Archief

Archive for februari, 2012

De Jager verdraait de feiten

23 februari 2012 Plaats een reactie

Verlies van AAA-status maakt Nederland geen Oostenrijk, kopte het FD gisteren in een kritisch artikel over de bewering van Minister De Jager dat een afwaardering de Nederlandse rentelasten sterk zal doen stijgen:

“Zo rekende De Jager vorige week in deze krant voor dat Oostenrijk en Frankrijk een vol procentpunt meer rente hebben moeten betalen sinds het verlies van hun AAA-status bij kredietbeoordelaar S&P.

Een procentpunt hogere rente zou Nederland volgens de minister 4 mrd euro extra kosten per jaar.”

Twee bankeconomen merkten vervolgens terecht op dat het met die stijging wel zal meevallen. Een kritisch artikel dus, maar niet kritisch genoeg. De bewering dat Oostenrijk en Frankrijk een vol procentpunt meer rente betalen sinds hun afwaardering is namelijk evident onjuist. Zo’n fout mag een Minister van Financien niet maken (even ervan uitgaande dat het FD het goed heeft opgeschreven).

Onderstaand plaatje laat de spreads van Frankrijk, Oostenrijk, Finland en Nederland (tov Duitsland) zien in 2011, een jaar waarin deze landen allemaal nog een AAA status hadden (de afwaardering van Oostenrijk en Frankrijk vond pas half januari 2012 plaats). In de herfst van 2011 liepen de spreads van Oostenrijk en Frankrijk (rode en blauwe lijn) al op tot bijna 2 procentpunten. Nu is het renteverschil nog maar 1 procentpunt.

Dit plaatje laat ook weer zien dat de kredietbeoordelaars aanhobbelen achter de feiten en niet in staat zijn om zelf nieuwe informatie of inzichten over landenrisico te genereren. De sterke en zwakke punten van de Europese landen zijn genoegzaam bekend. Frankrijk ontbreekt het aan concurrentiekracht en hervormingswil en Oostenrijk heeft last van de instabiliteit in Oost-Europa (met name Hongarije) waar het Oostenrijkse bankwezen fors aan is blootgesteld.

Aan elke economie, hoe sterk ook, kleven wel een paar vlekjes. Het is de taak van de regering om deze economische zwakheden aan te pakken. Zie het maar als groot onderhoud aan een huis met een stevig fundament. In deze crisistijd zijn de financiele markten overgevoelig en schieten ze soms door, getuige de rentepiek van Oostenrijk in november 2011. Daarom is het zaak dat regeringen helder maken dat structurele problemen worden aangepakt.

Nederland trekt momenteel negatieve aandacht met de vastzittende woningmarkt, de hoge hypotheekschuld en de lage groei. Het is dus zaak om daar wat aan te doen. Maar dan niet omdat het moet van de kredietbeoordelaar, maar omdat we op die manier onze economie weer op een groeipad kunnen krijgen. Dit is het argument dat Minister De Jager moet maken, ipv de feiten te verdraaien.

Zie ook dit radiofragment (na ca. 30 minuten).

Advertenties

De vergeten duimschroef

21 februari 2012 Plaats een reactie

Het tweede steunpakket lost de Griekse economische problemen natuurlijk niet op. Net als het eerste komt het neer op het kopen van extra tijd. Vergeleken met juli 2011 is de Griekse onderhandelingspositie verzwakt en zijn de duimschroeven strakker aangedraaid. Het tweede pakket is ook iets slimmer in elkaar gezet dan het eerste.

Neem bijvoorbeeld de geblokkeerde rekening waarop het Europese geld wordt gestort. Het is de bedoeling dat hieruit met voorrang de rente en aflossing op de Griekse schuld worden betaald. Critici zullen opmerken dat dit neerkomt op het rondpompen van geld (van overheden terug naar overheden en banken). Dat klopt, maar het is wel slim rondpompen. Externe wanbetaling is eventjes niet aan de orde en dat draagt bij aan de rust in de financiele markten. Wanneer de Griekse regering binnenkort weer met financiele tegenvallers te maken krijgt, dan moet dat resulteren in een interne wanbetaling. Geen geld, geen ambtenarensalarissen. Daarmee worden de Grieken weer iets meer probleemeigenaar. Zou je denken…

Helaas heeft Brussel vergeten om een laatste duimschroef aan te draaien. Bij geldnood kan de Griekse regering namelijk nog steeds kortlopend schatkistpapier plaatsen bij de Griekse banken. Twee weken geleden gebeurde dit nog voor ca. € 800 miljoen. Deze praktijk moet stoppen. Uit het nieuwe steunpakket wordt € 23 miljard gebruikt om de Griekse banken te herkapitaliseren, juist vanwege hun hoge blootstelling aan Griekse staatsschuld. Dan is het onverteerbaar als die banken vervolgens gewoon doorgaan met het financieren van hun eigen overheid. Kortom, Brussel had de indirecte monetaire financiering door Griekse banken per direct moeten verbieden.

