroei, met als hoogtepunt de stopzetting van de publicatie van cijfers van de ruime geldhoeveelheid (M3) in maart 2006, werd gecontrasteerd met de vermeende langetermijnfocus van de ECB. De ECB handhaafde immers een rol voor de geldgroei in haar monetaire strategie, en leek op die manier de Bundesbank-doctrine in ere te houden.

Het is de vraag of dit beeld terecht is. Met betrekking tot de geldgroei was er vooral een cosmetisch verschil tussen de Fed en de ECB. De ECB benadrukte weliswaar het belang van de ontwikkeling van M3 voor de inflatie. Maar ondanks de mooie woorden heeft de ECB in de periode 1999–2007 M3 laten groeien met gemiddeld 7 procent per jaar, een tempo dat ruim boven haar eigen referentiewaarde van 4,5 procent lag. Ook is er in de empirische literatuur geen enkele steun te vinden voor een effect van de M3-groei op de rentebeslissingen van de ECB. Kort na de invoering van de euro kon de sterke M3-groei nog worden toegeschreven aan overgangseffecten. Na 2004 ging de sterke geldgroei echter hand in hand met een groei in de kredietverlening en nam de informatiewaarde van M3 toe. Maar juist in deze periode is de aandacht van de ECB voor M3 verslapt. Let wel, we praten hier over de periode waarin de monetaire diehards Otmar Issing en Jurgen Stark de scepter voerden over de economische afdeling van de ECB.

Ook voor wat betreft de gemiddelde stand van het monetair beleid over de periode 1999–2008 heeft de perceptie van de ECB als inflatiebestrijder a la de Bundesbank een smalle wetenschappelijke basis. Studies die de Taylorregel gebruiken concluderen dat ook in de eurozone het monetaire beleid voor de kredietcrisis te ruim is geweest. Over de periode 1999-2008 was er ook nauwelijks een verschil tussen de reële rentes in de Verenigde Staten en de eurozone (gemiddeld 2,2 versus 2,3 voor de lange reële rente en 1,3 versus 1,2 voor de korte reële rente). Beide centrale banken lieten zich in slaap sussen door de lage consumentenprijsinflatie en hadden geen oog voor het effect van de ruime liquiditeitsschepping op de vermogensmarkten.

Vrije markt ideologie

Een ander punt van overeenkomst tussen de ECB en de Fed in het pre-crisis tijdperk is het geloof in de heilzame werking van vrije financiele markten. Beide centrale banken lieten de financiele instellingen in alle vrijheid bellen blazen. Issing en Stark stapten helaas niet op omdat ze de Duitse bankleningen aan Spanje te risicovol vonden worden. Het ging goed en het pluche zat lekker. Stark vertrok veel later en liet zijn collega’s pas in de steek toen het moeilijk werd.

Na het uitbreken van kredietcrisis hebben beide centrale banken terecht een onconventioneel monetair beleid gevoerd, waarbij ze beiden hun balans in dienst hebben gesteld van de onderstutting van het financiele stelsel en de economie als geheel. De manier waarop verschilde. De Fed werkte via de financiele markten; de ECB via de banken. We kunnen nu constateren dat de Fed effectiever was in het reduceren van de lange rentes dan de ECB. Er is dan ook veel voor te zeggen om als ECB niet meer via het verstopte bankenkanaal te werken maar rechtstreeks in de markten te intervenieren. Maar de balansverlenging was in beide gevallen gigantisch.

Conclusie

Zowel voor als tijdens de crisis zijn er veel parallelen tussen de Fed en de ECB, zowel in goede als in slechte zin. Ruim geld, een gebrek aan aandacht voor vermogensprijsinflatie, een technocratische focus op de consumentenprijsindex en een vrije markt ideologie ten aanzien van de financiele sector kenmerkten het beleid van de ECB en de Fed voor 2007. Na het uitbreken van de crisis hebben beide centrale banken hun balans verlengd en nemen ze gelukkig hun verantwoordelijkheid voor de economie, daar waar politici falen. En dat gepraat over de Bundesbank is alleen maar nostalgie.

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s