Archief

Archive for mei, 2012

Uit de oude doos

Het plan voor een Europese bankenunie krijgt momentum, nu zowel IMF, ECB als Europese Commissie zich hierachter lijken te scharen. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen. Tijd om een oud artikel uit de ESB van 1997 uit de kast te halen:

“Gebrek aan aandacht voor financiële stabiliteit heeft geleidt tot weeffouten in het Verdrag van Maastricht. Het verdrag is onduidelijk over de rol van de ECB bij het toezicht op het bankwezen. Daarnaast heeft het verdrag onvoldoende oog voor de gevaren van een te grote verwevenheid van bankwezen en overheid, die in veel Europese landen maar al te vaak voorkomt.’

Japan: schrikbeeld of rolmodel?

In haar Overzicht Financiële Stabiliteit (voorjaar 2012) wijst DNB op het gevaar van een langere periode van lage groei en bespreekt zij de parallellen met Japan. Zijn er voor Europa lessen uit de Japanse ervaringen te trekken, om te voorkomen dat “het risico opdoemt dat ook Europa een ‘verloren decennium’ van lage groei tegemoet gaat” (p. 15)? Nu denk ik dat de Grieken, Ieren, Portugezen en Spanjaarden blind zouden tekenen voor een verloren decennium van lage groei, in plaats van de economische implosie die ze nu meemaken. Het is dus nog maar de vraag of we de Japanse ervaring wel zo negatief moeten kwalificeren als DNB doet.

DNB maakt ook een aantal zuinige opmerkingen over het Japanse begrotingsbeleid: “Via begrotingsbeleid kon de Japanse overheid de economie nog enigszins steunen, maar de staatsschuld liep daardoor fors op” (p. 15) en “De Japanse ervaring toont tot slot dat het stimuleren van de economie via begrotingsbeleid geen uitweg biedt uit een situatie van structureel lage groei” (p. 16). Ook hier zijn de kwalificaties veel te negatief. De understatement “nog enigszins steunen” doet geen recht aan de cruciale rol die het Japanse begrotingsbeleid heeft gespeeld bij het opvangen van de balansrecessie. Japan-specialist Richard Koo schrijft hierover:

“Although this fiscal action increased government debt by 460 trillion yen or 92 percent of GDP during the 1990–2005 period, the amount of GDP preserved by fiscal action compared with a depression scenario was far greater. For example, if we assume, rather optimistically, that without government action Japanese GDP would have returned to the pre-bubble level of 1985, the difference between this hypothetical GDP and actual GDP would be over 2,000 trillion yen for the 15-year period. In other words, Japan spent 460 trillion yen to buy 2,000 trillion yen of GDP, making it a tremendous bargain.”

Paul Krugman maakte dit weekend hetzelfde punt in de FT:

“What we thought was that Japan was a cautionary tale. It has turned into Japan as almost a role model. They never had as big a slump as we have had. They managed to have growing per capita income through most of what we call their ‘lost decade’. My running joke is that the group of us who were worried about Japan a dozen years ago ought to go to Tokyo and apologise to the emperor. We’ve done worse than they ever did. When people ask: might we become Japan? I say: I wish we could become Japan.”

De les uit de Japanse ervaring is dat zolang de private sector bezig is met balansherstel, er een taak voor de overheid ligt om de vraag op peil te houden. Een simultane deleveraging van zowel de private als de publieke sector, zoals nu in Ierland en Spanje, verdiept de economische neergang en moet dan ook worden vermeden. Maar dat is een les die centrale bankiers niet willen horen.

Indexleningen in crisistijd

De eurocrisis laat zien dat een overheid de kwetsbaarheid voor een negatief sentiment in de internationale financiële markten kan verminderen door actief de binnenlandse spaarder te mobiliseren. Een mooi voorbeeld hiervan is de zeer succesvolle uitgifte van staatsbons door de Belgische overheid in het najaar van 2011. Juist in een periode waarin het vertrouwen van de financiële markten in België sterk onder druk stond, wist het Belgische agentschap meer dan € 5 miljard op te halen met een op de kleine binnenlandse spaarder toegesneden obligatie. Gegeven de dominantie van pensioenbesparingen lijkt in Nederland de uitgifte van indexleningen een betere manier om de binnenlandse besparingen bij de pensioenfondsen te mobiliseren. Zie dit artikel in ESB.

Categorieën:Uncategorized

Voorspelbaar DNB advies over bankentaks

Gisteren heeft DNB haar advies over de verhoging van de bankenbelasting gegeven. Zoals te verwachten viel, gaat DNB ervan uit dat de bankenbelasting wordt doorberekend aan de klant en dat de kredietverlening hierdoor zal afnemen. De winstdaling vanwege de bankenbelasting leidt volgens DNB ook tot een minder veilig bankwezen. Maar dit is een eenzijdige analyse, die voorbij gaat aan het feit dat de banken volop de ruimte hebben om hun winsten te verhogen door hun loonkosten naar een in Nederland gangbaar niveau terug te brengen.