Tot slot de hamvraag. Gaan de Grieken echt hervormen? Niet met de huidige politici, die vooral extrinsiek gemotiveerd zijn (dwz dat ze de minimaal noodzakelijke acties ondernemen om de Europese miljarden binnen te slepen), maar die het ontbreekt aan intrinsieke motivatie (dwz de oprechte wens om van Griekenland een moderne economie te maken). Aangezien de Europese miljarden eindig zijn, is het zeer de vraag of de hervormingsbereidheid van lange duur is. Private investeerders zien dit ook en zullen terughoudend blijven. Bij gebrek aan investeringen en perspectief zullen de jonge mensen uitvliegen naar het buitenland. Griekenland loopt het risico een heel duur bejaardentehuis te worden.

Zijlstra’s regelzucht is niet liberaal

16 februari 2012 1 reactie

Ik had nooit gedacht dat een liberale staatssecretaris verantwoordelijk zou kunnen zijn voor zo’n sterke stijging van de bureaucratie in het hoger onderwijs. Het begon allemaal een tijdje geleden met de plannen voor een instellingsaccreditatie. Deze was ooit bedoeld als lastenverlichting. Ik herinner me nog een bijeenkomst bij de VSNU waar een lastenreductie van 25% werd beloofd. Maar deze belofte wordt niet waargemaakt. Om te beginnen komt de nieuwe instellingsaccreditatie bovenop de al bestaande accreditatie van de afzonderlijke opleidingen. Een dubbele verantwoordingslast dus. Verder zijn de universiteiten doodsbenauwd dat ze geen instellingsaccreditatie krijgen. Om die reden tuigen ze een intern controlecircuit op. Als opleidingsdirecteur verlang je zo langzamerhand terug naar het oude stelsel. Recentelijk zijn daar de prestatieafspraken bijgekomen die universiteiten met de minister moeten maken. Ook hier slaat de regeldrift toe en probeert de minister op een veel te gedetailleerd niveau het hoger onderwijs aan te sturen. Een tweede bureaucratische molen waar de kwaliteit van het hoger onderwijs niet beter van wordt. De ironie wil dat een onderdeel van de prestatieafspraken is dat universiteiten hun overheadkosten moeten beperken! Zijlstra wil dat universiteiten zowel een hoge kwaliteit als een hoog studierendement leveren. Een begrijpelijke wens. Hij wil dit bereiken door de onderwijsinstellingen voor beide doelen verantwoordelijk te maken. Hier zit het probleem. De doelstellingen kunnen immers conflicteren (zoals InHolland overtuigend heeft aangetoond). Zijlstra’s antwoord op dit belangenconflict is een drastische toename van de regeldruk (je kunt de instellingen immers niet vertrouwen). Maar dit zorgt alleen maar voor extra bureaucratie en lost het onderliggende probleem niet op. De voor de hand liggende oplossing is om de verantwoordelijkheden te scheiden. Leg de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit bij de instelling en die voor het rendement bij de student. Met de langstudeerdersregeling heeft Zijlstra al een voorzichtig stapje in deze laatste richting gezet, maar het gaat nog lang niet ver genoeg (zie deze blog voor verdere suggesties). Van een liberaal zou je verwachten dat hij nog meer dan nu de verantwoordelijkheid voor het studiesucces legt bij het individu dat daar de meeste invloed op heeft en daar het meeste van profiteert. De student dus.

Categorieën:Onderwijs

Bruggink’s hineininterpretieren

12 februari 2012 Plaats een reactie

Een mooi staaltje hineininterpretieren van Bert Bruggink, CFO van de Rabobank, in het NRC:

“Rabobank ontvangt de laatste maanden wekelijks honderden miljoenen euro’s aan extra hypotheekaflossingen. Huizenbezitters anticiperen op aanpassing van de hypotheekrenteaftrek.”

Zou het echt zo gaan? Echtelieden die tegen elkaar zeggen: laten we maar eens wat extra aflossen want misschien schaft De Jager de hypotheekrenteaftrek af? Erg implausibel. Nederlanders proberen over het algemeen tot op het laatste moment maximaal van fiscale regelingen te profiteren (zie de spaarloondrukte in december).

