Home > Banken > “Fantastische business”

“Fantastische business”

Laat ik door de breedsprakigheid en de belerende toon proberen heen te kijken (toegegeven, dat valt niet mee) en een aantal inhoudelijke kanttekeningen plaatsen bij het eerste verhoor van Wellink door de commissie De Wit.

Het belangrijkste verweer van Wellink is dat niemand de hevigheid van de post-Lehman systeemcrisis had zien aankomen. Dat is op zichzelf correct, maar pleit DNB nog niet vrij. Er waren voor de val van Lehman voldoende signalen dat er iets grondig mis was in de Amerikaanse huizenmarkt en in het financiele stelsel. Een prudente toezichthouder had op grond daarvan dieper moeten graven in bijvoorbeeld de Alt-A portfeuille van ING, en geen genoegen moeten nemen met een AAA rating. Van een toezichthouder verwacht de samenleving geen profetische gaven, maar wel extreme alertheid en een houding waarbij rekening wordt gehouden met onverwachte verrassingen (“expect the unexpected”). Die attitude leek afwezig bij DNB, waar toch vooral een afvinkcultuur heerste. Wellink zei tijdens het verhoor regelmatig dat de banken “aan de eisen” voldeden. Maar in onzekere tijden moet een prudente toezichthouder verder kijken dan de eisen die in goede tijden zijn opgesteld.

Van een toezichthouder mag ook worden verwacht dat deze zorg draagt voor een robuust financieel stelsel, dat bestand is tegen een extreme crisis. Hierin is het Nederlandse beleid in de jaren voorafgaand aan de kredietcrisis tekort geschoten. Door internationalisatie en binnenlandse consolidatie ontstonden megabanken met systeemrisico’s, waardoor de schatkist werd blootgesteld aan omvangrijke financiële risico’s. DNB heeft dit beleid voluit ondersteund (“fantastische business” in de woorden van Wellink). Als gevolg daarvan had Nederland aan de vooravond van de crisis geen veilig financieel stelsel. ING en ABN-AMRO waren domweg te groot en te risicovol. Met ABN-AMRO hebben we overigens geluk gehad: de risicovolle activa zijn grotendeels bij RBS terecht gekomen. In dit verband is het opmerkelijk dat Wellink in het verhoor toegaf dat DNB het met haar kleine staf allemaal niet meer kon overzien. Ken je beperkingen, zou ik zeggen. Dat het ook anders kan bewijst de Canadese toezichthouder. Het Canadese bankwezen is uitstekend door de kredietcrisis gekomen, onder andere door hoge kapitaaleisen en een strikt structuurbeleid (verbod op binnenlandse fusies).

Ronduit stuitend was de manier waarop Wellink het bedrijfsmodel van ING Direct verdedigde. Het bij elkaar schrapen van buitenlands spaargeld werd en wordt door DNB gezien als een manier om het bancaire financieringsgat (de onbalans tussen kredietverlening en binnenlands spaargeld) op te heffen. Maar kijk even naar wat er hier de afgelopen jaren is gebeurd. Eerst worden de activa van banken opgeblazen met riskante beleggingen en niet-aflosbare hypotheken (meer leverage, dus meer risico), waarna dit self-inflicted probleem wordt “opgelost” door buitenlands spaargeld onder het Nederlandse depositogarantiestelsel te brengen (nog meer risico!). “Fantastische business”. Zo kennen we ING’s cheerleader weer.

Advertenties
Categorieën:Banken
  1. Jaap Koelewijn
    4 december 2011 om 3:57 pm

    Ivo,

    Ik ben het volstrekt met je eens. vooral het argument van een kleine staf uis bespottelijk. DNB groeide de afgelopen jaren als kool. Ik gebruik je input als munitie voor mijn volgende column, dat je het maar vast weet. Toezichthouders en de instellingen waarop zij toezien zijn veel te veel verweven.

  1. 5 juni 2012 om 3:39 pm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s