In de definitie van DNB is een veilig bankwezen een bankwezen waarin medewerkers overbetaald worden en de banken niet met elkaar concurreren. Kosten worden doorberekend aan de klant en als het mis gaat staat de overheid paraat. Daarmee laat DNB zich weer kennen als de beste belangenbehartiger van de bankensector.

Categorieën:Banken

Rentesolidariteit in plaats van eurobonds

See Economonitor for an English version of this post.

Gisteren luidde de Spaanse premier Rajoy de noodklok over de hoge rente. Hij moet gehoord worden. Wat kunnen we doen? Hieronder een lijstje met de bekende oplossingen en de bijbehorende bezwaren. Tot slot een zelfbedacht compromis.

1) Meer bezuinigingen en hervormingen

Dit is het Germaanse recept. De renteverschillen binnen de euro zijn een goede zaak, want zij prikkelen de lidstaten tot grotere begrotingsdiscipline. De lage rentes van de AAA-landen vormen dan ook de beloning voor goed gedrag. Dus als Spanje nu maar volhoudt, dan zakken die rentestanden vanzelf wel weer.

Dit geloof in de werking van de obligatiemarkten is verbazingwekkend als je bedenkt hoe slecht de markten het risico hebben ingeprijsd voordat de crisis begon. De huidige Spaanse rentestijging is meer een gevolg van de verslechtering van de Spaanse economie, de zwakke bankbalansen en de onzekerheid rond Griekenland, dan van het uitblijven van hervormingen en bezuinigingen. Sterker nog, naarmate de bezuinigingen harder zijn en de Spaanse economie verder in het slop geraakt, worden de financiele markten alleen maar zenuwachtiger. Kortom, Spanje heeft voorlopig geen uitzicht op een beloning in de obligatiemarkten. Intussen frustreren de hoge rentelasten het Spaanse beleid: wat je bezuinigt op de overheidsuitgaven loopt er via hogere rentelasten weer uit.

2) Eurobonds

Waar de tucht van de markt faalt moet naar andere oplossingen worden gezocht. De favoriet van Zuidelijk Europa is euro-obligaties. Een begrotingsunie met euro-obligaties als sluitstuk is op den duur een goede en waarschijnlijk noodzakelijke extensie van de muntunie. Euro-obligaties schakelen de destabiliserende werking van de obligatiemarkten binnen de eurozone uit, en kunnen op termijn leiden tot een zeer omvangrijke en liquide markt voor risicovrije obligaties, met een rente die niet boven die in de VS hoeft te liggen. Maar een begrotingsunie heeft goede interne spelregels nodig om de begrotingsdiscipline te handhaven en om te voorkomen dat zwakke eurolanden meeliften met de sterkere landen. Zolang die er niet zijn, valt dit idee niet te verkopen aan het Nederlandse en Duitse electoraat.

3) ECB steunaankopen

Ook hiervoor zijn de voorstanders in het zuiden te vinden. De ECB heeft een opkoopprogramma, maar gebruikt het met mate. Wanneer de ECB staatsobligaties opkoopt bij paniek in de financiele markten en daarmee de financiele stabiliteit in Europa waarborgt is er niets aan de hand. Maar de ECB mag vanuit haar mandaat geen instrument zijn om de rentestanden van probleemlanden structureel te drukken. Dit is dan ook de reden waarom we oplossing vier hebben.

4) Het noodfonds ESM

Het ESM is nu gelukkig goedgekeurd door het Nederlandse parlement. De commotie over het gebrek aan zeggenschap was wat overdreven. Het ESM is er gekomen om de ECB te ontlasten. Het is juist beter om de steunverlening onder de politieke zeggenschap van de Ministers van Financien te plaatsen dan deze op een intransparante manier uit te laten voeren door ongekozen centrale bankiers Dat we in de noodprocedure ons veto opgeven is de prijs voor flexibiliteit.

Van alle tot nu toe besproken opties is de inzet van het ESM misschien wel de beste. Met zachte leningen uit het ESM kan Spanje haar bankensector herkapitaliseren. Maar Spanje hikt natuurlijk aan tegen de conditionaliteit en het daaruit voortvloeiende verlies aan beleidsautonomie. En ook de rest van de eurozone zal niet staan te juichen wanneer er een grote hap uit het ESM wordt genomen. Daarom onderstaand compromis, dat misschien in combinatie met het ESM kan worden toegepast.

Compromis: rentesolidariteit ipv eurobonds

Europa is het continent van de compromissen. Ik doe graag een duit in het zakje. Mijn drie uitgangspunten zijn daarbij als volgt:

– De hogere rentestanden in Spanje en Italie zorgen voor een gevaarlijke schulddynamiek.
– De renteverschillen binnen de eurozone reflecteren slechts ten dele de begrotingsdiscipline van individuele lidstaten en zijn ook uitingen van economische onzekerheid en van angst voor het uiteenvallen van de eurozone. De overheden van Noord-Europese landen genieten een rentevoordeel vanwege het veilige-haven effect.
-Gezamenlijke aansprakelijkheid voor elkaars overheidsschuld in de vorm van euro-obligaties is op dit moment een brug te ver.

