Home > Onderwijs, Uncategorized > Een onwetenschappelijke conclusie van de VSNU

Een onwetenschappelijke conclusie van de VSNU

In een eerdere blog besprak ik het verschijnsel dat een groot deel van de rendementsverschillen tussen opleidingen kan worden verklaard door verschillen in de man/vrouw verhouding. Meisjes doen het beter dan jongens, dus opleidingen met een relatief hoog percentage mannelijke studenten hebben gemiddeld genomen een slechter bachelorrendement. In beleidskringen wordt hiermee zelden rekening gehouden. Illustratief is het VSNU-rapport Prestaties in perspectief. Ik citeer:

Het afgelopen decennium is het studiesucces in de bachelorfase duidelijk verbeterd. Tussen 2002 en 2010 is het bachelorrendement na vier jaar gestegen van 50 tot 62 procent (zie figuur 2.3). Substantiële verbetering vraagt realisering van een ambitieuze studiecultuur, die eisen stelt aan zowel de instelling als de studenten, en om een gedurende vele jaren volgehouden aanpak. Daarbij gaat het om een samenspel van enerzijds studiemotivatie, inzet en houding van studenten, verbondenheid met de opleiding en een gezonde vorm van prestatiegerichtheid, en anderzijds om de inspanningen van de opleidingen om deze kenmerken maximaal te bevorderen en de organisatie van het onderwijsleerproces erop in te richten. De resultaten van de UU en de UM, die veel langer bezig zijn met de verbetering van studiesucces dan de andere universiteiten, laten zien dat een volgehouden aanpak werkt. (p. 9)

Op basis van de ruwe rendementscijfers concludeert de VSNU blijkbaar dat de volgehouden aanpak van de Universiteit Utrecht en de Universiteit Maastricht ter verbetering van het studiesucces werkt. Dat is een onwetenschappelijke benadering. Om het succes van de aanpak van de UU en de UM aan te tonen, zou er op zijn minst moeten worden gecontroleerd voor studentgerelateerde factoren die het studiesucces beinvloeden en die substantieel verschillen tussen de instellingen, zoals het geslacht van studenten. Hieronder doe ik een eerste aanzet. Voor de 13 Nederlandse VSNU universiteiten heb ik voor cohort 2007 het rendement na vier jaar van eerstejaars wo-studenten die zich herinschrijven (een gebruikelijke rendementsmaatstaf) geregresseerd op het percentage mannelijke studenten (%man) in de instroom van 2007. De geschatte regressievergelijking ziet er als volgt uit: rendement = 0.95 – 0.66 %man De coefficient op %man is zwaar significant (p=0.000) en de verklaarkracht is hoog (Adj. R-kwadraat=0.66). Vervolgens heb ik voor alle universiteiten het geschatte rendement op basis van de regressievergelijking berekend (%man invullen). De afwijking tussen het gerealiseerde rendement en het op basis van de vergelijking geschatte rendement geeft dan aan hoe goed de instelling het doet wanneer rekening wordt gehouden met de man-vrouw verhouding. Let wel, dit is een exercitie die rekening houdt met slechts 1 verklarende externe factor, dus nog zeer beperkt. Onderstaande grafiek laat het resultaat zien. De lichtgrijze staafjes laten het rendement per instelling zien in afwijking van het gemiddelde; de donkergrijze staafjes het rendement in afwijking van de regressielijn. De grafiek laat zien dat zelfs een eenvoudige correctie voor een externe (niet door instellingsbeleid te beinvloeden) studiesuccesfactor al een grote verschuiving aanbrengt in de rangorde van studiesucces. Vooral de TU’s (veel jongens, lage rendementen) hebben veel baat bij deze correctie. De UM blijft op nummer 1, maar het succes van de UU verbleekt enigszins. Zij moet de EUR nu achter zich laten. Verder valt op dat universiteiten die tot nu toe gemiddeld leken te scoren, zoals de UvA en Leiden, het na correctie voor geslacht relatief slecht doen. In zijn algemeenheid kun je zeggen dat de correctie voor de man-vrouw verhouding de verschillen tussen de instellingen dempt. Figuur 1: 4-jaars rendementen van Nederlandse universiteiten, cohort 2007 Er zijn vast nog andere externe studentgerelateerde factoren te bedenken die het studiesucces beinvloeden en die sterk verschillen tussen instellingen. Dit voorbeeld toont in ieder geval aan dat het onjuist is om op basis van ruwe rendementsgegevens uitspraken te doen over het succes van het onderwijsbeleid van instellingen, zoals de VSNU doet in haar rapport.

Advertenties
Categorieën:Onderwijs, Uncategorized
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s