Archief

Archive for juni, 2012

Nog een voordeel van renteverevening

Hoe brengen we de obligatiemarkten tot rust zonder dat de AAA-landen blanco cheques uitschrijven? Dat is ook bij deze EU-top weer de hamvraag. Vandaag concludeerde Martin Visser in het FD dat het arsenaal aan crisismaatregelen volledig uitgeput lijkt te raken. Hij wees daarbij ook op het probleem dat interventies door het ESM en de ECB in de obligatiemarkten (de voorkeursoplossing van Monti) de private beleggers kopschuw kunnen maken, omdat het ESM en de ECB een preferente status hebben (private schuldeisers komen dan achter in de rij te staan bij een schuldherstructurering). Dit nadeel heeft mijn idee van renteverevening niet. Landen blijven verantwoordelijk voor hun eigen schulden en hun eigen relatie met de obligatiemarkten. Maar de sterke landen helpen de zwakke landen wel een handje in het draagbaar houden van de rentelasten.

Advertenties

A low cost plan for keeping the euro intact

Vandaag schreef Reuters over mijn idee voor renteverevening tussen eurolanden. Journalisten Hugo Dixon en Neil Unmack hebben het realiteitsgehalte getest. Hun conclusie: a low cost plan for keeping the euro intact!

RaboDirect ondermijnt het Nederlandse DGS

De Rabobank maakte vandaag trots bekend dat ze spaargeld gaat rapen in Duitsland. “Het land is met €1800 miljard de grootste spaarmarkt van Europa”, vertelde bestuurslid Berry Marttin van de Rabobank er verlekkerd bij. Wat ze in het persbericht niet noemen is dat al het Duitse spaargeld bij RaboDirect valt onder het Nederlandse depositogarantiestelsel. Als het mis gaat met de Rabobank, betaalt de Nederlandse belastingbetaler de vergoeding aan de Duitse spaarder.Zie hier voor de risico’s. Dit laat maar weer eens zien dat banken geen lessen trekken uit de kredietcrisis en geen maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel hebben. En DNB laat dit zoals gebruikelijk allemaal zo maar gebeuren. Onverantwoordelijk.

Categorieën:Banken

Voorspelt het CPB eurobonds?

Economie is geen exacte wetenschap. De vandaag gepubliceerde ramingen van het CPB kennen dan ook een grote onzekerheidsmarge, zoals het CPB zelf als eerste toegeeft. Maar achter de ramingen moet wel een consistent verhaal zitten. Bij de door het CPB gebruikte renteraming had ik enige moeite om zo’n verhaal te ontdekken.

Het CPB laat de lange rente in de voorspelperiode oplopen tot 3,6% in 2017 (onder vage verwijzing naar marktdata). De inflatieraming blijft echter gehandhaafd op 2%, zodat het CPB een stijging van de reele rente van 0% nu naar 1,6% in 2017 voorspelt.

Welke economische verklaring kan er achter zo’n reele rentestijging zitten? Ik loop de opties even langs.

1) Een stijging van de risicopremie op Nederlandse staatsschuld in de financiele markten? Deze verklaring is niet consistent met het terugdringen van het begrotingstekort tot onder de 3% norm, de stabilisatie van de staatsschuldquote en de verbetering van de houdbaarheid van de overheidsfinancien. Al deze ontwikkelingen zouden tot een behoud van de Nederlandse AAA-rating moeten leiden.

2) Een stijging van de kredietvraag op de Europese kapitaalmarkten als gevolg van een snel herstel van de economische groei? Dat zou mooi zijn, maar is helaas moeilijk te rijmen met de lage groeiverwachting van het CPB.

3) Het wegebben van de spanningen binnen de eurozone, zodat het kapitaal weer terugvloeit naar Zuid-Europa en beleggers de veilige Nederlandse en Duitse havens kunnen verlaten? Vergelijkbaar met 2) en dus niet consistent met de lage groeiverwachting.

4) Een zodanige escalatie van de eurocrisis dat wereldwijde beleggers de eurozone gaan mijden en de rentestanden op Nederlandse en Duitse staatsschuld Zuid-Europa achterna gaan? Maar dit scenario is nu juist expliciet uitgesloten door het CPB en klopt bovendien niet met de stabiele raming van de euro-dollar wisselkoers.

Blijft als laatste optie over dat het CPB verwacht dat de eurozone in de periode 2013-2017 stappen zet richting een Europese begrotingsunie, waarbij ofwel de rentelasten worden gedeeld (zie deze blog) ofwel eurobonds worden uitgegeven.

