Archief

Archive for september, 2011

Ongeloofwaardig bezuinigingsargument

25 september 2011 Plaats een reactie

“Je moet de overheidsfinanciën op dit moment maar in één context zien en dat is die van geloofwaardigheid. Als je die verliest, gaan beleggers en investeerders de hand op de knip houden en gaat het echt mis.” (DNB president Knot in het NRC van 23/9)

In de context van de PIIGS landen is dit een geloofwaardige uitspraak; in de Nederlandse context echter volstrekt niet. Nederland kent al decennia een spaaroverschot en onze pensioenfondsen beheren voor honderden miljarden aan reserves. De Nederlandse overheid is als het puntje bij paaltje komt lang niet zo afhankelijk van de buitenlandse belegger als andere landen. In geval van nood dumpen onze patriotische pensioenfondsen gewoon hun aandelen en kopen ze weer Nederlandse staatsobligaties. Net als vroeger. Dat weten beleggers natuurlijk ook wel. Dankzij het spaaroverschot en de pensioenreserves is de geloofwaardigheid van de overheidsfinanciën onafhankelijk van het al dan niet doorvoeren van extra bezuinigingen van 5 miljard.

In de huidige macro-economische discussie is geloofwaardigheid dus een schijnargument pro extra bezuinigingen. Het enige argument uit het bezuinigingskamp dat echt hout snijdt is het kleine-landen argument. Onze economische groei is grotendeels afhankelijk van de wereldhandel. Tegelijkertijd is ons landje is te klein om de wereldeconomie uit het slop te stimuleren. Ergo, als de grote landen nu eens flink gaan stimuleren dan brengen wij intussen ons huishoudboekje op orde. Het beste van beide werelden! Deze onsympathieke redenering zal bij navolging echter de macroeconomische malaise onnodig verlengen. Vandaar dat het IMF terecht hamert op internationale coordinatie bij het stimuleren van de wereldeconomie. Nederland mag daarbij niet als een free-rider langs de zijlijn staan.

Cultuurverandering?

23 september 2011 Plaats een reactie

Bestuurders moeten besturen, niet speculeren. De uitspraken van ECB bestuurslid Knot in het FD van vandaag over een Griekse default waren dan ook onverstandig. Aan ECB, IMF en EU is gevraagd om de voortgang van de Griekse hervormingsinspanningen te monitoren. Dan is het raar dat een ECB bestuurder publiekelijk een voorschot neemt op de eindrapportage van zijn eigen mensen. Of is de cultuur binnen de ECB intussen zo “verpolitiekt” dat dit normaal wordt gevonden?

Europa zal de Duitse monetaire elite niet missen

18 september 2011 Plaats een reactie

Met het vertrek van Jürgen Stark is de richtingenstrijd binnen de ECB hopelijk over zijn hoogtepunt heen. De afwezigheid van de oude garde uit de Duitse monetaire economie (Issing, Weber en Stark) doet sommigen echter vrezen voor de monetaire stabiliteit. Mijns inziens is hier geen reden voor. Hun imago van hoeders van de monetaire stabiliteit was meer gebaseerd op perceptie dan op de realiteit.

Aan de vooravond van de eurocrisis klopte Europa zichzelf op de borst met een uitgebreide studie naar de successen en uitdagingen na tien jaar EMU (EMU at 10, European Economy, 2, 2008). De Europese Commissie schreef dat de EMU “has secured macroeconomic stability” en dat Europa een “pole of macroeconomic stability” was geworden. De auteurs zullen snel spijt hebben gekregen van hun woorden. En onlangs verdedigde Trichet zijn track record door erop te wijzen dat de ECB erin geslaagd is om de inflatie 13 jaar lang lager te houden dan in enige andere periode in de Duitse naoorlogse geschiedenis. De missie van prijsstabiliteit was goed uitgevoerd, “impeccably” zelfs.

Een lage en stabiele inflatie is een groot economisch goed en het bereiken daarvan is de primaire opdracht van een centrale bank. De ECB heeft het op dit punt ook prima gedaan. Maar macro-economische stabiliteit gaat verder dan een lage inflatie. Door de technocratische focus op consumentenprijsinflatie hebben de Europese centrale bankiers de risico’s van vermogensprijsinflatie (zeepbellen in de huizenmarkten) en van conjuncturele divergenties binnen de eurozone niet goed ingeschat.

Een goed begrip van de huidige eurocrisis vereist kennis over de periode 1999-2007, de “wittebroodsweken” van de eurozone. Onder de intellectuele leiding van Issing liet de ECB in deze periode de geldhoeveelheid groeien met gemiddeld 7 procent per jaar, een tempo dat ruim boven haar eigen referentiewaarde van 4,5 procent lag. Ook op basis van andere maatstaven (bijvoorbeeld de reële rentestanden of de Taylorregel) kan worden geconcludeerd dat het Europese monetaire beleid toen te ruim was. De perceptie van de ECB als rigide inflatiebestrijder heeft dan ook een smalle wetenschappelijke basis.