Wat is er dan wel aan de hand? Ik denk dat veel huishoudens een rationele beleggingsbeslissing maken. De spaarrente is laag (en zal nog wel een tijdje laag blijven) en alternatieve beleggingen renderen slecht of zijn risicovol. De economische vooruitzichten blijven onzeker en maken de consument risicomijdend. Dan is het een voor de hand liggende keuze om vervroegd af te lossen als je wat geld over hebt. Het uitsparen van hoge hypotheekrentes (zelfs na belastingaftrek) kan een goede beleggingsbeslissing zijn.

Dat doet niets af aan het feit dat het Rabobank plan om aflossingsvrije hypotheken uit te bannen een prima plan is (net zoals de variant om bij de hypotheekrenteaftrek een fictief aflossingsschema te hanteren). Maar Bruggink laat zich in het interview een beetje meeslepen. De recente aflossingen bieden helaas geen enkel bewijs dat de maatschappij ‘veel verder dan Den Haag denkt’ als het gaat om aanpassingen aan de renteaftrek, maar kunnen evengoed de uitkomst van rationele keuzes zijn.

Categorieën:Banken

Hoe succesvoller een Griekse exit, hoe gevaarlijker dat is voor de euro

9 februari 2012 1 reactie

Stort na een Griekse exit het hele euro bouwwerk in elkaar?Volgens eurocommisaris Kroes (en in haar kielzog Rutte en De Jager) hoeven we daar niet bang voor te zijn. Het besmettingsgevaar zou de afgelopen tijd sterk zijn afgenomen. Het FD (9 feb, voorpagina) is daar gelukkig iets genuanceerder over en wijst op de gevaren van kapitaalvlucht en de risico’s voor de banken in andere probleemlanden. Nu denk ik dat een vastberaden ECB de onvermijdelijke onrust in de financiele markten na een Griekse exit wel kan bezweren. Een eventueel domino-effect komt uit een andere hoek en hangt vooral af van hoe het de Grieken buiten de eurozone zal vergaan. Sommige economen verwachten dat Griekenland met een eigen munt haar concurrentiepositie fors kan verbeteren en op die manier snel uit het dal kan klimmen. Ikzelf betwijfel of Griekenland het gunstige effect van een devaluatie lang kan vasthouden. Dit vereist immers de acceptatie van een reёle loondaling door werknemers (lonen blijven gelijk, terwijl de importprijzen fors stijgen). Als vakbonden dit blokkeren binnen de eurozone, zullen ze het niet opeens accepteren buiten de eurozone. De institutionele onmacht verdwijnt niet met de euro. Het is aannemelijker is dat het Griekse concurrentievoordeel weer snel verdampt door inflatie en loonstijging. Maar goed, laten we eens aannemen dat de voorstanders van devaluatie gelijk krijgen en dat Griekenland na de herintroductie van de drachme snel uit haar as verrijst. Een zonnig scenario voor Griekenland, maar tegelijkertijd een gitzwart scenario voor de euro. Het zou immers een lonkend perspectief bieden aan al die landen die nu zuchten onder het Germaanse stabiliteitsjuk. Waarom zoveel pijn lijden als een devaluatie een makkelijke route naar economisch herstel biedt? Een domino-effect kan dus optreden wanneer Griekenland zich na een exit snel zou herstellen. Een onwaarschijnlijk scenario, dat echter wel enige discipline oplegt aan het economisch debat. Je kunt immers niet tegelijkertijd beweren dat Griekenland beter af is buiten de eurozone en dat het euro bouwwerk wel overleeft. Dat is een inconsistente combinatie. Deze constatering heeft ook een nare beleidsimplicatie. Puur uit lijfsbehoud zal de rest van de eurozone er belang bij hebben om een Griekse exit zo akelig mogelijk te laten zijn. Hoe groter de Griekse ellende, hoe sterker de cohesie van de overblijvers. Concreet kan dit betekenen dat de Grieken uit de EU worden gezet en dat hun financiele stelsel niet meer overeind wordt gehouden door de ECB. Het individu zal worden verstoten om de groep te beschermen.

Een numerus fixus geeft nog geen kwaliteit

6 februari 2012 Plaats een reactie

In november 2011 kondigde de VSNU een landelijke numerus fixus aan voor rechten, psychologie, economie en bedrijfskunde. De VSNU wil hiermee de kwaliteit van de opleidingen waarborgen. De voorgenomen capaciteitsafspraken hebben echter een smalle juridische basis. Bovendien zullen ze niet leiden tot een hogere kwaliteit, maar wel tot meer bureaucratische rompslomp. VSNU-regie in de onderwijsmarkt is wenselijk, maar kan zich beter richten op het wegsnoeien van marginale opleidingen.

