Archief

Archive for april, 2012

Weekers heeft een slecht idee

Staatssecretaris Weekers van Financien wil dat De Nederlandsche Bank de gevolgen van een bankenbelasting voor de kredietverlening gaat onderzoeken. Dat is net zoiets als Wilders die Lombard Street Research vraagt om de gevolgen van een terugkeer naar de gulden te onderzoeken. Je kent bij voorbaat het antwoord al.

DNB is richting het Ministerie van Financien altijd de trouwe belangenbehartiger van het bankwezen geweest, zoals ook de verhoren van de commissie de Wit duidelijk hebben gemaakt. Hoe beter banken in de slappe was zitten, hoe geruster DNB kan slapen.

Verwacht van DNB ook geen uitspraken over het te hoge loonkostenniveau in de sector. Daar heeft de toezichthouder zich nog nooit druk om gemaakt. Gelukkig groeit de onvrede hierover (zie een eerdere blog en de column van Maarten Schinkel in de NRC van vandaag). Kortom, een heel slecht idee van Weekers.

Categorieën:Banken

Blog over Catshuispakket

Een reactie op het stuklopen van de onderhandelingen in het Catshuis is te vinden op Me Judice.

Fitch zou het Global Financial Stability Report eens moeten lezen

Het FD van vandaag bericht dat kredietbeoordelaar Fitch dreigt om de credit rating van de Nederlandse staatsschuld te verlagen. Volgens “Nederlanddeskundige” Chris Pryce loopt Nederland het risico de AAA-rating te verliezen als “ze de schulden verder laten stijgen”.

Waarschijnlijk heeft deze Nederlanddeskundige nog geen tijd gehad om het deze week gepubliceerde Global Financial Stability Report van het IMF te lezen. In dit rapport staat een schat aan informatie, waaronder een overzicht met indicatoren voor de kwetsbaarheid van de overheidsfinancien. Hieronder is een gedeelte gereproduceerd (GFSR, p. 23).

In tegenstelling tot Fitch realiseert het IMF zich dat een overheid naast schulden ook activa kan hebben. De tweede kolom geeft dan ook de netto schuldenpositie die resulteert wanneer de financiele activa van de overheid worden afgetrokken van de schulden. Dan daalt de onze schuldquote van 70.1 naar 36.0% van het BBP, het laagste percentage van de in de tabel genoemde eurolanden (en ook veel lager dan Duitsland). De lage netto schuldpositie relativeert de urgentie om in 2013 precies op een begrotingstekort van 3% uit te komen, zoals de Europese Commissie wil.

Het grote verschil tussen bruto en netto overheidsschuld in Nederland heeft natuurlijk alles te maken met onze pensioenreserves. Misschien moet Nederlanddeskundige Pryce zich eens in het Nederlandse pensioenstelsel verdiepen.

.

Banken kunnen hogere belasting prima dragen

18 april 2012 2 reacties

Volgens de geruchten overwegen de onderhandelaars in het Catshuis een verdubbeling van de bankenbelasting. PvdA-leider Samson pleit zelfs voor een verdriedubbeling tot bijna € 1 miljard. Dit zijn goede voornemens. De enige kritiek die je hierop kunt hebben is dat de voorgestelde verhogingen nog te bescheiden zijn (zie ook een vorige blog).

Natuurlijk roepen de banken luidkeels dat deze verhoging ten koste gaat van de kredietverlening, de klant en hun kapitaalbuffers. NVB-voorzitter Boele Staal dreigt zelfs dat de kredietverlening met een factor 15 zal afnemen. Los van het gebrek aan onderbouwing is dat een ongeloofwaardig verhaal, als je nagaat hoeveel vet de banken nog op hun botten hebben. SNS topman Latenstein merkte recent op dat bankmedewerkers 10-15% te veel verdienen. En uit eerder onderzoek van het CBS blijkt dat rekening houdend met het opleidingsniveau de financiële instellingen bovengemiddeld hoog scoren op de beloning.

De onderstaande grafiek geeft weer hoe het beloningsbeleid bij banken is ontspoord. De lijnen geven het verloop van de beloning van medewerkers gedeeld door het arbeidsvolume (in arbeidsjaren), met 1977 als basisjaar (de cijfers zijn afkomstig uit de nationale rekeningen van het CBS). De blauwe lijn heeft betrekking op de banken, de rode op de gehele economie. In 2010 was de beloning per arbeidsjaar 3 keer zo hoog als in 1977 voor alle economische activiteiten, tegen 4,5 keer zo hoog in het bankwezen. De grafiek laat ook goed zien dat de sterkste stijging van de beloningen in de bancaire sector plaats vond in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis. Dit waren de jaren waarin banken alsmaar groter werden, slechte producten aan klanten gingen verkopen, profiteerden van de fiscaal gefaciliteerde huizenzeepbel en internationaal gingen avonturieren. Niet alleen de topmannen profiteerden hiervan, maar iedereen die in de sector werkzaam was. Sinds de start van de kredietcrisis is de groei er weliswaar uit, maar is het gat met de rest van de economie nog steeds even groot.

De instandhouding van deze overbetaling is niet te rechtvaardigen in een tijd waarin de regering de nullijn wil handhaven voor ambtenaren die werken in de zorg en het onderwijs en ook op andere gebieden pijnlijke bezuinigingen doorvoert. Dit heeft niets te maken met onderbuikgevoel, zoals Staal beweert, maar met een rechtvaardige verdeling van de economische pijn.