Voor het ruime monetair beleid in de beginperiode was natuurlijk een reden. In de jaren 2001–2005 kwam de economische groei in Duitsland in geen enkel jaar uit boven de 1,2 procent. Vanwege de stagnatie in de grootste economie van de eurozone ging de ECB pas na 2005 het monetair beleid voorzichtig verkrappen. Voor sommige Europese landen was het echter “too little, too late”. Zo was de negatieve Spaanse reële rente in de jaren 2003-2006 een belangrijke factor in het aanjagen van de huizenzeepbel. De ECB kende deze onevenwichtigheden, maar durfde het Duitse herstel niet in de kiem te smoren. De Duitse groei had op dat moment een hogere prioriteit dan de stabiliteit in de eurozone.

In het licht van deze voorgeschiedenis zouden de schuldenlanden op meer begrip van Duitse economen mogen rekenen. Maar dat begrip is helaas afwezig. Tekenend is een recent artikel van ex-Bundesbank president Axel Weber (Federal Reserve Bank of St Louis Review, July/August 2011), waarin hij opmerkt dat “economic heterogeneity in the euro area is a non-issue” en “a number of countries have obviously failed to meet the obligations and requirements of a currency union”. Kortom, het ligt allemaal aan de schuldenlanden. Dat het monetair beleid voor landen als Spanje en Ierland gedurende lange tijd veel te ruim was omdat de Duitse economie haperde wordt voor het gemak vergeten. Dit soort bijziende economen kan Europa missen als kiespijn.

DNB University

16 september 2011 1 reactie

In het FD is een discussie losgebarsten over hoogleraren accountancy. Velen combineren hun benoeming aan een universiteit met een aanstelling bij een accountantskantoor. Kern van de kritiek is dat dit hun kritische opstelling jegens de sector en hun bijdrage aan het maatschappelijke debat schaadt. Zo ken ik nog wel een vakgebied. De monetaire economie (inclusief bankwezen) is een kleinere wetenschappelijke discipline, met minder leerstoelen dan de accountancy. De Nederlandsche Bank is echter hofleverancier, met Prof. Bikker, Prof. De Haan, Prof. Hilbers, Prof. Hoogduin (tot 1/7), Prof. Knot en Prof. Sleijpen. Allemaal deskundige economen, maar verwacht van hen geen kritisch commentaar op het monetair beleid of op het bankentoezicht. En dat is jammer, want juist in deze tijden is onafhankelijke wetenschappelijke reflectie op het beleid van centrale bankiers en toezichthouders broodnodig. Vanuit DNB University blijft het stil.

Categorieën:Uncategorized

Buiten de euro is het gras niet groener

14 september 2011 Plaats een reactie

De voordelen van een eigen munt worden overschat. Lees mijn bijdrage op Mejudice.

Categorieën:Uncategorized

Bund bubble?

10 september 2011 Plaats een reactie

Een eenheidsmunt met nationale obligatiemarkten. In crisistijd werkt dat niet, weten we nu. De centrifugale krachten die de yields in de eurozone uit elkaar trekken worden steeds sterker. Afgelopen week deden de Zwitsers een duit in het zakje, door de frank aan de euro te koppelen. Reken maar dat ze Duitse bunds opkopen en Zuid-Europese staatsschuld mijden als de pest. En dan zijn er de spreekkoren die banken oproepen om PIIGS staatsschuld af te waarderen. Waarin zullen Italiaanse en Spaanse banken dan herbeleggen als de obligaties van de eigen overheid worden afgelost? Voor de zekerheid toch maar liever bunds? Maar het aanbod van Duitse obligaties is te beperkt om aan de totale vraag naar risicovrije staatsschuld in de eurozone te voldoen. Een nieuwe zeepbel geboren?

Erasmus Magazine en de trage docent

8 september 2011 Plaats een reactie

Het academisch jaar is weer begonnen. En er was weer volop aandacht voor de trage student. Het studietempo in het hoger onderwijs ligt, zoals bekend, veel te laag. De hoofdoorzaak is uitstelgedrag. Goede onderwijskundige maatregelen grijpen hier dan ook op aan. Maar uitstelgedrag is niet voorbehouden aan studenten. Docenten (mijzelf incluis) hebben er ook wel eens last van. Bijvoorbeeld bij het nakijken van tentamens.

In dit kader was er enige ophef over de “trage docent” bij de Erasmus School of Economics (ESE). Wat was er aan de hand? Tot voor kort kwamen overschrijdingen van de nakijktermijn veelvuldig voor aan de ESE. Dit gaf een hoop ontevredenheid bij de studenten. Begrijpelijk, want de verwachtingen werden niet altijd waargemaakt.

Vorig collegejaar heeft de ESE op mijn voorstel een regeling ingevoerd waarin bij overschrijding van de nakijktermijn de vakgroep een boete kreeg van €2500. Vlak voor de zomer werd de eerste boete opgelegd. Erasmus Magazine (het huisblaadje van de EUR) kreeg er lucht van en vond het nodig om te vermelden om welk vak het ging, zodat iedereen de naam van de docent kon achterhalen. De “trage docent” was nieuws.

Een bijzonder respectloze handelwijze van Erasmus Magazine, die meer past bij de schandaalpers dan bij een universitair communicatiekanaal. Niet de trage docent zou nieuws moeten zijn, maar het feit dat het er maar eentje was! Een goede journalist zou aan de ESE hebben gevraagd wat de studenten nu vonden van de maatregel. Bij deze het antwoord: in het meest recente studenttevredenheidsonderzoek is de sterkste stijging in tevredenheid gerealiseerd bij … …de nakijktermijnen!

Categorieën:Onderwijs