Vreemde ogen dwingen

5 juni 2012 1 reactie

Vanaf de start was de EMU een instabiele constructie. Een kruk met twee poten, heb ik het ooit genoemd. De twee poten zijn monetaire stabiliteit (vastgelegd in het statuten van de ECB) en begrotingsstabiliteit (vastgelegd in het oorspronkelijke stabiliteitspact). De tweede poot werd een aantal jaren na de invoering van de euro vakkundig doorgezaagd door Frankrijk en Duitsland, toen ze bij de overschrijding van de tekortregels het stabiliteitspact opzij schoven. De onmisbare derde poot is financiële stabiliteit. Hier zijn de regeringsleiders nooit aan toegekomen. Ze waren in 1999 wel bereid om hun munt af te schaffen, maar niet om hun macht over de banken op te geven. Een blunder, weten we nu. Met Merkel’s begrotingspact is de tweede poot weer aan de kruk vastgelijmd. Intussen werken de eurocraten ook aan de derde poot, door plannen voor een Europese bankenunie te smeden. De noodzaak voor een bankenunie is evident. Banken hebben overheden in de financiële problemen gebracht (Ierland en Spanje) en andersom (Griekenland). De problemen blijken lokaal moeilijk oplosbaar en brengen de eurozone aan het wankelen. De hamvraag is nu hoe je het Europese bankwezen stabiel krijgt zonder dat Noord-Europa blanco cheques hoeft uit te schrijven. Bij een Europese bankenunie draait het om macht en geld. De inzet van de Zuidelijke landen zal zijn om Europa financieel garant te laten staan voor hun banken, zonder de zeggenschap hierover op te geven. Een betere oplossing beoogt precies het omgekeerde: de zeggenschap over banken wordt naar het Europese niveau getild terwijl de rekening zoveel mogelijk bij de nationale overheden wordt neergelegd (en als dat niet lukt doen landen maar een beroep op het noodfonds). Daarmee zou het huidige governance probleem in de bankensector, waarbij banken te zeer een speelbal zijn van de nationale politiek, worden opgelost. In de beginjaren van de euro was een veelgebruikt argument tegen een Europese toezichthouder dat Europese banken voornamelijk nationaal actief waren en dat de nationale toezichthouder de beste kennis had van de lokale markt. Dit schijnargument werd gebruikt om de koninkrijkjes van nationale toezichthouders te beschermen en de nationale invloed op de banken te behouden. Kennis kan natuurlijk gemakkelijk worden gedeeld (als je wilt). De inschakeling van externe consultants bij de Spaanse probleembank Bankia geeft ook al aan dat het met de kennis van lokale toezichthouders niet altijd goed is gesteld. De waarde van een Europese bankentoezichthouder is dat vreemde ogen dwingen. Een Europese toezichthouder met tanden (dus niet de praatclub die EBA heet) kan de ongezonde maar innige banden die op nationaal niveau bestaan tussen politici, toezichthouders en banken doorbreken. In veel Europese landen zijn banken helaas nog te zeer een instrument van de politiek. Wanneer banken staatseigendom zijn of wanneer politici in de raden van bestuur zitten (zoals bij de Spaanse caja’s) bestaat het risico van politiek gestuurde kredietverlening. Politiek opportunisme tast dan de kwaliteit van de kredietportefeuille aan. Bevriende banken worden ingeschakeld om grote politieke projecten te financieren of om overmatig in staatsobligaties te beleggen. Zo werden de liquiditeitsinjecties van de ECB door de Spaanse banken gebruikt om meer in Spaans overheidspapier te beleggen. Dit was geen rationele belegging, maar een vriendendienst. Een te grote innigheid tussen de lokale toezichthouder en een bank leidt ook tot uitstelgedrag in het nemen van pijnlijke maatregelen (regulatory forbearance) en een vereenzelviging tussen het belang van de bank en het belang van de toezichthouder (regulatory capture). Van dit laatste had Nout Wellink in Nederland overigens ook veel last. Als buitenstaander had een Europese toezichthouder misschien ook eerder kunnen ingrijpen om de zeepbellen in de Ierse en Spaanse huizenmarkten te beperken. In al deze gevallen geldt dat een buitenstaander gemakkelijker hard en vroegtijdig zal ingrijpen. Zo kan worden voorkomen dat de wonden dooretteren en de financiële problemen een land boven het hoofd groeien. Een Europese bankenunie kan dus werken als daarmee de zeggenschap over banken aan de nationale politiek wordt onttrokken, maar zal falen als het primair een herverdelingsmechanisme wordt.

Wisseling van de wacht bij het FD

Jammer dat collega-economen Han de Jong en Wim Boonstra zijn gestopt met hun column in het FD. Met Ad Scheepbouwer gaat het niveau helaas al meteen een forse stap omlaag. Die heeft ooit boekhouden gestudeerd en denkt dat de kosten van het klappen van de eurozone precies te berekenen zijn. Echte economen kennen de grenzen van hun vakgebied.