Home > Europese schuldencrisis > Debat Value(s) for Money

Debat Value(s) for Money

Vanmiddag een bijdrage geleverd aan een debat over de Staat van de Unie, georganiseerd door
Clingendael. Hieronder mijn tekst.

Twee jaar geleden verscheen een studie van de Europese Commissie naar 10 jaar EMU. Hierin werd beweerd dat de eurozone voor macro-economische stabiliteit had gezorgd. Nu speculeren velen, waaronder sommige economen, over het opbreken van de eurozone. Beide visies zijn sterk overdreven.

De weeffouten van de muntunie zijn en waren bekend. Er zijn te zwakke mechanismes om begrotingsdiscipline af te dwingen en om structurele hervormingen te stimuleren. Het lakse financieel toezicht heeft bovendien niet kunnen voorkomen dat de financiële sector een bron van instabiliteit is geworden.

De gezamenlijke munt invoeren in 1999 was kinderspel; daarentegen is een muntunie goed laten functioneren “hard werken”. Natuurlijk was het gemakkelijker geweest om de euro in te voeren nadat de deelnemende landen economisch naar elkaar waren toegegroeid. Maar dan was die er waarschijnlijk nooit gekomen. Sommige landen hebben extreme druk nodig om hervormingen door te voeren. Die druk is er nu. De timing van de hervormingen in die landen is economisch gezien ongelukkig, maar politiek wel verklaarbaar.

Politici zijn in de wittebroodsweken van de eurozone (eerste 10 jaar) in slaap gesust door een lage rente, een lage inflatie en redelijke economische groei. Nu het mis is gegaan, ligt het opeens allemaal aan de schuldenlanden. Het taalgebruik dat ook de Nederlandse regering gebruikt is zeer negatief aan het adres van de schuldenlanden. Kort gezegd, dat zijn begrotingszondaars die moeten worden gestraft met sancties.

Maar dat is een te eenzijdig verhaal. De valse start van de eurozone is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ook Noord-Europa is op een aantal punten nalatig geweest:
– Landen met een hoge schuld zijn willens en wetens toegelaten tot de muntunie.
– Duitsland en Frankrijk hebben zelf het SGP ondermijnd toen het ze uitkwam.
– Het zeer lage rentebeleid van de ECB in de eerste zes jaar was bedoeld om een stagnerende Duitse economie uit het slop te helpen maar joeg de huizenzeepbellen in Ierland en Spanje aan. De ECB kende deze onevenwichtigheden, maar durfde het Duitse herstel niet in de kiem te smoren.
– Toezichthouders hebben toegelaten dat de blootstelling van de Noord-Europese financiële sector aan de schuldenlanden zo groot kon worden. Hoe kon het gebeuren dat één debiteur (Griekenland) onze bankensector zo kon gijzelen? Dat is in flagrante strijd met elk principe van prudent financieel toezicht.

In het licht van deze voorgeschiedenis zouden de schuldenlanden op meer begrip mogen rekenen. Maar helaas voert het nationaal eigenbelang te vaak de boventoon in het debat. De daaruit resulterende Europese verdeeldheid heeft een hoge prijs. In het doemscenario waarin de eurozone uit elkaar zou vallen, is het een illusie om te denken dat de interne markt daar ongeschonden uit te voorschijn kan komen. En dat zou Nederland als handelsnatie zwaar treffen.

Maar ook nu al betalen we de prijs van verdeeldheid. Vergelijk het eurogebied (als geheel) maar eens met de VS. De VS is er macro-economisch veel slechter aan toe. De overheidsfinanciën staan er slechter voor, de consument zit dieper in de schulden en de huizenmarkt blijft kwakkelen. En net als in de EU hebben Amerikaanse banken veel eigen staatsschuld op hun balans staan! In vergelijking daarmee zijn grote delen van Europa (Duitsland en Italië) gevrijwaard van een crisis in de huizenmarkt en zijn de vermogensposities van gezinnen in veel Europese landen gezonder dan in de VS. Toch betalen Europese regeringen gemiddeld een veel hogere rente op hun schuld (ca 4% tegenover 2% in de VS) en is er hier wel een bankencrisis, maar niet in de VS.

Deze vergelijking geeft aan dat er grote voordelen zijn te behalen bij verdere integratie, vooral op het gebied van begrotingsbeleid en schulduitgifte. Dat neemt niet weg dat er veel obstakels op de weg liggen. De huidige crisis is een cocktail van problemen, in een van land tot land verschillende mix. Het gaat dan om solvabiliteitsproblemen (Griekenland), om liquiditeitsproblemen (Italië nu, België straks?) en om een gebrek aan concurrentiekracht.

Hoewel de meeste aandacht uitgaat naar de schuldenproblemen, is het bevorderen van het groei- of concurrentievermogen veel belangrijker. Wat je ook wil herstructureren of kwijtschelden, een land kan op de lange termijn alleen binnen de eurozone overleven wanneer het structurele hervormingen van de publieke sector, de arbeidsmarkt en de productmarkten ter hand neemt om de productiviteit te verhogen en het ondernemingsklimaat te verbeteren. Een hervormingsagenda is dan ook vooral in het belang van de landen zelf. Zij zijn dan ook aan zet, met advies en hulp van buitenaf.

In tegenstelling hiermee is het oplossen van de vertrouwenscrisis in de financiële markten voor individuele landen veel moeilijken. Hervormingen kosten tijd en de financiële markten overdrijven en zijn ongeduldig. Hier ligt dus echt een taak voor de eurozone, in welke vorm – met een substantieel noodfonds of met het ECB opkoopprogramma – dan ook.

Als geheel kent Europa geen solvabiliteitsprobleem en leiden we nu onder een vertrouwenscrisis die Europa zichzelf heeft aangedaan. Bezuinigingen en hervormingen zijn nodig maar alleen onvoldoende om snel uit de crisis te komen. Voor de beheersing van de schuldendynamiek kan het beste het volle arsenaal aan macro-instrumenten worden ingezet, inclusief een nog ruimer monetair beleid. De rente kan lager, zowel aan de korte als aan de lange kant, desnoods met kwantitatieve verruiming door de ECB. En een hogere inflatie is te tolereren (3% is geen ramp).

Tot slot. We moeten blijven investeren in Zuid-Europa, maar nu op de goede manier. Dus liever geen financiering van Griekse overheidsconsumptie of van Spaanse en Ierse zeepbellen in de huizenmarkten. Meer geld rondpompen via de EU begroting is ook niet de oplossing. Europa zou vooral moeten stimuleren dat meer directe investeringen van de private sector van Noord naar Zuid vloeien. Een van de meest teleurstellende feiten van de afgelopen tien jaar is immers dat de Noord-Zuid kapitaalstroom van de verkeerde soort was (het kapitaal van banken) en dat de buitenlandse directe investeringen door het bedrijfsleven achterbleven. Die komen er echter niet vanzelf, maar hangen af van lagere lonen, een beter ondernemingsklimaat en bovenal van vertrouwen in Europese eenheid.

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s