Ons stelsel van hoger onderwijs kent twee vormen van numerus fixus: een capaciteitsfixus en een arbeidsmarktfixus (WHW art. 7.53 en 7.56). De bevoegdheid om over te gaan tot een capaciteitsfixus ligt bij het instellingsbestuur. Een capaciteitsfixus is altijd een lokale maatregel die wordt genomen vanwege een mismatch tussen de beschikbare staf en de verwachte lokale instroom. De bevoegdheid om een arbeidsmarktfixus in te stellen ligt bij de minister. De VSNU komt in dit verhaal niet voor. Als een opleiding het instellen van een capaciteitsfixus overweegt is het vanwege mogelijke effecten voor collega-opleidingen netjes om dit even af te stemmen. Dit gebeurt meestal in een landelijk discipline-overleg. Ook hier geen rol voor de VSNU.

De VSNU denkt dat een landelijke numerus fixus voor studentrijke opleidingen, in combinatie met decentrale selectie, zal leiden tot een betere kwaliteit van de instroom. Een veronderstelling daarbij is dat er iets te selecteren valt. De kwaliteit van de instroom zal echter alleen maar toenemen wanneer er een schaarste is aan opleidingsplaatsen (veel gegadigden ten opzichte van het aantal plaatsen) en de opleiding in staat is de geschikte scholier te identificeren (goede kwaliteit van de selectie).

Een fixus waarbij dit goed werkt is de arbeidsmarktfixus van geneeskunde. In 2011 waren er voor 2780 plaatsen 6437 gegadigden. [1] Dan is er serieus te selecteren. Van de plaatsingen werden er verder 368 (13,2%!) rechtstreeks toegelaten op grond van de 8+ regeling (gemiddeld eindexamencijfer hoger dan 8). Voor tandheelkunde geldt iets vergelijkbaars: 975 gegadigden voor 243 plaatsen en 6.6% directe plaatsing volgens de 8+ regeling. Maar dan houdt het ook op. Het 207 pagina’s tellende jaarverslag van het CBAP staat vol met fixi die niet bindend zijn en ook geen extra kwaliteit weten te trekken. Twee voorbeelden. De arbeidsmarktfixus psychologie: 4815 plaatsen, 4552 studenten geplaatst, waarvan 1% 8+. En de capaciteitsfixus bedrijfskunde in Groningen: 750 plaatsen, 657 studenten geplaatst, waarvan 0.5% 8+. Bij een recent werkbezoek aan de EUR gaven medewerkers van DUO dan ook aan dat de meeste fixi veel administratieve lasten opleveren en weinig selectie-effect sorteren.

De les uit deze cijfers is dat een landelijke numerus fixus alleen kwaliteitsverhogend werkt wanneer de fixus wordt vastgesteld op een getal dat ver onder de belangstelling ligt. Dan pas valt er immers iets te selecteren. Is dit niet het geval, dan zijn we bezig met een omslachtige herverdeling van studenten over opleidingen, die bovendien de keuzevrijheid van de student beperkt.

Voor mijn eigen domein Economie & Bedrijfskunde zou voor een kwaliteitseffect à la geneeskunde de landelijke instroom moet worden gereduceerd van de huidige 7200 naar ca. 3100 studenten. Zo’n slachting onder economische en bedrijfskundige faculteiten wil de VSNU, denk ik, niet op haar geweten hebben. Er is ook geen enkele reden voor. Academische economen en bedrijfskundigen zijn breed inzetbaar en vinden over het algemeen heel vlot een baan. De opleidingen zijn ook veel minder duur dan geneeskunde of tandheelkunde.

Mijn voorspelling is dat de huidige plannen van de VSNU ertoe zullen leiden dat de studentrijke economieopleidingen (EUR, UvA) studenten verliezen aan perifere opleidingen (zoals Wageningen). Daarmee wordt de versnippering van het onderwijslandschap versterkt, wat indruist tegen de wens van de minister tot universitaire profilering. Het maakt het ook moeilijker voor de studentrijke economie- en bedrijfskundefaculteiten om hun vooraanstaande positie op onderzoeksgebied te behouden. De VSNU-regie op de onderwijsmarkt kan zich daarom beter richten op een herverkaveling van opleidingen, gericht op het opheffen van marginale opleidingen bij 2e rangs faculteiten. En voor de kwaliteitsverbetering in de universitaire bachelor zijn goede alternatieven, zoals het “nominaal=normaal” project van de Erasmus Universiteit.