Het compromis is nu om de Europese solidariteit niet toe te passen op de hoofdsom van de staatsschuld, zoals eurobonds doen, maar op de rentelasten. Dit zou kunnen door een vereveningsmechanisme in het leven te roepen dat het rentevoordeel dat de Noordelijke lidstaten nu genieten terugsluist naar Spanje en Italie. In de meeste extreme vorm pool je de rentebetalingen en verdeel je ze naar rato van de omvang van de staatsschuld. Maar je kunt ook voor een staffel kiezen waarbij de rentelasten van de AAA-landen nog steeds wat lager zijn dan die van de rest. De rentesolidariteit is tijdelijk en kan worden stop gezet wanneer de noodzaak wegvalt of de hervormingen gevaar lopen (bijvoorbeeld wanneer Berlusconi weer aan de macht komt).

Het economische voordeel van rentesolidariteit is dat het helpt om de negative schulddynamiek – waarbij de staatschuldquote toeneemt omdat de rentelasten hoger zijn dan de economische groei – te beheersen. Daarmee wordt ook de kans kleiner dat Spanje en Italie op enig moment geen toegang meer hebben tot de kapitaalmarkten. Er zijn ook veel politieke voordelen. De Zuidelijke lidstaten worden gehoord en geholpen en de Noordelijke landen erkennen dat de renteverschillen een Europees probleem zijn, ipv een probleem voor Zuid en een voordeel voor Noord. Rentesolidariteit moet uit te leggen zijn aan het Noordelijke electoraat: de huidige rentes zijn immers belachelijk laag. In vergelijking met de hoofdsommen gaat het ook om relatief beperkte bedragen. Er zijn vast ook veel nadelen, maar er schiet me nu even geen te binnen.

Blog over onderwijs op Me Judice

In een tijd waarin de publieke middelen schaars zijn is verdere intensivering van het hoger onderwijs niet vanzelfsprekend. Laat onze jonge elite vooral zelf investeren. Zie mijn bijdrage op Me Judice.

Categorieën:Onderwijs

Gezocht: meisjes die economie en bedrijfskunde willen studeren

17 mei 2012 1 reactie

De prestatieafspraken die de minister van OCW met de universiteiten maakt bevatten streefwaarden ten aanzien van het rendement van bacheloropleidingen. Universiteiten worden geacht om in 2016 aan de afspraken te voldoen. Aangezien hieraan een pot met geld is verbonden is het geen vrijblijvende exercitie. De druk op universiteiten om in de komende jaren hoge studierendementen te realiseren zal dan ook verder toenemen.

Het CBS publiceerde onlangs nieuwe gegevens over de studievoortgang in het wetenschappelijk onderwijs, waaruit blijkt dat het bachelorrendement een stijgende lijn vertoont. Hieruit blijkt ook dat er een groot verschil is tussen vrouwelijke en mannelijke studenten. Bij de vrouwen behaalde 58 procent van de eerstejaars uit het cohort 2007/’08 binnen 4 jaar het bachelordiploma. Bij de mannen is dit slechts 38%. Dit gender effect bestaat al lang, zie onderstaande grafiek waarin de 4-jaars bachelorrendementen sinds 2004 zijn weergegeven.

Afhankelijk van de samenstelling van de studentenpopulatie pakt het gender effect heel verschillend uit op opleidingsniveau. Onderstaande tabel illustreert dit met landelijke cijfers per studierichting. Het 4-jaars opleidingsrendement van psychologie is met 59% maar liefst 20 procentpunten hoger dan dat voor bedrijfskunde, maar de mannelijke en vrouwelijke psychologiestudenten scoren afzonderlijk slechts 6 en respectievelijk 7 procentpunten hoger dan hun collega’s bij bedrijfskunde. De verklaring is het verschil in samenstelling: mannen bevolken 73% van de opleidingen bedrijfskunde, tegen slechts 22% van de opleidingen psychologie. Wanneer we corrigeren voor dit effect, door bijvoorbeeld de totale man/vrouw verdeling van 45/55 toe te passen bij alle opleidingen, worden de rendementsverschillen veel geringer (nu maximaal 10 procentpunten tussen economie en psychologie).

Een groot deel van de rendementsverschillen tussen opleidingen kan dus worden verklaard door verschillen in de man/vrouw verhouding. Dit maakt het zeer discutabel om de verdeling van de middelen in het kader van de prestatieafspraken te baseren op rendementsgegevens die hiervoor niet zijn gecorrigeerd.

Categorieën:Onderwijs, Uncategorized