Home > Banken, Europese schuldencrisis > Verwacht geen snelle wonderen van de ECB als toezichthouder

Verwacht geen snelle wonderen van de ECB als toezichthouder

Op de EU-top van 28/29 juni hebben de regeringsleiders eindelijk ingezien dat de bankenproblemen van Spanje en Ierland op Europees niveau moeten worden aangepakt. Vanwege de toevloed van Duits en Nederlands kapitaal konden de zeepbellen in de onroerend goed markten van deze landen te lang van brandstof worden voorzien. De gemeenschappelijke munt maakte het deze landen bovendien onmogelijk om zelf aan de monetaire rem te trekken. Het gaat hier dus om een gemeenschappelijk falen, waarvoor gezamenlijk een oplossing moet worden gevonden.

De beslissingen om het Europees bankentoezicht te versterken en om rechtstreekse bankensteun vanuit het noodfonds mogelijk te maken zijn dan ook goede stappen vooruit, die ook de negatieve wisselwerking tussen de financiële problemen bij banken en nationale overheden kunnen doorbreken.

Een sterke centrale aansturing van het toezicht kan een einde maken aan de praktijk waarbij nationale toezichthouders hun koninkrijkjes afschermen, vrijblijvend coördineren in praatclubs als de EBA en intussen de ECB gebruiken om zombie-banken in leven te houden. Een Europese toezichthouder met tanden kan ook de ongezonde innige banden die op nationaal niveau bestaan tussen politici, toezichthouders en banken doorbreken en op een effectievere manier vroegtijdig ingrijpen. Kortom, vreemde ogen dwingen.

De vraag is nu of het goed idee is om de ECB met het Europese bankentoezicht te belasten (in plaats van een aparte Europese toezichthouder) en of dit gaat werken. Mijn antwoorden hierop zijn “ja” en “hopelijk op termijn”.

Over de voors en tegens van het laten uitvoeren van het toezicht door een centrale bank als de ECB is veel geschreven. Voor bankentoezicht door de ECB pleit haar taak als lender-of-last-resort. Als banken een beroep doen op liquiditeitsverstrekking door de centrale bank, dan zal deze moeten oordelen over de solvabiliteit van de desbetreffende bank. Een liquiditeitsprobleem vereist immers een andere behandeling dan een solvabiliteitsprobleem. Detailkennis over individuele banken is voor deze oordeelsvorming onontbeerlijk. Nationale toezichthouders hebben nu belang bij een informatievoorsprong op de ECB. Zij kunnen een solvabiliteitsprobleem voordoen als een liquiditeitsprobleem, om het probleem vooruit te schuiven in de hoop dat het vanzelf overgaat. Maar van deze praktijk moeten we af.

Een aparte Europese toezichthouder naast de ECB zou hoge eisen stellen aan de onderlinge coördinatie. Het theoretische voordeel van formeel gescheiden verantwoordelijkheden is gering vergeleken met het reële risico van competentie-geschillen, gebrekkige informatie-uitwisseling en communicatie en bureaucratische traagheid wanneer snelle besluitvorming is vereist (zie de coördinatieproblemen tussen de FSA en de Bank of England rond Northern Rock). Het is dan ook niet voor niets dat wereldwijd het bankentoezicht meestal ligt bij de centrale bank. Een praktische reden om de ECB hiermee te belasten is verder dat het Verdrag van Maastricht hierin voorziet (artikel 25.2 van het statuut van de ESCB) en dat er dus snel kan worden geschakeld.

Het zal echter tijd kosten voor de ECB om haar rol als toezichthouder waar te maken. Het opbouwen van onafhankelijke expertise kost tijd, en de ECB zal zeker in het begin sterk leunen op de nationale toezichthouders. Op termijn zou het intellectuele zwaartepunt van het toezichtsysteem naar Frankfurt kunnen verschuiven, net zoals dat bij het monetaire beleid gebeurde. Nationale toezichthouders krijgen dan de rol van bijkantoor. In dit langzame proces zal de ECB mogen rekenen op extreme bureaucratische weerstand bij de nationale toezichthouders en politici, die niet graag de macht over “hun” banken willen verliezen. Als dit proces op termijn gaat werken leidt dit tot een grotere machtsconcentratie bij de ECB. Er valt dus veel voor te zeggen om gelijktijdig de democratische controle op deze instelling te versterken.

Wanneer de ECB eenmaal in de driver’s seat zit is haar grootste uitdaging om het macro-prudentiële toezicht (i.e. het toezicht op het systeemrisico) verder te verbeteren. Hoe voorkomen we dat in de toekomst het kapitaal wederom vrij spel krijgt om de macro-economische instabiliteit binnen de eurozone te vergroten. Hoe begrenzen we bijvoorbeeld de grensoverschrijdende bancaire kredietverlening aan oververhitte regio’s binnen de eurozone? Dit vergt een cultuurverandering binnen de ECB, die tot nu toe de eurozone als een entiteit zag en financiële integratie binnen de eurozone als een groot goed beschouwde. Voor een prominente Europese institutie als de ECB is het misschien tegennatuurlijk om de financiële integratie binnen de eurozone een halt toe te roepen. Maar toch kan dat nodig zijn om de euro te redden. (zie ook deze eerdere blog over de ESRB  en dit ESB-artikel).

Advertenties
  1. Johnd144
    25 juni 2014 om 12:50 am

    I think this is among the most significant info for me. And i am glad reading your article. But want to remark on some general things, The website style is wonderful, the articles is really great D. Good job, cheers eakbacageged

  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s