[1] Alle cijfers komen uit het jaarverslag numerus fixi van het Centraal Bureau Aanmelding en Plaatsing (CBAP) van DUO.

Categorieën:Onderwijs, Uncategorized

Een handelsnatie kan ook zonder opgeblazen banken

5 februari 2012 Plaats een reactie

Als je in Nederland wil dat er iets niet gebeurt, dan zeg je dat het slecht is voor de handel. Dat is ook de strategie van Jan Sijbrand, de nieuwe directeur toezicht bij DNB, die zich in het FD mengde in de discussie over de splitsing van banken in nutsbanken en zakenbanken.

Hier volgt een lang citaat:

“Moeten banken worden gesplitst in nutsbanken en zakenbanken?
“Het is een onmogelijke structuur voor een handelsnatie als Nederland. De Nederlandse banken hebben een balanstotaal van iets meer dan € 2000 mrd. Daarvan is € 400 mrd gefinancierd met spaargeld. Daar zoek je dan activa bij in de vorm van hypotheken en bedrijfsfinanciering aan het mkb. Dan heb je een nutsbank. Wat overblijft is € 1600 mrd aan andere activa, zoals kredieten aan Nederlandse multinationals en handelsfinanciering, die gefinancierd moet worden door buitenlands spaargeld en de geld- en kapitaalmarkt. Het wordt heel moeilijk daarvoor beleggers te vinden. Je moet dat absoluut niet doen.”” ( FD, zaterdag 4 februari 2012, p. 33)

Sijbrand kiest zeker een origineel perspectief: de Nederlandse handel als rechtvaardiging voor de opgeblazen bankbalansen. Maar het is ook erg vergezocht en als analyse DNB onwaardig. Nederland is al eeuwenlang een handelsnatie; de inflatie van bankbalansen is van veel recentere datum en primair gedreven door de huizenprijzen en de fiscaliteit (hypotheekrenteaftrek) en door de stijging van verhandelbare activa (securities) op de bankbalansen. Sijbrand vermeldt niet hoeveel van die € 1600 mrd bestaan uit handelsfinanciering en kredieten aan multinationals. DNB geeft daar helaas ook geen cijfers over. Maar handelsfinanciering kan nooit de oorzaak zijn geweest voor de buitensporige groei van de financiele sector in de afgelopen twee decennia (tenzij we het beleggen in staatsobligaties van schuldenlanden ook als een vorm van handelsfinanciering gaan zien :)).

Terug naar het debat over de splitsing in nuts- en zakenbanken. De bankenlobby deed vorige week weer erg haar best om dit dossier van tafel te krijgen. Ze heeft een gemakkelijk doelwit zolang politici hervormingen van de financiele sector in deze vorm willen gieten. Zakenbanken zoals Goldman Sachs en Morgan Stanley kennen we in Nederland niet. Met een verbod op het handelen voor eigen risico (proprietary trading) en strengere kapitaaleisen komen we al een heel eind in het beheersen van de risico’s uit hoofde van investment banking activiteiten.

Dit neemt niet weg dat er in Nederland toch eens met een frisse blik naar de structuur van de financiele sector moet worden gekeken. Hoe zorgen we ervoor dat banken activiteiten ondernemen die nuttig zijn voor de Nederlandse samenleving en hoe houden we de groeihormonen van banken in bedwang. Op deze vragen geeft de bankenlobby geen antwoord. Waarom zou ze ook, zolang politici en toezichthouders deze vragen niet stellen?

Ik heb twee suggesties voor nader onderzoek. Ten eerste, kijk als politiek en toezichthouder eens kritisch naar de internationale activiteiten van onze banken. Willen we echt dat ING internationaal bankiert onder een impliciete Nederlandse overheidsgarantie? Ten tweede, kijk verder dan de abstracte Bazel toezichtmodellen en durf je een oordeel te vormen over de concrete activiteiten van banken.

Een mooi aanknopingspunt bieden de nieuwe statistieken over de kredietverlening aan niet-financiele ondernemingen die DNB sinds 2010 publiceert. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat Nederlandse banken maar voor circa € 20 mrd aan leningen aan de Nederlandse industrie hebben uitstaan. Dat is minder dan 1% van het balanstotaal! Koning Willem I zou zich in zijn graf omdraaien. In plaats daarvan financieren de banken liever de vastgoedwindhandel: € 99 mrd staan uit ter financiering van de handel in en exploitatie van onroerend goed. Geen wonder dat Sijbrand zenuwachtig wordt over de gevolgen van de vastgoedcrisis voor het bankwezen.

Categorieën:Banken