Los daarvan kun je ook op economische gronden je vraagtekens zetten bij de hoge lonen in de financiële sector. Het geeft een prikkel aan getalenteerde jonge mensen om in een sector te gaan werken waarvan het maatschappelijk nut op zijn minst ter discussie staat. Het zal ook lastig zijn om jonge mensen te motiveren voor een technische studie als de financiële sector zo goed blijft betalen. En aangezien de samenleving garant staat voor onze grote systeembanken ligt het voor de hand om het beloningsniveau in de sector te spiegelen aan de publieke sector. Het NVB-principe “private lusten als het goed gaat en publieke lasten als het fout gaat” is niet meer van deze tijd.

Het gaat om veel geld. De beloningen in het bankwezen (dwz nog exclusief verzekeraars) bedroegen in 2010 ca. € 8,5 miljard. Het reduceren van banklonen naar het niveau van de publieke sector zou dit bedrag met ongeveer € 3 miljard terugbrengen. De NVB dus moet ophouden met dreigen en werk maken van een goedkope en dienstbare financiële sector.

Categorieën:Banken

Mijn favoriete aanbeveling uit eindrapport De Wit

Mijn favoriete aanbeveling uit het rapport van de cie De Wit:

“Aanbeveling 16: ringfencing van buitenlandse activiteiten

De commissie meent dat er aanleiding is om te onderzoeken of het wenselijk is dat activiteiten van Nederlandse financiële instellingen buiten de Europese Unie, meer dan nu, kunnen worden geringfenced om besmetting naar Nederland te voorkomen. Binnen de Europese Unie moet een effectief kader van grensoverschrijdend toezicht en lastenverdeling (burden sharing) komen om de risico’s van grensoverschrijdende activiteiten in te perken. Zolang niet is voorzien in een dergelijk kader zou de mogelijkheid van ringfencen ook binnen de Europese Unie niet bij voorbaat moeten worden uitgesloten.” (p. 64)

Categorieën:Uncategorized

De bankenunie van D66

D66 heeft een zeer zinnige notitie over de Europese schuldencrisis geschreven. Het meest in het oog springende voorstel daarin is om op de lange termijn een Europese ‘bankenunie’ op te richten. D66 stelt de correcte diagnose dat de vervlechting tussen overheden en banken één van de oorzaken van de eurocrisis is. Dit werkt in beide richtingen: zwakke banken hebben overheden in de problemen gebracht (o.a. Ierland) en zwakke overheden brengen op hun beurt banken die veel staatsobligaties bezitten in de problemen (o.a. Griekenland). D66 wil de gijzeling tussen banken en overheden doorbreken met een Europees bankentoezicht en een Europees financieel vangnet voor spaarders en banken. Concreet betekent dit dat er een Europees depositogarantiestelsel (dgs) en een Europees bankennoodfonds moeten komen. Ik denk dat dit een oplossing in de goede richting is. De eurozone heeft nu last van allerlei negatieve zelfversterkende mechanismen. Griekse spaarders brengen bijvoorbeeld hun geld naar het buitenland, waardoor de Griekse banken nog verder in de problemen geraken. Een Europees dgs zou dit soort destabiliserende geldstromen kunnen voorkomen. Maar het idee behoeft een veel betere uitwerking. Een Europese bankenunie betekent namelijk nogal wat. En het gevaar is dat er een nieuw afwentelingsmechanisme ontstaat. In met name de Zuid-Europese landen zijn banken traditiegetrouw een instrument van overheidsbeleid. Er zijn veel staatsbanken, banken beleggen veel in de staatsobligaties van de eigen overheid en overheden zijn gewend om de kredietverlening van “hun” banken in een door de politiek gewenste richting te duwen. Continuering van deze onwenselijke praktijken is vanzelfsprekend ontoelaatbaar wanneer de kosten van het falen van een bank zouden worden afgewenteld op Europees niveau. Een Europese bankenunie vereist daarom minimaal dat banken worden geprivatiseerd en dat de hoeveelheid staatsobligaties die zij in hun bezit hebben drastisch wordt beperkt. De meer technische vervolgvraag is dan hoe het dgs en het bankennoodfonds worden georganiseerd. Substantiële fondsvorming vooraf vanuit de bankensector lijkt mij wenselijk. Met betrekking tot het Europees toezicht is het cruciaal dat het primaat (dwz de toezichtsbevoegdheden) komt te liggen op Europees niveau en niet meer bij de nationale toezichthouders, die in het verleden toch te vaak de nationale deelbelangen hebben laten prevaleren. Als dat allemaal zou lukken (een hele “big if”), dan kan zo’n bankenunie de stabiliteit in het Europese bankwezen bevorderen. Met de ontvlechting van banken en hun overheden wordt echter het ontbreken van een “lender of last resort” in de markt voor staatsschuld een urgenter probleem. We weten dat de herfinancieringsoperaties van de ECB gedeeltelijk zijn gebruikt om via de banken de obligatiemarkten in de schuldenlanden te ondersteunen (zie deze blog). Hoe ga je een vertrouwenscrisis in de obligatiemarkten te lijf wanneer dat in een bankenunie niet meer mag? Met rechtstreekse steunaankopen door de ECB? Ik hoor graag het antwoord van D66.