Home > Onderwijs, Uncategorized > Een numerus fixus geeft nog geen kwaliteit

Een numerus fixus geeft nog geen kwaliteit

In november 2011 kondigde de VSNU een landelijke numerus fixus aan voor rechten, psychologie, economie en bedrijfskunde. De VSNU wil hiermee de kwaliteit van de opleidingen waarborgen. De voorgenomen capaciteitsafspraken hebben echter een smalle juridische basis. Bovendien zullen ze niet leiden tot een hogere kwaliteit, maar wel tot meer bureaucratische rompslomp. VSNU-regie in de onderwijsmarkt is wenselijk, maar kan zich beter richten op het wegsnoeien van marginale opleidingen.

Ons stelsel van hoger onderwijs kent twee vormen van numerus fixus: een capaciteitsfixus en een arbeidsmarktfixus (WHW art. 7.53 en 7.56). De bevoegdheid om over te gaan tot een capaciteitsfixus ligt bij het instellingsbestuur. Een capaciteitsfixus is altijd een lokale maatregel die wordt genomen vanwege een mismatch tussen de beschikbare staf en de verwachte lokale instroom. De bevoegdheid om een arbeidsmarktfixus in te stellen ligt bij de minister. De VSNU komt in dit verhaal niet voor. Als een opleiding het instellen van een capaciteitsfixus overweegt is het vanwege mogelijke effecten voor collega-opleidingen netjes om dit even af te stemmen. Dit gebeurt meestal in een landelijk discipline-overleg. Ook hier geen rol voor de VSNU.

De VSNU denkt dat een landelijke numerus fixus voor studentrijke opleidingen, in combinatie met decentrale selectie, zal leiden tot een betere kwaliteit van de instroom. Een veronderstelling daarbij is dat er iets te selecteren valt. De kwaliteit van de instroom zal echter alleen maar toenemen wanneer er een schaarste is aan opleidingsplaatsen (veel gegadigden ten opzichte van het aantal plaatsen) en de opleiding in staat is de geschikte scholier te identificeren (goede kwaliteit van de selectie).

Een fixus waarbij dit goed werkt is de arbeidsmarktfixus van geneeskunde. In 2011 waren er voor 2780 plaatsen 6437 gegadigden. [1] Dan is er serieus te selecteren. Van de plaatsingen werden er verder 368 (13,2%!) rechtstreeks toegelaten op grond van de 8+ regeling (gemiddeld eindexamencijfer hoger dan 8). Voor tandheelkunde geldt iets vergelijkbaars: 975 gegadigden voor 243 plaatsen en 6.6% directe plaatsing volgens de 8+ regeling. Maar dan houdt het ook op. Het 207 pagina’s tellende jaarverslag van het CBAP staat vol met fixi die niet bindend zijn en ook geen extra kwaliteit weten te trekken. Twee voorbeelden. De arbeidsmarktfixus psychologie: 4815 plaatsen, 4552 studenten geplaatst, waarvan 1% 8+. En de capaciteitsfixus bedrijfskunde in Groningen: 750 plaatsen, 657 studenten geplaatst, waarvan 0.5% 8+. Bij een recent werkbezoek aan de EUR gaven medewerkers van DUO dan ook aan dat de meeste fixi veel administratieve lasten opleveren en weinig selectie-effect sorteren.

De les uit deze cijfers is dat een landelijke numerus fixus alleen kwaliteitsverhogend werkt wanneer de fixus wordt vastgesteld op een getal dat ver onder de belangstelling ligt. Dan pas valt er immers iets te selecteren. Is dit niet het geval, dan zijn we bezig met een omslachtige herverdeling van studenten over opleidingen, die bovendien de keuzevrijheid van de student beperkt.

Voor mijn eigen domein Economie & Bedrijfskunde zou voor een kwaliteitseffect à la geneeskunde de landelijke instroom moet worden gereduceerd van de huidige 7200 naar ca. 3100 studenten. Zo’n slachting onder economische en bedrijfskundige faculteiten wil de VSNU, denk ik, niet op haar geweten hebben. Er is ook geen enkele reden voor. Academische economen en bedrijfskundigen zijn breed inzetbaar en vinden over het algemeen heel vlot een baan. De opleidingen zijn ook veel minder duur dan geneeskunde of tandheelkunde.

Mijn voorspelling is dat de huidige plannen van de VSNU ertoe zullen leiden dat de studentrijke economieopleidingen (EUR, UvA) studenten verliezen aan perifere opleidingen (zoals Wageningen). Daarmee wordt de versnippering van het onderwijslandschap versterkt, wat indruist tegen de wens van de minister tot universitaire profilering. Het maakt het ook moeilijker voor de studentrijke economie- en bedrijfskundefaculteiten om hun vooraanstaande positie op onderzoeksgebied te behouden. De VSNU-regie op de onderwijsmarkt kan zich daarom beter richten op een herverkaveling van opleidingen, gericht op het opheffen van marginale opleidingen bij 2e rangs faculteiten. En voor de kwaliteitsverbetering in de universitaire bachelor zijn goede alternatieven, zoals het “nominaal=normaal” project van de Erasmus Universiteit.


[1] Alle cijfers komen uit het jaarverslag numerus fixi van het Centraal Bureau Aanmelding en Plaatsing (CBAP) van DUO.

Advertenties
Categorieën:Onderwijs, Uncategorized
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s